'Ik had te veel ontzag'

Naam: Hennie Kuiper

Leeftijd: 62

Tourprestaties: drie ritwinsten (1976,1977, 1978), tweede in algemeen klassement (1977, 1980)

„Ik was eigenlijk niet zo een goede klimmer. Ik was al 26 toen ik mijn eerste Tour reed, een laatbloeier dus. Alpe d’Huez is geen Nederlandse berg. We hebben er uiteraard al acht keer gewonnen. Dat moet je niet vergeten, want dat waren stuk voor stuk heuse sportprestaties. Maar het is al lang geleden. De wens is een beetje vader van de gedachte. Die berg ligt ons niet noodzakelijk beter dan de andere. Dat van die Nederlandse winnaars speelde wel in mijn tijd. Ik haalde daar veel motivatie uit. Zoetemelk had het jaar voor mij gewonnen. Als hij dat kan, kan ik dat ook, dacht ik.

„Toen ik in 1977 won was dat vooral revanche op mezelf. Ik was zeer teleurgesteld het jaar ervoor. Ik reed in de regenboogtrui, won een rit in het Belgische Bornem, maar slaagde er net niet in de gele trui te dragen. De eerste kilometers van Alpe d’Huez zag ik verschrikkelijk af. Gaandeweg kwam ik erdoor. De laatste kilometer is onbeschrijfelijk. Ik besefte dat ik het ging halen. Ik kon de overwinningsmuziek al horen. Die laatste vijfhonderd meters zijn een mix van intense blijdschap en zware vermoeidheid.

„Ik heb twee keer op Alpe d’Huez gewonnen. Toch kwam ik in 1978 als tweede over de streep. Pollentier won de rit, maar werd betrapt op doping. Ik zat vooraan toen ik hem op 35 kilometer van het einde zag wegrijden. Zelfmoord, dacht ik. Ik kon mee, maar ik dacht hij stil zou vallen. Ik was echt goed die dag. Het is de enige bergrit waarin ik Hinault heb kunnen lossen. Dat ik niet als eerste over de streep ben gereden, laat me koud. Ik heb die rit gewonnen.

„Ik had best de Tour eens kunnen winnen. Fysiek kwam ik niets te kort. Ik was geen uitzonderlijk goede klimmer, maar had een groot recuperatievermogen. Ik heb ook een paar keer pech gehad. In 1978 was ik zeer goed in conditie, maar ik brak mijn sleutelbeen toen ik op kop reed in de etappe naar Morzine. Te weinig geluk gehad? Geluk bestaat niet, dat dwing je af. Ik ben twee keer tweede geworden. Achteraf gezien had ik een van die twee keer moeten winnen. Ik had zo veel ontzag voor de grandeur van die Tour. Op het moment zelf heb ik nooit beseft hoe dicht ik wel bij die Tourwinst was. Ik heb ook de pech gehad dat ik in de dominante generatie van Bernard Hinault en Laurent Fignon heb gekoerst. Ik was een goed ronderenner, maar tegen de absolute toppers kon ik niet op.”