De broer zonder Verlichting

De Fransman François Arouet had twee zonen. De oudste, Armand Arouet, was een fanatieke godsvruchtige, die elk plezier van de hand wees en vrijheid zag als een diepe zonde. De jongste zoon, François-Marie, had juist groot plezier, vooral in het schrijven van satire. Hij was voor niemand bang en zag vrijheid als het grootste goed.

Armand was liefst negen jaar ouder dan François-Marie. Dat grote leeftijdsverschil bleek belangrijk te zijn. Terwijl de kleine François-Marie aan huis in alle vrijheid zijn eerste gedichten kon schrijven, zat broer Armand te bidden en blokken op een streng christelijke school. Niet zomaar streng, maar hardcore jansenistisch: een christelijke doctrine die volledige onderwerping aan God voorschreef – het enige recept tegen een postuum enkeltje hel. Armand nam de leer gretig tot zich. Hij werd een ware jansenist en ging, zoals vele Fransen in die tijd, geloven in goddelijke openbaringen via wonderen, via tekenen, en – très bizarre – via stuiptrekkingen.

De godsvrucht van Armand was zo gretig dat vader François in 1704 besloot om zijn jongere zoon naar een gematigder school te sturen: een Parijs jezuïetencollege, de beste school in het Frankrijk van toen. François-Marie mocht college volgen bij vooruitstrevende vrijdenkers.

Terwijl de grote broer de horige werd van volgzaamheid, zwoer de kleine broer trouw aan de ongehoorzaamheid.

Ongehoorzaam aan zijn vader, die wilde dat hij notaris werd; François-Marie bleef liever dichten. Ongehoorzaam aan het Franse hof en de Katholieke Kerk, die hij beschimpte en bespotte. En ongehoorzaam aan zijn naam, die hij als twintiger terzijde schoof. Voltaire heette hij nu, en nadat hij een edelman had beledigd liet hij zich in 1726 verbannen naar Engeland, waar hij verliefd werd op de ideeën van Newton. Zijn intellectuele vijand werd Blaise Pascal, een wiskundige en, jawel, een jansenist – net als zijn broer. Volgens Voltaire waren jansenisten de meest fanatieke en intolerante geesten van Europa.

Mochten de broers elkaar? Natuurlijk niet. Armand greep de verbanning van zijn broertje aan om te proberen hem te schrappen als rechthebbende op erfenissen in de familie. Ook daarna moet het flink zijn misgegaan tussen de broers, zo blijkt uit een brief uit 1728, waarin Voltaire tegenover een goede vriend zijn hart lucht over zijn broer.

„Ik heb van alles geprobeerd om zijn schoolmeesterachtige strengheid en zijn egoïstische schaamteloosheid waarmee hij mij deze twee jaar heeft onderdrukt, te verzachten. Zijn onverdraaglijke behandeling is een van mijn grootste grieven.” Toen broer Armand stierf, in 1745, kregen zijn nichtjes het meeste geld. Broertje Voltaire kreeg restjes rente.

Deze Voltaire, groot Frans Verlichtingsdenker, plaveide de weg voor een vrijere mensheid. Maar zijn broer heeft hij niet kunnen redden.

Ingmar Vriesema