De geboorte van punk

Vandaag komen de eerste vier LP’s van de Ramones opnieuw op vinyl uit.

Na 35 jaar is de alles verzengende stofzuigersound van de Ramones nog relevant.

De opwinding is er nog steeds, 35 jaar nadat het razendsnelle staccato van Johnny Ramones gitaar voor het eerst uit de radio knalde. Zeven keer het vervormde A-akkoord, van boven naar beneden over de snaren geharkt, waarna de D en de E even uit mochten galmen. ‘Hey ho, let’s go’ brulde Joey en Blitzkrieg bop was op stoom, het eerste nummer van de eerste elpee van de Ramones uit 1976. Punk was geboren en toen de Ramones hun New Yorkse sneltreinmuziek die zomer voor het eerst in Londen brachten, was er bijna niemand in het publiek die daarna niet zelf een band begon. De Sex Pistols, The Clash en The Damned volgden in het spoor van opwinding dat de Ramones nalieten met hun alles verzengende stofzuigersound.

De muziek van de Ramones kwam niet uit de lucht vallen. Joey Ramone (ware naam Jeffrey Hyman) dweepte met glamrock, Alice Cooper en de meidenbands uit de stal van Phil Spector. Alle vier hielden ze van sixties-garagerock en van The Beatles. Drummer en producer Tommy Ramone had al enige studio-ervaring en liet het in vijf dagen gemaakte debuutalbum Ramones klinken als een klok. Over het imago was nagedacht: witte gympies, kapotte spijkerbroeken, te krappe T-shirts en leren jasjes. Er moest wat gebeuren in de Amerikaans popmuziek, zei Johnny naderhand over de ingeslapen sfeer die bands als The Eagles hadden gecreëerd. Glamrock sloeg niet aan in de VS, want „in het Midwesten houden ze niet van verwijfde kerels”. Dus zongen de Ramones in stoere stripfigurentaal: ‘Beat on the brat, beat on the brat, beat on the brat with a baseball bat, oh yeah!’

25 jaar en 2.263 shows hield de band het vol, met ijzersterke songs als ‘Rockaway beach’, ‘The KKK took my baby away’ en de titelsong uit de speelfilm Rock ‘n’ Roll High School. Ze werkten met sterproducers als Phil Spector en Graham Gouldman, maar behielden altijd hun eigen sound. Terwijl in de jaren 90 bands als Green Day en Metallica hun schatplichtigheid betuigden, rommelde het in de gelederen van de oerpunkband. Bassist Dee Dee moest het veld ruimen wegens drugverslaving en Joey en Johnny spraken jaren niet met elkaar, nadat de laatste er met de vriendin van de eerste vandoor was gegaan.

Joey Ramone leed aan obsessieve-compulsieve stoornis, een psychische afwijking die zijn functioneren als het boegbeeld van de invloedrijkste punkgroep ter wereld er niet makkelijker op maakte. Telkens wanneer hij ergens een lichtknopje uitzette of een deur achter zich sloot, moest het in zijn verwrongen optiek op precies de juiste manier gebeuren. Kwam hij er thuis achter dat hij het niet correct had gedaan, dan moest hij terug om de betreffende deur opnieuw dicht te doen, net zo lang tot het ‘goed’ was. Als kind leed hij aan allerlei kwalen en op latere leeftijd kreeg hij lymfeklierkanker, een ziekte die met medicijnen kon worden onderdrukt totdat hij in 2000 zijn heup brak. In het ziekenhuis keerde de kanker terug en in april 2001 overleed hij, een maand voor zijn vijftigste verjaardag.

Sinds de bandleden na een optreden in de jaren tachtig werden aangesproken door een mysterieuze Jesusfreak, heerst er volgens een hardnekkige complottheorie de ‘vloek van de Ramones’. Vlak na Joey overleden ook Dee Dee (heroïneoverdosis in 2002) en Johnny (prostaatkanker in 2004). Alleen hun muziek is er nog om de herinnering aan de strakste punkband aller tijden levend te houden. Lemmy van Motörhead schreef in 1991 al een passend eerbetoon in Ramonesstijl: ‘Keep it up, rock ‘n’ roll, good music save your soul.’