... en er staat een rekening open

De Europese top over de eurocrisis en de steun voor Griekenland markeerde gisteren nog eens de bijzondere politieke verhoudingen in Nederland, waarbinnen het minderheidskabinet van premier Rutte moet zien te manoeuvreren.

Voorafgaand aan het beraad van de zeventien regeringsleiders in Brussel hield de Tweede Kamer gisteren een overleg met minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA). Het parlementaire zomerreces werd ervoor onderbroken. De Kamer gaf daarin de politieke speelruimte aan waarbinnen de regering, in de persoon van premier Mark Rutte (VVD), op de eurotop moest blijven. Aan het slot van dit debat zei De Jager dat hij de PVV, de gedoogpartner van het kabinet van VVD en CDA, duidelijk níet complimenteerde met haar opstelling. Daarentegen bedankte de minister de oppositiepartijen PvdA, D66 en GroenLinks, alsmede SGP „voor de verantwoordelijke positie die zij innemen”.

En terwijl premier Rutte gisteravond het akkoord in Brussel bestempelde als „een goed resultaat voor Nederland en de EU”, liet PVV-leider Geert Wilders per tweet op twitter weten: „Maar einde euro komt dichterbij”.

Nadrukkelijk strekt het gedoogakkoord dat VVD, CDA en PVV vorig jaar met elkaar sloten, zich niet uit tot het Europa-beleid. De PVV heeft dus alle ruimte om vast te houden aan haar anti-Europese houding, waarvoor zij bij een flink deel van de bevolking steun geniet. Dat brengt kabinetsleden in een lastig parket en verklaart voor een deel ook de opstelling van Nederland in de debatten over Griekenland. Het is de politieke motivering waarom premier Rutte, in navolging van de Duitse bondskanselier Merkel, zoveel nadruk legt op de bijdrage die banken en verzekeraars aan de extra steun voor Griekenland leveren. Het verklaart ook de soms ferme taal van De Jager. Maar Tweede Kamerlid Wouter Koolmees zat er niet ver naast toen hij gisteren opmerkte dat De Jager „een PVV-geluid laat horen”, maar „een D66-beleid voert”.

Dus hoort Koolmees’ fractie, D66, tot de partijen die gisteren de inzet van het kabinet in Brussel steunden. Ook PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk herinnerde er in het overleg met De Jager met nadruk aan dat het kabinet slechts „kan doen wat in het belang van Nederland is dankzij het feit dat de oppositiepartijen de regering die ruimte bieden”.

Nu mag ook van de oppositie worden verwacht dat zij in het belang van Nederland handelt. Maar even duidelijk is dat er wel een rekening openstaat. Op een van de meest cruciale onderdelen van zijn beleid kan het kabinet niet op de steun van zijn gedoogpartner PVV rekenen. Daar zal het een keer de tol voor moeten betalen.