Productiebevordering ja, productie nee

Luizen, gordelroos en je inbox, alle drie horen in dit rijtje thuis. Je raakt er nooit af en ’s nachts, in je halfslaap, jeuken ze nog erger dan overdag. Productiviteitverhoging, daar zou de computer voor zorgen. Nu, ik heb uitgerekend dat ik op de kop af driehonderd en vijftien jaar oud moet worden wil ik voor

Luizen, gordelroos en je inbox, alle drie horen in dit rijtje thuis. Je raakt er nooit af en ’s nachts, in je halfslaap, jeuken ze nog erger dan overdag. Productiviteitverhoging, daar zou de computer voor zorgen. Nu, ik heb uitgerekend dat ik op de kop af driehonderd en vijftien jaar oud moet worden wil ik voor het eerst iets inlopen op het tijdverlies dat de computer me heeft bezorgd. Crashes, blauwe schermen, vastlopende programma’s, virussen, brandende snoeren, Trojaanse paarden, onontcijferbare manuals, de helft van je tijd zat je te koekeloeren of die stomme ezel voor je neus nog eens wilde opschieten. Als hij tenminste niet op hol sloeg en eindeloos rondjes bleef lopen. Mijn hele generatie, voor zover ze achter de computer heeft gezeten, zou nu van Microsoft een trauma-uitkering moeten hebben.

Inboxen en to do-lijstjes, ja, dat leek je wel wat. De binnenkomende post overzichtelijk bij de hand. De heilige werktaken van de dag, de week, de maand altijd voor je neus. Met prioriteiten. Met submappen. En niet alleen de heilige taken, maar ook dat je morgenvroeg een peertje voor de schemerlamp moest kopen en twee paardenbiefstukken. De inbox zou  me voorgoed van mijn briefangst verlossen.

Een brief moeten schrijven, het verlamt me. Hoewel ik, nerveus als ik ben, de hele dag in de weer zou moeten zijn met kattenbelletjes en langere epistels, om nu eens de een van de stand van de barometer en dan weer de ander van de stand van mijn humeur op de hoogte te houden, is het in werkelijkheid zo dat alleen al de gedachte zoiets in briefvorm te moeten ondernemen, met de daarbij behorende aanhef en afscheidsformuleringen, voldoende is mij tot nietsdoen te doemen.

Terwijl ik juist graag een correspondent van jewelste zou willen zijn. Ongeteld zijn de brieven die ik me voornam te schrijven, legio de briefwisselingen waarvan ik droomde. Er zijn momenten dat ik er heilig van overtuigd ben dat het me zal lukken er een op poten te zetten. Ik voel dat ik aan de wieg van iets heel moois sta, ik heb tegenbericht nummero vier en repliek nummero vijf al in het hoofd, de pen trilt vol verwachting - en dan, nog voor de datum is neergepend, zakt de pols krachteloos neer: de molshoop van het vrolijke voornemen is een onoverkomelijke Himalaya geworden. Nummero vier en nummero vijf kostten me geen moeite, maar hoe begin ik nummero een?

Straks maar.

Wat je bewaart wordt er immers alleen maar beter op. Wat nu kan, kan morgen ook nog. Maar op straks volgt een nieuw straks, op morgen een nieuw morgen. Het tergende proces van uitstellen en uitstellen heeft een aanvang genomen. Je voornemen flitst telkens door je hoofd, niet langer dan een seconde misschien, maar in al die seconden van paniek bij elkaar had je die brief wel duizendmaal kunnen schrijven.

Luiheid is het niet. Ik hoef er maar voor te gaan zitten, even door te bijten en in een kwartier zou ik een karwei hebben geklaard dat mij, ongeklaard, een veelvoud aan kwartieren zal gaan kosten. Kwartieren van wroeging en onvervuld verlangen. Ik hoef - verbeeld ik me – mijn adem maar in te houden of ik ben al aan de ondertekening toe, niets komt me eenvoudiger voor, op zo’n moment, dan het schrijven van dat epistel, en toch wordt het papier onveranderlijk terzijde geschoven omdat het net zo goed straks of morgen kan. Of overmorgen.

Op de onhebbelijkste ogenblikken grijnst de stapel te beantwoorden brieven me toe, vooral de meest urgente die bovenop liggen, en er gaat geen dag voorbij of ik ben, zonder te corresponderen, met mijn correspondenten bezig. Ik vertel ze in gedachten wat ik ze schrijven zou, ik converseer met ze, mijn brieven worden er steeds mooier en rijker voor,  alleen van het schrijven komt het niet.

