Lang leve het nieuwe ambacht

In het specialistisch vakonderwijs voltrekt zich een stille ramp: meesters houden er mee op, gezellen hebben er weinig trek in. Terwijl er juist groeiende behoefteis aan innovatieve vakmensen.

amsterdam studiolaarmans voor verhaal over ambacht polijsten tafelblad met wolfram coating foto rien zilvold

U kent het wel: de keukenkraan lekt, de voering van uw jas scheurt uit, u voelt een verontrustend zachte plek in de houten stijl van uw voordeur of uw oude horloge – een erfstuk - houdt er ineens mee op. Geen echte rampen. De ramp begint pas als u op zoek moet naar een specialistische vakman of -vrouw die het probleem ‘eventjes’ voor u oplost.

Dat begint vaak met een aarzelend belrondje langs vrienden en familie. „Had jij laatst niet een mannetje dat…”, om dan via Google of de Gouden Gids op een adresje te stuiten ver buiten uw eigen woonplaats. Ze zijn er nog wel, de kleermakers, loodgieters, timmermannen of horlogemakers, maar het lijkt wel een bedreigde menssoort aan het worden.

En daar hebben we het zelf naar gemaakt, schrijft SOS Vakmanschap in het manifest waarin de Samenwerkenende Organisaties Specialistisch Vakmanschap aandacht vragen van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, CDA) voor de zwanenzang van de ambachtsman. De aandacht voor de Kenniseconomie met een grote K heeft de ‘kunde-economie’ verder in de schaduw gezet.

Vooral in het beroepsonderwijs voltrekt zich volgens betrokkenen een stille ramp. Het mantra van grootschaligheid in het onderwijs heeft kleine specialistische vakopleidingen in het nauw gebracht. De ‘competenties’ werden algemener geformuleerd, waardoor vakkennis en vaardigheden plaats moesten maken in het curriculum. En de specifieke vakopleidingen die er nog zijn, kampen inmiddels met een enorme vergrijzing en ontgroening. De meesters gaan met pensioen en de instroom van jongeren daalt fors. Het ambachtelijke handwerk is niet erg sexy onder jongeren.

Dat is meer dan zorgelijk volgens Hans Nelson, directeur van Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) dat zo’n 80.000 ondernemingen vertegenwoordigt. „In de Nederlandse ambachtseconomie is nog altijd 11 procent van de beroepsbevolking werkzaam. Dat zijn bijna 1 miljoen vakmensen. Die zitten in de haarvaten van onze economie. Ze zijn niet altijd als groep zichtbaar maar ze zijn wel essentieel.”

Nederland telt zo’n 260.000 ambachtelijke ondernemingen. Hoewel de omzet in de ambachtseconomie in 2010 een lichte stijging laat zien van 2 procent (tot 110 miljard euro), is er volgens Nelson alle reden de noodklok te luiden. „Tot 2020 hebben we, binnen de opleidingen en de bedrijven, minimaal een kwart miljoen nieuwe vakmensen nodig om aan de vraag te voldoen.”

Het groeiende tekort aan vakmannen en -vrouwen is niet alleen een Nederlands probleem. In buurland Duitsland ging vorig jaar een dure campagne Das Handwerk van start met een intrigerend filmpje dat zelfs een bioscoopvariant kreeg. We zien daarin een vrouw in een lunchroom een broodje eten dat in haar hand verpulvert tot een hoopje meel. De letters van haar krant schuiven als regendruppels van het papier. De ordner van een man op kantoor valt onder zijn handen uit elkaar, de schroeven in zijn opbergkast draaien zich als vanzelf uit de stijlen. Dan volgen de rampen elkaar in razend tempo op. Hakken breken van schoenen, gebouwen storten in, kleding valt in afleveringen van het lijf, deuren vallen uit auto’s, asfalt scheurt open….

Aan het eind van het spectaculaire filmpje zien we – vrijwel naakte – mannen en vrouwen in een desolaat landschap vergeefse pogingen ondernemen vuur uit stenen te slaan. Slagzin: ‘Hoe zou het leven zijn zonder handwerk?’

