Noodhulp lost niets op maar doneer toch maar

Hulp aan een regio die in nood verkeert, verbetert weinig. Help het land om zich te ontwikkelen, stelt Linda Polman, en blijf daarop aandringen in Den Haag.

‘We waarschuwden zowat elke dag, maar Europa en Amerika hielden zich doof”, zei Jeffrey Sachs, econoom en adviseur van de Verenigde Naties, deze week over de dreigende hongersnood in de Hoorn van Afrika. De crisis had moeten worden voorkomen, „maar nu klautert iedereen weer over elkaar heen om aan noodhulp te doen.”

Noodhulp komt altijd te laat en is altijd te gering. Voor hulporganisaties is het bij elkaar brengen van gewenste bedragen vermoeiender dan ooit tevoren. Volgens de organisaties zelf houden veel mensen de hand op de knip door de economische crisis. Om me heen hoor ik andere redenen. Mensen vertrouwen hulporganisaties minder dan voorheen.

Na decennia van teleurstellende hulpresultaten en berichten over verkwisting en diefstal zijn kritische vragen over de agenda’s van hulporganisaties terecht. We zijn die zorgvuldigheid verplicht aan de ontvangers van hulp.

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties lijkt bijvoorbeeld zijn verantwoordelijkheden in Somalië flink te hebben verkwanseld. Het WFP verspeelde zijn grootste donor, de Verenigde Staten, nadat ernstige verdenkingen waren gerezen dat de hulp eerder de Somalische oorlog dan het volk voedde.

Dat het WFP – net als zowat alle andere hulporganisaties in Somalië – ‘beschermingsgeld’ en ‘belasting’ aan warlords en andere lokale autoriteiten betalen, werd in maart 2010 door de onderzoekers van de UN Monitoring Group on Somalia buiten beschouwing gelaten, als ‘staande praktijk’. Waar het de onderzoekers wél om ging, was de kolossale en systematische fraude daarbuiten. Somalische eigenaren van voedseltransportbedrijven, die onder contract staan bij het WFP, verpatsen ladingen. Het eigen WFP-personeel en de extremistisch-islamitische groep Al-Shabaab zouden hebben gedeeld in de winsten. De helft van het WFP-budget voor de Somaliërs – 200 miljoen dollar per jaar – zou op deze manier zijn verdwenen in oorlogskassen en dat twaalf jaar lang.

Het WFP ontkende dit verontwaardigd. De Verenigde Staten vonden het toch voldoende bewijs. Ze trokken hun bijdrage aan het WFP in Somalië, ter waarde van 200 miljoen dollar per jaar, terug. Het Somalische volk stond erbij en keek ernaar, nog hongeriger dan het al was.

Volgende week verschijnt hopelijk een vervolgrapport van de Monitoring Group. Daarin wordt onthuld wat het WFP heeft gedaan om de fraude voor de VS tot aanvaardbare proporties terug te brengen.

Ook de tweede grootste hulporganisatie zonder welke de Somaliërs allang niet meer kunnen overleven, vluchtelingenorganisatie UNHCR van de Verenigde Naties, heeft inspecteurs over de vloer gehad. Human Rights Watch (HRW) lichtte kamp Dadaab door.

De UNHCR is in Dadaab de eerstverantwoordelijke, maar hier werken dozijnen hulporganisaties, ook de grootste en rijkste ter wereld en ook Giro 555-organisaties. Desondanks ontbreekt het bij veel kampbewoners aan van alles. In het rapport From Horror to Hopelessness uit maart 2009 beschrijft HRW een tekort, toen al, van 40.000 onderkomens, 36.000 latrines en vrachtladingen artsen en medicijnen. Cholera-epidemieën en andere ziekten volgden elkaar op. Van de bewoners was 13 procent ondervoed. Sterftecijfers in de kampen, die voor veel bewoners in feite niet veel beter zijn dan smerige getto’s, waren ook toen al hoger dan wat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanvaardbaar achtte.

Waar het gebrek aan alles precies aan lag, werd HRW niet duidelijk. Inzichtelijke, financiële overzichten van de UNHCR en haar partnerorganisaties kon HRW niet ontdekken.

Hoe dan ook leggen de hulpmastodonten kennelijk hun financiële prioriteiten verkeerd. Jaarlijks heeft de UNHCR wereldwijd ruim 3 miljard dollar te besteden. UNICEF en de WHO hebben samen een budget van ruim 5 miljard dollar per jaar. Oxfam en CARE zijn samen goed voor dik een miljard dollar per jaar. Hoe komt het dan dat ze hun opvangkampen niet op orde krijgen?

Nu wordt gewaarschuwd voor massale sterfte door honger in de hele Hoorn van Afrika. Als de verwachtingen nu niet uitkomen, dan wel volgend jaar of het jaar erop. Jeffrey Sachs sprak deze week ware woorden. De ellende is cyclisch en wordt veroorzaakt door droogte en armoede. De enige oplossing is om het gebied te ontwikkelen. Dan hoeven periodes van droogte niet meer automatisch te leiden tot hongersnood.

Hoe het beter kan, is allang bedacht. Alle rapporten en analyses, van batterijen eminente (VN-)deskundigen, staan op internet. Iedereen kan deze lezen en begrijpen. In alle blauwdrukken voor een betere Hoorn van Afrika hangt succes af van politieke wil – lokaal en internationaal. Door te reageren op honger en crises als ze al een feit zijn, zullen we ze nooit beëindigen. Niets wordt opgelost.

Iedereen weet dit allang. Het heeft in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en in Duitsland, geleid tot een wending in de discussie die grappig zou zijn als ze niet zo verdrietig was. Je hoort steeds vaker: „Noodhulp lost niks op, maar doneer toch maar”. De enige hoop die de arme drommels in Afrika nog rest, is dat hun dood niet voor niets zal zijn, maar ons de ogen zal openen voor alles wat we niet hebben gedaan.

Deze verdoemenis van de herhaling kan ongedaan worden gemaakt. Als het draait om politieke wil, moeten we die afdwingen. Stel dat ‘Den Haag’ voor iedere euro die we doneren een boze brief van ons ontvangt. Drie miljoen zouden dat er al zijn – zoveel ontving Giro 555. Het kan niet anders of Den Haag zou al aan het werk zijn, al was het maar om af te zijn van de vrachtladingen post.

Linda Polman is journalist en auteur van De crisiskaravaan.