Mijn verlangen iemand op een behoorlijke en prettige manier te antwoorden en mijn onbevredigde correspondentiedrift zijn zo groot dat ik álle geduld heb. De brieven op de stapel worden een maand oud, twee maanden. Zelfs een half jaar later, een jaar later, ben ik nog bezig ze te beantwoorden. Nog steeds bedrieg ik me zelf met de gedachte dat ik me pas gisteren voornam er vandaag werkelijk aan te beginnen.

Er moeten zeker twee kalenderjaren verstrijken voor ik schrik van de datum boven de onbeantwoorde post. Pas dan kom ik tot het besluit die erwten onder mijn schrijfmatras collectief in een schoenendoos te gooien.

En mijn leven te beteren. Mijn borst zwelt en ik glim en gloei, want vanaf nu zorg ik dat ik alle binnenkomende post nog dezelfde dag aan kant zal hebben. Is er iets simpelers?

Daar zou de inbox met zijn perfecte systeem van prioriteiten, categorieën, markeringen en alerts dus een einde aan maken. Dit soort verzuchtingen over briefpapier, enveloppen, pennen en correspondentie waren voorgoed old school en old hat. Zóóóó 1995.  Postduiventaaltje.

Ik zou nooit meer een brief kunnen zoekmaken. De meest urgente stonden altijd bovenaan. Ik kon ze in groepjes onderverdelen en mijn correspondentiepeil van dag tot dag bijhouden. De brieven en de namen van de briefschrijvers bleven continu voor mijn neus staan, op het scherm, face à face, een halve meter van mijn hersens. In bonte kleuren desnoods, flikkerend.

Hetzelfde gold voor mijn boodschappenlijstjes, memo’s en Kleine Dagelijkse Dingen die Absoluut aan de Beurt waren. Voor mijn werklijstjes, met de beloftes die ik het
eerst moest inlossen, echt echt het allereerst, en met de klusjes die nog een beetje uitstel konden lijden. Goeie genade, wat hadden ze daar mooie programmaatjes
voor ontworpen! Lijstjes waarin je de gedane taken met een klik kon verwijderen, zodat het zienderogen opluchtte. Lijstjes waarin je de gedane taken kon doorstrepen, zodat je kon blijven zien hoe allemachtig ijverig en van goede wil je was geweest. Notities die op je scherm ploften (pop up, push en hiep hiep hiep) om je eraan te herinneren dat nu echt de laatste dag was aangebroken. Het laatste uur. De laatste minuut. Ja, je had wonderprogramma’s die, als het ernst werd, jouw Meest Urgente Taak op het scherm plakten zonder dat je het bericht er weer af kon krijgen. Je moest de taak wel uitvoeren om van die hinderlijke vlek af te komen.

Dat was nu echt iets voor mij. Al die programmaatjes wilde ik hebben en al die programmaatjes startte ik op. Een chaoot en sloddervos als ik had discipline
nodig. De verlossing was nabij. Die programmaatjes  leken werkelijk ideaal voor een typische deadline-werker als ik.

‘Het mooie van deadlines,’ las ik eens bij iemand, ‘is het sissende geluidje als ze voorbijvliegen.’

Het duurde niet lang of ik was totaal georganiseerd. Het overbrengen van al mijn taakjes in de to do-lijstjes duurde langer dan het uitvoeren van die taakjes zelf gekost zou hebben, maar een kniesoor die en zo voort. Mijn postale systeem was ferm ingekwartierd, ingeframed, gesorteerd naar urgentie, onderverdeeld in Verzonden, Te Behandelen, Dringend Te Behandelen, Spam, Leuke Spam, Lopende Zaken, Concepten – als om door een ringetje te halen.

Maar of het ook opschoot?

Mijn inbox, die zelfs voor de typische correspondentieschijtlaars en deadlinewerker op nul hoort te staan, telt thans vijfhonderd en vier onbeantwoorde brieven, pardon, items. De meest urgente zitten in een map die ik achtereenvolgens heb omgedoopt van Nu tot Dringend tot Alsjeblieft, doe er eens wat aan tot Val
Dood, maar behalve die naamsverandering gebeurde er niets met die map. Ze is door haar constante aanwezigheid vooral erg onzichtbaar.

Ik trof laatst in een vergeten uithoek een to do-lijstje aan waarop niets was doorgestreept of aangevinkt. Wel waren alle taken en vragen inmiddels opgelost, gewoon omdat ze verjaard waren. Op dit moment ben ik druk doende mijn laatste serie dringende klusjes van niks onder te brengen in een spiksplinternieuw programmaatje. Ze zeggen dat Toodledoo weer veel fantastischer is dan Remember the Milk, NoteMinder en Next!