Leiden, Delft en Rotterdam willen scoren in Shanghai

Elke universiteit wil studenten uit China. Dan moet je wel hoog staan in de internationale hitlijsten. Maar is een fusie de oplossing? In Zuid-Holland geloven ze van wel.

De helft van de ministers in het kabinet-Rutte en de helft van de bestuurders van beursgenoteerde Nederlandse bedrijven studeerde aan de universiteit van Leiden, Rotterdam of Delft. Dit staat – niet zonder trots – in een ontwerpversie van een position paper, de opmaat voor een gezamenlijke toekomst van de drie universiteiten.

De alma mater van Leidse juristen, Delftse ingenieurs en Rotterdamse economen is inderdaad nauw verweven met het Nederlandse establishment. Door te fuseren willen de drie universiteiten, die elk afzonderlijk al een sterke internationale academische reputatie hebben, nu ook een plaats verwerven tussen de universiteiten van wereldklasse. De wereldtop is nodig, zo staat in het jaarverslag 2010 van de Universiteit Leiden, „om getalenteerde studenten en academisch toptalent aan te trekken, om innovatieve bedrijven voor de regio te interesseren en om meer externe en aanvullende financiering te werven”.

Onderzoekers, studenten en financiers kijken bij de keuze voor een universiteit naar de internationale ranglijsten. Zo verlaten de gewilde studenten uit China zich grotendeels op de zogeheten Shanghai-ranking. Samen zouden de drie Zuid-Hollandse universiteiten met stip stijgen op de internationale ranglijsten.

De fusieplannen worden ook ingegeven door bewegingen in het hoger onderwijs in Nederland. De commissie-Veerman spoorde de universiteiten in het voorjaar van 2010 aan om in deze tijden van geldgebrek meer te gaan samenwerken. Afzonderlijke instellingen moeten zich concentreren op gebieden waarop ze uitblinken en andere gebieden overlaten aan hun partners. „Schaalnadelen, zoals het huidige systeem die kent, kunnen we ons gezien de budgettaire krapte [...] niet permitteren”, meldt het rapport.

In de praktijk werken veel universiteiten al samen. Zo ging de Technische Universiteit Eindhoven een strategische alliantie aan met de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht. Ook de Amsterdamse universiteiten praten over samenwerking, net als de Radboud Universiteit Nijmegen, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Twente en Wageningen University. Leiden en Delft werken al jaren samen bij onder meer biotechnologie.

Het is volgens Sijbolt Noorda, voorzitter van de vereniging van universiteiten VSNU, „een logische, volgende stap” dat de Zuid-Hollandse universiteiten hun krachten bundelen om hun belangen nog beter af te stemmen en, bijvoorbeeld, om dubbele investeringen te vermijden. „Er wordt al veel samengewerkt tussen universiteiten in Nederland, zeker in vergelijking met het buitenland. Maar dit gaat een stap verder.”

Leiden, Rotterdam en Delft spraken in de jaren tachtig al over een fusie-universiteit met de naam Corbulo – naar een Romeinse bevelhebber die zijn manschappen een kanaal liet graven dat de Maas met de Rijn verbond. Jan Franssen, commissaris van de koningin in Zuid-Holland, sprak zich vaker uit voor een krachtenbundeling. In 2001 zei toenmalig collegevoorzitter Nico de Voogd van de TU Delft dat een fusie met Leiden „binnen vijf à tien jaar” niet uit te sluiten was.

De samenwerkingsplannen hebben het afgelopen jaar een veel vastere vorm gekregen bij gesprekken tussen de drie universiteitsbesturen. Die zijn de laatste maanden in een stroomversnelling geraakt, zozeer dat nu wordt af gekoerst op een fusie. Bij de vormgeving van de nieuwe grote Zuid-Hollandse universiteit wordt volgens Henk Volberda, hoogleraar management in Rotterdam, scherp gekeken naar de ‘kenniskaart’ van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies (CWTS).

Het CWTS is een onderdeel van de Universiteit Leiden, dat ook internationale ranglijsten maakt – maar dan gebaseerd op de prestaties van faculteiten en onderzoeksgroepen. „Op een kaart heeft het CWTS aangegeven waar wat voor toponderzoek wordt gedaan, zeg maar: de pieken in de delta”, zegt hoogleraar Volberda. „Dat geeft een beeld van de kenniseconomie in Zuid-Holland en een idee hoe je de kenniseconomie kunt versterken zoals het kabinet wil.”

