Geen sporen nalaten

Soms lees je een redenering die overtuigend lijkt, maar die je toch niet overtuigt. Dat stimuleert. Ik las een weergave van een discussie tussen scholieren en een leraar. Hij probeert hen te prikkelen. Het ging over vrijheid. Het krijgen van kinderen beperkt je vrijheid, werd gezegd. Liefde beperkt je vrijheid. Je moet je daarvoor afsluiten, zegt leraar Michiel de Ruyter. Maar, werpt een van zijn leerlingen tegen, „dan mis je het belangrijkste in je leven!”

„Als je zo nodig verliefd wilt worden, mis je je vrijheid – wat is belangrijker?”

De discussie staat in de nieuwe roman van Robert Anker, Oorlogshond. Dit is een ongemeen fascinerend boek. Het staat tjokvol overwegingen en standpunten waarover de lezer zelfstandig mag nadenken. De schrijver is niet van plan om die lezer voor te kauwen hoe hij een en ander moet zien. Hij draagt stof aan – en wat voor stof! Nietzsche, Homerus en Plato springen steeds tevoorschijn, maar ook de zeer hedendaagse, Italiaanse schrijver en filosoof Alessandro Baricco, met zijn hedendaagse ‘barbaren’, en allerhande politieke ideeën en filmische beelden. Het is meeslepend, vol actie, met speelse brille geschreven en enorm belezen. Wat een boek – ongelooflijk.

Deze kwestie over de vrijheid is hieruit maar één losse woordenwisseling, maar geen onbelangrijke. Ze komt in allerlei heel wat ingewikkelder gedaantes terug.

De leraar lijkt een overtuigend punt te hebben. Vrijheid is natuurlijk het belangrijkst.

Dat denk je ongeveer tien seconden. Daarna stel je de gebruikelijke vragen. Wat is vrijheid – en vrijheid waarvan of vrijheid waartoe?

Liefde maakt onvrij, zeker, net als bijvoorbeeld bezit. Zodra je iets hebt wat je wilt beschermen en bewaren, ten koste van veel, zo niet alles, ben je niet meer volkomen vrij. Daarom mogen priesters niet trouwen. Daarom vroeg Jezus zijn volgelingen om alles achter zich te laten, om hem te volgen. Je kunt je niet volledig wijden aan een ideaal als je je zorgen maakt om je vrouw, je geliefde of de kinderen die alleen thuis zijn. Zodra je van iemand houdt, wil je dat diegene gelukkig is. Dat geluk van die ander zou weleens kunnen bestaan uit dingen die je zelf niet per se wilt, uiteenlopend van alles samen doen tot strenge roosters met taakverdelingen. Je bent dus onvrij.

Liefde bindt een mens aan het leven en aan duizend kleine zorgen. Wie zegt: „dit leven is het niet, er moet iets hierna komen”, kan niet tegelijkertijd een voorvechter zijn van aardse liefde. Ook wie kosmische gemoedrust nastreeft – dat doen veel filosofisch-religieuze stromingen – moet proberen om zich niet te veel te hechten. Hij moet zichzelf genoeg zijn en anderen zo vrij laten dat die dat ook zijn, opdat niemand elkaar claimt of vasthoudt. Probeer het maar.

Als je zo’n uitspraak even overweegt, merk je dat de woorden ‘vrijheid’ en ‘liefde’ vele maten te groot en te abstract zijn. Ineens voel je goed wat slimme redenaars, volksmenners en politici doen. Ze gebruiken grote begrippen. Deze klinken positief, maar de details, die nu juist het leven uitmaken, zijn hierin niet te vinden.

De leraar in Ankers boek – al slaat ‘leraar’ als beschrijving van deze classicus annex huursoldaat nergens op – slaagt er niet in om zich niet te hechten. Doordat hij zich hecht, lijdt hij verliezen. Tot zijn ontzetting maakt hij uiterst pijnlijke periodes van rouw door. „Hij kon maar niet begrijpen dat je de rouw, die je niets oplevert, die je vastbindt aan het verleden, die je verhindert door te gaan met je leven, niet kon overslaan.”

Dat is ook zo’n zin. Van iemand houden bindt je aan de tijd en aan het heden, maar ook aan het verleden. Zelfs olifanten rouwen. Als vrijheid betekent dat alles voorbij kan gaan zonder sporen na te laten, wat geven we dan om die vrijheid?

Of is dat juist zo’n ingeslepen idee, waar je niet makkelijk omheen kan denken? Wordt het nalaten van sporen, in je geest en in de wereld, overschat? Zou je eerder spoorloosheid moeten nastreven? Betekent ‘vrijheid’ ook zoiets als weg met de geschiedenis, anders dan als eventueel leerzaam voorbeeld?

Dit moet haast wel. Geschiedenis schrijven, betekenis geven aan de geschiedenis, is een vorm van hechten. In de roman Wachten op de barbaren van J.M. Coetzee zijn de barbaren degenen die geen geschiedenis schrijven. Ze zijn niet onvergelijkbaar met de hedendaagse barbaren van Baricco. Ze bouwen niets duurzaams. Ze blijven nergens. Ze bewaren niets. Ze zijn vrij. Ze zijn ongelooflijk onbegrijpelijk voor degene die probeert om zich voor hen te interesseren. Hun geschiedenis, die henzelf niets kan schelen, maakt voor de buitenstaander juist hun menselijkheid uit – hun verleden, hun gewoontes, hun gevoelens. Deze dingen vindt de buitenstaander betekenisvol.

Deze dingen vinden ook wij betekenisvol, voor onszelf. Betekenis is een belangrijk onderdeel van zinvolheid.

Hecht je geen waarde, of alleen maar een hoogst tijdelijke, aan uitingen, gebaren, voorwerpen en aan geschiedenis, dan neemt de betekenis van het leven snel af. Je hebt geen pijn meer, dat niet. Je bent vrij – zinloos vrij.