Geef dat beetje cultuurgeld niet meer aan ambtenaren

Is het zo erg dat kunst wordt gekort? In Rotterdam hebben ambtenaren slechts domme dingen gedaan met het geld, betoogt Ted Langenbach.

Mijn eerste, emotionele reactie op de bezuinigingen op kunst en cultuur was: zijn alle artiesten die ons uitdagen tot verandering, de pineut?

Ik twijfel. De overheid loopt gemiddeld vijf jaar achter op nieuwe culturele ontwikkelingen en grote bedrijven gemiddeld drie jaar. Het creëren van frisse uitingen komt in het overgeorganiseerde Nederland nog maar mondjesmaat voor.

In Rotterdam pompte het vorige college van B en W tientallen miljoenen cultuureuro’s in Rotterdam-Zuid, in te late urbanhypes en in leuke dingen voor yuppen. Waar de zwarte gayscene in New York de hiphop al decennia als mainstream ziet en tongzoenend op muziek van Jay-Z de dansvloer penetreerde, werden de Rotterdamse jongeren met subsidiegeld onderverdeeld in zwarte en blanke hokjes. Zelfs jongeren voor wie het geld was bedoeld, begrepen niet wat de politiek bedoelde, hoewel deze stad juist veel talent herbergt.

Miljoenen euro’s zijn met het piswater de Maas in gespoeld. Bij het vrijdenkende culturele uitgaanspubliek ontstond vooral onbegrip. Veel creatieve expats verlieten de stad.

Anno 2011 heeft Rotterdam geen poppodium en geen goede clubs meer. Door oneerlijke concurrentie zijn de parels van de stad om zeep geholpen. Muziekstijlen als techno, new disco, house en pop werden zelfs verbannen uit de stad. De veiligheidsparanoia heeft ertoe geleid dat vooral kleine organisaties, met een vernieuwende programmering, de kosten van veiligheid niet meer konden opbrengen.

Dit is paradoxaal. Een levendig undergroundklimaat leidt tot een scherpere en inhoudelijkere mainstream. Hoe meer leuke dingen in de stad gebeuren, des te beter het is voor het gevoel van veiligheid.

Veel te veel instituten, incapabele adviseurs, kwartiermakers en dubieuze kunstpausen hebben met veel geld het imago van kunst en jongerencultuur in de stad verneukt.

Genoeg creatieve ondernemers verdienen nog maar tussen de 0 en 300 euro per maand. Ambtenaren, gelieerd aan kunstinstellingen, verdienen tussen de 3.000 en 13.000 euro per maand. Ambities van echte cultuurvernieuwers houden ze tegen. Jammer genoeg hebben politici die zo veel vooroordelen hadden over deze sector, gelijkgekregen.

Tegen staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) zeg ik: als er weer geld voor kunst en cultuur is, geef dit rechtstreeks aan de echte verheffers en niet aan die bureaucratische types die al jarenlang nieuwe kunstuitingen vertragen. Mecenassen zullen dan meer vertrouwen krijgen in kunstenaars met frisse ideeën, zonder dat de overheid hinderlijke, oneerlijke concurrentie in de hand werkt.

Ted Langenbach is zelfstandig cultureel ondernemer in Rotterdam.