Met dank voor snip en vuurtoren

Hij vond dat bij vormgeving het culturele het commerciële moest overstijgen. Aan die visie danken we de mooie opdrachten en ontwerpen van Ootje Oxenaar, PTT-baas der esthetiek.

Els Kuijpers: Ootje Oxenaar. Ontwerper en opdrachtgever. Uitgeverij 010, 128 blz. € 29,50. Tevens in een Engelse editie verschenen.

De zonnebloem, de snip en de vuurtoren: tot de komst van de euro liepen Nederlanders met vrolijk stemmend cultuurgoed in hun portemonnee. Op hun brieven plakten ze eerst een koningin van computerstippen en gooiden die in brievenbussen van een ranke, functionele schoonheid.

Allemaal te danken aan Robert Deodaat Emile (Ootje) Oxenaar (1929), die na de oorlog tot aan medio jaren negentig de vormgeving van de publieke sector tot grote hoogte heeft opgestuwd. Het nieuwe boek van Els Kuijpers, Ootje Oxenaar, ontwerper en opdrachtgever, dat door zijn tijgenoot Jan van Toorn samen met Mart Rozenbeek is vormgegeven, is een ode aan de man en aan zijn overtuiging dat bij vormgeving het culturele boven het commerciële gaat.

Oxenaar was dus een man met een missie. Die kon hij vervullen dankzij zijn eigen sociale talenten, dankzij zijn broer Ruut die als directeur van het Museum Kröller-Müller in Otterlo toegang tot de kunstwereld had, en dankzij zijn dubbelpositie als ontwerper én opdrachtgever.

Vanaf zijn eerste bankbiljet (voor De Nederlandsche Bank in 1965) tot zijn laatste (in 1986) bleef hij zelf ontwerpen, ook nadat hij in 1975 hoofd werd van de Dienst Esthetische Vormgeving (DEV) van de PTT. Sinds 2000 woont hij met zijn nieuwe jonge gezin in de VS, waar hij doceert aan de hoog aangeschreven Rhode Island School of Design.

Onder zijn leiding bloeide de DEV. Toonaangevende kunstenaars en ontwerpers van zijn tijd kregen opdrachten en het werkgebied dijde uit, van postzegels tot kunstwerken, interieurontwerpen en zelfs een interactieve beeldschermtelefoon. Vanaf 1980 was hij ook persoonlijk adviseur van koningin Beatrix op het gebied van kunst en vormgeving. Hij werd in de woorden van Kuijpers ‘de deskundige, elegante, discrete bemiddelaar van de elite’.

Oxenaar werd als beeldend kunstenaar opgeleid en is altijd blijven tekenen. Een van de verrassingen van dit boek is de selectie collages en tekeningen uit twintig jaar dagboeken, opvallend vaak met een politieke ondertoon, bijvoorbeeld over het gekloonde schaap Dolly en over de Golfoorlog.

Toen hij in 1994 met tegenzin met pensioen ging waren ook de hoogtijdagen van de Dienst Esthetische Vormgeving – bijgenaamd De Dienst van Edele Vertraging – voorbij. Wat eens gedreven was, voelde nu als autoritair; de esthetische overwegingen van dit elitekorps leken nu ongrijpbaar en normatief. ‘Wie heeft nog zo veel geld over voor het collectieve ideaal van de Dienst?’, vraagt Kuijpers retorisch. ‘Is er nog iemand die daar in gelooft?’ We weten het antwoord: de markt is nu aan de macht.