Euro is nog niet echt gered...

De slag om de euro lijkt gisteren te zijn gewonnen. Maar de ervaring met de eurocrisis, die nu al anderhalf jaar duurt, leert dat het even duurt voor de mist is opgetrokken. Al diverse malen eerder heeft zich een scenario afgespeeld waarin de crisis zich op de financiële markten verdiepte, er besmettingsgevaar voor andere landen dreigde en de Europese politiek pas onder zware druk een definitieve oplossing produceerde, waarna de rust kon wederkeren.

De eerste reacties waren alle eerdere keren ook gunstig. De financiële markten reageerden telkens opgelucht. Maar als na enige tijd de details helder werden, moest worden geconcludeerd dat de oplossing in wezen nog even ver weg was. En dan begon de crisis weer opnieuw.

Die ervaringen uit het verleden rechtvaardigen enige scepsis over het gisteravond behaalde resultaat. Duitsland, met steun van Finland en Nederland, sleepte uit het vuur dat de financiële sector moet meebetalen aan de reddingsoperatie voor Griekenland. Zij staan voor een vrijwillige bijdrage van 37 miljard euro ingeboekt in het reddingspakket voor Griekenland, dat 109 miljard euro bedraagt.

Maar als er sprake is van vrijwilligheid, doen dan ook alle banken mee? Het bedrag van 37 miljard is een schatting. Meer niet.

Een doorbraak is wel dat het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF) nu zelf staatsleningen mag inkopen van eurolanden die dreigen te verzwakken en steun aan hun banken mag geven. Dat is een gunstige ontwikkeling. Het haalt druk van de ketel bij de Europese Centrale Bank die met lange tanden deze taak op zich had genomen.

Maar de veranderingen bij het EFSF moeten wel worden geratificeerd door de nationale parlementen in de eurozone. Komt dat er van? Ook in Berlijn bijvoorbeeld?

Griekenland mag zich verheugen op een verlenging van de looptijd van staatsleningen. Bovendien wordt de rente op de directe financiële steun aan het land, evenals de rente aan Portugal en Ierland, verlaagd tot 3,5 procent. Ook dat is gunstig. Maar het verlost Athene niet van zijn staatsschuld die 143 procent van het bruto binnenlands product is, en die nog met tientallen procentpunten zal oplopen. Zal Griekenland ooit in staat zijn de schuld te voldoen of komt er later een afwaardering?

Bij deze vragen blijft het niet. Er zijn er ook vragen over de gevolgen op de financiële markten van de ‘selectieve wanbetaling’ die de Griekenland technisch pleegt als gevolg van het akkoord. Zoals dat gaat, worden die vragen pas gesteld als de vreugde over een akkoord plaats heeft gemaakt voor contemplatie. Hopelijk is de top van gisteren in Brussel geen herhaling van eerdere toppen. Want waar toen knopen leken te zijn doorgehakt, bleken ze later alleen maar vaster te zijn aangetrokken.