„Een prachtig filmpje”, vindt Hans Nelson. Hij had het graag in Nederland willen lanceren, maar zelfs het vertalen van de campagne voor de Nederlandse situatie was voor de ambachtslobby te duur. „In Duitsland is de nood net zo hoog als in Nederland, maar een breed opgezette imagocampagne van 5 miljoen euro zit er bij ons niet in. Wel haken we in september aan bij de Duitse Tag des Handwerks en zullen we ‘De Nacht van het Ambacht’ in Nederland organiseren”, zegt de directeur van het HBA met enige trots.

Het beroerde imago van de ambachten onder jongeren is een groot probleem. „Voor hen heeft het woord ‘ambacht’ een hoog mandenvlechtersgehalte”, zegt Nelson. „Ze associëren het verleden, met lage salarissen en dito status terwijl het tegendeel vaak waar is. Goede vakmensen verdienen gemakkelijk meer dan een modaal salaris.” Als de schaarste aan goede vakmensen doorzet, is het een kwestie van tijd dat een goede loodgieter even duur is als een advocaat.

Is het echt zo somber gesteld met de toekomst van de maakindustrie in West-Europa? Lucas Hendricks, strategisch adviseur creatieve industrie en ambachten, ziet ook lichtpuntjes. In opdracht van de gemeente Amsterdam verdiepte hij zich onder andere in de rol die vakmensen kunnen spelen in met name de opkomende creatieve industrie.

„De komende generatie zullen we juist een opleving zien, zeker in de combinatie tussen oude en innovatieve nieuwe ambachten: de hypercrafts”, zegt Hendricks. „Maar dat zal wel een andere rol vragen van ambachtsmensen en opleidingen.”

De tijd van zomaar outsourcen van het maakwerk naar lagelonenlanden als China en Bangladesh is binnenkort echt voorbij, zegt Hendricks. Adviesbureau Boston Consulting Groep heeft becijferd dat het omslagpunt al in 2015 bereikt zal zijn. „Niet alleen stijgen de loonkosten, transportkosten en eigen afzet in die landen, ze eisen zelf ook een andere rol op. Van: ‘Made in China’ naar ‘Create in China’.”

„Tegelijkertijd vragen wij in het Westen in toenemende mate om unieke producten die passen bij onze identiteit. De lange ketens tussen het ontwerpen en het produceren van producten blijken dan risicovol. Alleen al voor een heldere communicatie en de wisselwerking tussen maker en bedenker van een product, zullen de brains en de hands in de nabije toekomst weer samen op een plek komen”, voorspelt Hendricks.

Vooral in de creatieve industrie ziet hij hoopvolle ontwikkelingen. In 2010 bood de creatieve sector in Nederland werk aan 172.000 mensen, goed voor een omzet van 7,1 miljard euro. „Er ontstaan gespecialiseerde nieuwe ambachten met ICT-toepassingen in de wereld van communicatie, mode, internetspellen, architectuur en design.

Dutch design bijvoorbeeld heeft internationaal een goede reputatie. Het gaat om unieke producten die ontstaan in cocreatie tussen designers en ‘slimme handen’. Een kast, een bank of een unieke lamp. Er is een groeiende behoefte aan vakmensen die behalve met een hamer, een schaar of een lasapparaat, ook overweg kunnen met een iMac, de hamer van nu.”

Met die ‘hypercrafts’ heeft de maakindustrie volgens Hendricks goud in handen. Maar een zwakke schakel blijft de innovatie en kwaliteit van specifieke vakopleidingen, zeker op mbo-niveau. „Er zijn wel kleinschalige vakopleidingen en enkele hbo-opleidingen die goed inspelen op de nieuwe combinaties. Maar de sector heeft ook behoefte aan een tussenniveau van creatieve maakopleidingen op een mbo 5-niveau, ambachtsscholen nieuwe stijl die dicht op de bedrijven zitten.”

Hans Nelson van Hoofdbedrijfschap Ambachten beaamt dat. Hij vestigt zijn hoop op minister Van Bijsterveldt. „Ze heeft toegezegd het voortbestaan en de innovatie van specialistische opleidingen scherp in de gaten te houden. SOS Vakmanschap gaat een meldpunt inrichten dat tijdig knelpunten in de opleidingen moet signaleren.”

Het ambacht is niet dood. Lange leve het nieuwe ambacht.