Wat zijn voorbeelden van ‘pieken’ in Zuid-Holland? De rechtenfaculteit van Leiden, dat bijvoorbeeld met zijn studie internationaal recht hoge ogen oogt. De zonneceltechnologie in Delft, dat ook een internationaal toonaangevend centrum voor nanotechnologie herbergt. De managementstudies in Rotterdam.

De parels in de kroon zijn de universitaire medische centra in Leiden en Rotterdam. Alle umc’s in Nederland samen scoren met hun publicaties in wetenschappelijke tijdschriften 40 procent hoger dan het internationale gemiddelde van vergelijkbare centra. De absolute uitblinker is het Erasmus MC in Rotterdam, dat vooral door het epidemiologische onderzoek onder 10.000 Rotterdammers hoog scoort in publicaties.

In één grote Zuid-Hollandse universiteit zullen de drie onderdelen zich concentreren op hun specialiteiten, ‘kerncompetenties’ in het jargon. „Nu al doen technische studenten uit Delft een aanvullende managementstudie in Rotterdam. Dat kan je uitbouwen door technische studenten hun bachelor te laten halen in Delft, en dan bijvoorbeeld een master in Rotterdam”, zegt hoogleraar Volberda. „Leiden is sterk in biotechnologisch onderzoek, waaruit ook weer bedrijfjes ontstaan. Studenten die bedrijven opzetten kunnen weer managementonderwijs krijgen in Rotterdam.”

Roel in ’t Veld, tegenwoordig bijzonder hoogleraar governance and sustainability in Tilburg, ziet ook voordelen in de fusie, waarvan hij overigens geen details zegt te kennen. Als directeur-generaal op het ministerie van Onderwijs stimuleerde hij ooit een – later opgeheven – gemeenschappelijke studierichting bestuurskunde in Rotterdam en Leiden. Eén Zuid-Hollandse universiteit biedt volgens hem veel schaalvoordelen. „Er zijn administratieve besparingen, op langere termijn zie ik een voordeel in het creëren van een krachtig Hollands bolwerk in Europa dat sterk genoeg is om de concurrentie met de andere Europese universiteiten aan te kunnen.”

Het is maar de vraag of een fusie helpt om de top te bereiken, zegt Hans Schenk, hoogleraar economie in Utrecht. Schenk toonde ooit aan dat driekwart van de fusies in het bedrijfsleven mislukt: „Fusies van universiteiten zijn nooit onderzocht, maar mijn idee is dat er overeenkomsten zijn met bedrijfsfusies.”

Juist de vorming van echt grote instellingen schept hogere kosten en meer bureaucratie, leren volgens Schenk de fusies van bijvoorbeeld hbo-instellingen, corporaties en ziekenhuizen: „Dan denkt het bestuur van zo’n fusie-instelling: we zijn groot, we hebben extra personeel en een hoofdkantoor nodig.”

De scepsis van Schenk leeft ook in de politiek. Dat komt mede door de afschrikwekkende gevolgen van de schaalvergroting in het hoger beroeps onderwijs, met hogeschool InHolland als berucht voorbeeld. De Tweede Kamer en staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) hebben dan ook al aangegeven geen verdere schaalvergroting te willen.

Dat is lastig voor de Zuid-Hollandse universiteiten, omdat voor de fusie een wetswijziging nodig is. In de Wet op het hoger onderwijs staan de instellingen met name genoemd; de namen van de drie afzonderlijke universiteiten zouden dus vervangen moeten worden door één nieuwe.

De bestuurders van de drie universiteiten moeten dan ook op eieren lopen, zegt Noorda van de VSNU: „De fusie staat of valt met medewerking van wetenschappers en andere medewerkers. Ook de precieze vormgeving van de krachtenbundeling luistert nauw. Je wilt niet dat het leidt tot een mastodont van een onderwijsinstelling. Je moet de menselijke maat houden. Dit is een gecompliceerde operatie die je stap voor stap moet doorlopen. Het is ook delicaat. Je moet rekening houden met veel processen en partijen. Juist in een universiteit, waar veel onafhankelijkheid en autonomie bestaat, moet je behoedzaam opereren. Ik heb alle vertrouwen dat de bestuurders dit zorgvuldig doen.”

Volgens voorzitter Dirk Jan van den Berg van het college van bestuur van de TU Delft komt de fusieberichtgeving te vroeg: „We willen graag zelf het moment kiezen. En dan is de opening van het academisch jaar inderdaad zo’n moment. We moeten nog goed afstemmen wat we precies gaan zeggen, want je kunt het vlug verpesten. Het is een gevoelig onderwerp waarbij de academische gemeenschappen goed betrokken moeten worden. Daar zijn we mee bezig.” Gaat de nieuwe instelling Universiteit Leiden heten? „Dat zou kunnen.”