Graf Hess, trefpunt voor neonazi's, is geruimd

Het graf van Adolf Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess, een soort bedevaartsoord voor neonazi’s, is deze week geruimd. Ondanks een gerechtelijk verbod trokken ieder jaar duizenden rechts-radicalen naar het graf in het Beierse dorpje Wunsiedel, meestal op 17 augustus, de sterfdag van Hess.

In oktober moest het grafrecht worden verlengd. Het gemeentebestuur van Wunsiedel wilde het zover niet laten komen en ging met de kleindochter van Hess praten. Zij besloot het graf te laten ruimen. De botten van Hess zullen worden verbrand; de as wordt op zee uitgestrooid. Plaatsvervangend burgemeester Schöffel: „We kunnen alleen maar zeggen: God zij dank.”

Rudolf Hess pleegde op 93-jarige leeftijd in de gevangenis voor oorlogsmisdadigers in Berlijn-Spandau zelfmoord. Na de Tweede Wereldoorlog was Hess tot levenslang veroordeeld. Zijn verwanten respecteerden z’n wens om in Wunsiedel te worden begraven, waar de familie van Hess ooit een vakantiewoning had. Toen eenmaal bekend was dat ‘de laatste nazi’ daar begraven lag, trokken er al snel nieuwsgierigen heen; later voornamelijk neonazi’s.

Hess hoorde tot de vroegste volgelingen van Adolf Hitler. Wegens zijn trouw benoemde de Duitse dictator hem in 1933 tot zijn plaatsvervanger. Maar Hess zocht aan het begin van de oorlog eigenmachtig contact met de Britten. Op 10 mei 1941, kort voor de Duitse overval op de Sovjet-Unie, vloog Hess naar Schotland. Via een contact daar zou hij hebben willen proberen om Londen een vredesvoorstel te doen. Het plan mislukte en Hess werd door de Britten opgesloten. In Duitsland verklaarde Hitler hem voor gek. De vlucht van Hess is nooit helemaal opgehelderd.