'Dat méén je niet!', zegt Rob, 'wat een verháál!'

Derek Ogilvie (RTL4) is de koerier van gene zijde. In zalen, congrescentra en buurthuizen geeft hij berichten van overleden personen door aan de nabestaanden die in het publiek zitten. Ook komt hij bij de mensen thuis. Dit is een gang van zaken die in vrij korte tijd in Nederland volkomen normaal is geworden. Zijn shows zijn altijd uitverkocht en de wachtlijsten voor het huisbezoek zijn lang.

De mensen die zich door Derek onder handen laten nemen, zien eruit alsof ze allemaal door dezelfde wasstraat zijn gehaald. Het soort Nederlander dat zich vrijwillig meldt bij de sessies van het medium en dat snakt naar contact met hen die niet meer in hun midden verkeren, zien eruit als mensen van wie je „dat méén je niet!” verwacht, of „wat een verháál” of gewoon een lang ingehouden lachbui als reactie op de door Ogilvie doorgegeven berichten.

Maar in de nagesprekjes die door de bijeenkomsten gemonteerd zijn, bedienen de identiek gestyled lijkende burgers zich van een bloedserieus jargon. „Ik kan zelf ook verder, nu mijn neef heeft gezegd dat ik het los moet laten” en „toen Derek bleek te weten dat ik in februari een nieuwe televisie had gekregen, was ik om”, zijn uitspraken waar televisiewetenschappers tien jaar geleden niet van hadden durven dromen.

Wat de verwarring in het duiden van de Nederlander deze week vergroot, is een reclamespotje van Nationale Nederlanden, waarin ene Ruud Vos de hoofdrol speelt. Ruud zouden we moeten herkennen, volgens de voice-over, vooral wegens zijn „knagende gevoel”. Ruud koekeloert tijdens feestelijke bijeenkomsten wat schouderophalend om zich heen, glimlacht schuchter en laat zijn mond net zo onzeker open en dicht klepperen als Beaker van de Muppetshow. Net als ik het aarzelen en niet-weten van Ruud herken, zij het uit de vorige eeuw, transformeert Ruud van de twijfelaar in een man van stavast die zelfs het voortouw neemt bij het inzetten van een applaus! Ruud heeft namelijk zijn pensioen uiteindelijk op orde.

Elke Nederlander die deze dagen voor de camera verschijnt, komt moeiteloos uit zijn woorden, ongeacht milieu of afkomst. De moeder in de documentaire Lost Mother stond ook verbaal uitstekend haar mannetje; ze kreeg er alleen niet al haar kinderen mee terug. Rob Kamphues, daarentegen, die in zijn presentatie van De Reünie een mooi midden hield tussen dollen met z’n gasten en ze de ruimte geven, leek even met zijn mond vol tanden te staan. Thuis bij een vrouw die haar hele leven last had van dwangstoornissen, wou hij eigenlijk gaan lachen toen ze zei dat zodra de cameraploeg de deur uit was, ze alles exact terugzette zoals het hoorde. In plaats van lachen zei Rob: „Dat méén je niet!” En toen de vrouw reageerde met een rustig „jawel”, zei Rob luid: „Wat een verháál!”

Cabaretier Sanne Wallis de Vries vervangt tv-recensent Hans Beerekamptijdens diens vakantie.