Nederland: een koloniale reus maar een politieke dwerg

Wim van den Doel: Zover de wereld strekt. De geschiedenis van Nederland overzee. Bert Bakker, 505 blz. €29,95

Een prachtige reeks krijgt gestalte: de geschiedenis van Nederland, beschreven door vooraanstaande historici. Dit jaar verscheen (het nu voor de Libris Geschiedenisprijs genomineerde) Zover de wereld strekt, de geschiedenis van Nederland overzee vanaf 1800 door Leids hoogleraar geschiedenis Wim van den Doel. Over ‘ons’ Indië en Suriname, ‘onze’ Caraïbische boven- en benedenwindse eilanden, alsmede enkele volksplantingen in de VS.

Nederland was een koloniale reus, maar een politieke dwerg. Een interessant spanningsveld. Van den Doel begint bij de eind-18de- eeuwse Amerikaanse en Franse Revolutie. Met name het egalité-aspekt van beide omwentelingen zou op termijn het einde betekenen van de slavernij en uiteindelijk leiden tot het einde van het kolonialisme.

Van den Doel laat zien wat wij in onze koloniën deden en hoe. Hij laat een lange rij van Gouverneurs-Generaal passeren, afwisselend houwdegens en ‘ethisch’ ingestelden. Onze nationale trots wordt daarbij niet gespaard. Het is vaak dweilen met de kraan open – we verbazen ons geregeld dat Nederland haar koloniën zo lang kon houden.

Een groot leger kon Nederland zich bij voorbeeld in Indië niet permitteren, bij opstanden waren de aanvoerlijnen vanuit het moederland erg lang. Het was dus zaak te schipperen, en bij revolte moest de zaak snel de kop worden ingedrukt.

Zo was er in 1894 een opstand op het eiland Lombok. De Balinezen richtten een bloedbad aan in de Nederlandse kampementen, bij represailles verloren 2000 opstandelingen het leven. Hoe?

Van den Doel citeert de jonge officier Hendrik Colijn, de latere minister-president: ‘We mochten geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten.’

Hetzelfde genot vinden we vijftig jaar later terug in de expedities van de beruchte kapitein en ‘terreurbestrijder’ Raymond Westerling, die hoogstpersoonlijk 388 Indonesiërs ombracht. De teller bij zijn tweede man stond op 1055.

Dit zijn natuurlijk uitwassen, zo werden ze door veel koloniale bestuurders ook beschouwd. Het beeld dat wordt geschetst in Zover de wereld strekt is beslist genuanceerd, met veel aandacht voor politici die worstelden met het evenwicht tussen menselijkheid en gewin.

Van den Doel is geen ‘sappig’ scribent, hij is aan de zuinige kant met citaten en tot de verbeelding sprekende anekdotes. Helder is hij overal. Het Nederlandse koloniale beleid wordt fraai beschreven tegen de achtergrond van de internationale, economische en politieke ontwikkelingen, onze koloniale kopstukken (Daendels, Van Heutsz, Van Mook, Luns, et cetera) komen schitterend uit de verf.

Hetzelfde geldt voor het ‘naspel’, waarin de opvattingen van beleidsmakers als Jan Pronk en Ben Bot over ontwikkelingshulp onder het licht worden gelegd.

Zover de wereld strekt is een uiterst leerzaam werk, dat met inleiding en slothoofdstuk uitgroeit tot een kritische, bevlogen, hedendaagse historie van ons koloniale verleden na 1800.