'Content niet langer king'

De financiële basis onder de journalistiek brokkelt af. In het debat over de toekomst van het vak geldt de Amerikaanse auteur Tom Rosenstiel als een optimist.

De tijd dat journalisten een bijna-monopolie hadden op het verhaal wat er in de wereld gebeurde, is voorbij. Journalisten hebben concurrentie gekregen van bloggers en twitteraars, maar ook van bedrijven en instanties die rechtstreeks communiceren met hun publiek.

Tom Rosenstiel is als directeur van het Pew Research Center’s Project for Excellence in Journalism en als vicevoorzitter van het Committee of Concerned Journalists een belangrijke deelnemer in het debat over de toekomst van de journalistiek. Waar velen in dat debat reeds het einde van de journalistiek voorzien, geldt Rosenstiel als optimistisch.

Daarbij baseert hij zich onder meer op onderzoek van het Pew Center naar het bereik van nieuwssites in de VS. „Van de tweehonderd grootste nieuwssites is 87 procent van oude media. Er is dus wel publiek voor het werk van professionele verslaggevers die uitzoeken wat er is gebeurd. Dat had niet gehoeven. Ze hadden kunnen zeggen: we hoeven die kranten niet, we willen blogs lezen, en partijdige media, of andere bronnen.”

Wat is er dan veranderd?

„De crisis waarin nieuwsmedia verkeren zit hem in de omzet, niet in het bereik. Ze verdienden in de negentiende en twintigste eeuw hun geld door intermediair te zijn tussen commercie en publiek. Ze produceerden niet alleen inhoud, ze waren ook eigenaar van de pijp. In de 21ste eeuw is die pijp van apparatenfabrikanten en softwaremakers. Het idee was: content is king. Maar in de 21ste eeuw zal content geen koning zijn.

„Kennis over het publiek, daarmee is het geld te verdienen. En nieuws is maar één van de vele vormen van content die je aan kennis over dat publiek kunnen helpen. Dat is een serieuze bedreiging voor de nieuwsmedia.

„Ik ben optimistischer dan de meesten, omdat blijkt dat mensen nog steeds geïnteresseerd zijn in nieuws. Het nieuws zal overleven, maar de nieuwsinstituties die we nu kennen misschien niet.”

Geldt die interesse voor nieuws ook voor jongere generaties? Een boek als ‘Tuned Out: Why Americans Under 40 Don’t Follow the News’ van David Mindich suggereert van niet.

„Ik denk dat de werkelijkheid ingewikkelder is dan Mindich suggereert. In de verkiezingsstrijd van 2008 wisten jongeren net zo veel over Obama als ouderen. Een jaar later, toen de discussies over het plan voor de gezondheidszorg speelden, wisten ze minder. Maar ze consumeerden nog steeds nieuws. Als ik kijk naar mijn eigen kinderen: ze wisten alles over het koninklijk huwelijk. Hun definitie van nieuws is anders, maar ze sluiten zich niet af.”

Tien jaar geleden boden de gratis kranten in Europa nog een compact overzicht van algemeen nieuws. Nu staan ze vol berichten over beroemdheden.

„Toch zie je dat sites die veel bezoek trekken geen celebritysites zijn, maar algemene portals als Yahoo! en MSNBC. Een van de ideeën waarover men zich zorgen maakte als het om internet gaat, is dat als iedereen precies kan krijgen wat hij wil, er geen gemeenschappelijk referentiekader meer is. Zo werkt het niet. Bij Google News vertelden ze me dat ze verbaasd waren hoeveel mensen nooit op een verhaal klikken: ze kijken alleen of er nog wat belangrijks is gebeurd. Ze lezen alleen koppen en eerste zinnen.

„Walter Cronkite zei eens in de jaren zeventig dat 70 procent van de mensen alleen maar naar het nieuws keek om zeker te zijn dat de wereld niet aan het vergaan was. Zo werkt het nog steeds. Als je weet dat er niks is dat je per se moet weten, dan kun je naar roddelwebsites en lachen om wat er nu weer is gebeurd. Maar iedereen wist dat in Japan een tsunami had plaatsgevonden. Iedereen wist dat er een koninklijk huwelijk had plaatsgevonden. Iedereen wist dat in Egypte een revolutie gaande was.”

Het aantal journalisten bij nieuwsmedia daalt. Is er een kritische massa nodig om te garanderen dat er überhaupt plaatsen zijn waar mensen heen kunnen voor de feiten?

„Dat is de hamvraag. Dat weten we niet. Het is niet zo dat media dingen schrappen die dubbel worden gedaan. Dat zou niet eens zo slecht zijn. Een steeds groter deel van de publieke sfeer speelt zich af in de schaduw. Internetutopisten hadden ons verteld dat burgerwaakhonden alles in de gaten zouden houden, maar dat is niet gebeurd. Journalisten gaan ook steeds meer dezelfde dingen doen. De echt belangrijke verhalen wil niemand missen. Als een medium minder mensen heeft, doet het in elk geval die grote thema’s, en blijft minder ruimte over voor eigen keuzes.”

Wordt de macht dan nog wel voldoende gecontroleerd?

„Wel in Washington. Je ziet dat persbureau Bloomberg daar inmiddels driehonderd mensen heeft zitten, meer dan enig ander nieuwsmedium daar ooit had. Er zitten nu evenveel journalisten in Washington als twintig jaar geleden, alleen werken ze nu minder voor kranten en meer voor nieuwsorganisaties die hun informatie alleen publiceren voor een elite, tegen een hoge prijs. De macht wordt wel bewaakt, maar alleen voor degenen die ervoor betalen.”

Dat klinkt toch niet erg positief.

„Het lijdt geen twijfel dat dit een gevaarlijke ontwikkeling is. Geloof ik dat het goed komt? Ja. Op de lange termijn, omdat mensen informatie nodig hebben, vinden ze een manier om die te krijgen. Maar we zouden best 25 jaar tegemoet kunnen gaan waar de journalistiek slechter en slechter wordt en uiteen valt, voordat een nieuw mechanisme ontstaat dat de journalistiek zoals we die nu kennen vervangt. De publieke sfeer kan in een decennia durende duisternis worden gehuld, voordat zich een nieuw, gezonder systeem vormt.”

En u bent de optimist in dit debat?

„Ik ben optimistisch over journalistiek, maar het is moeilijk om optimistisch te blijven als je jaar na jaar ziet dat de nieuwsmedia niet innoveren. Ondanks hun verlangen om te innoveren, zijn ze er niet toe in staat.”

Wat kunnen Europeanen leren van de ontwikkelingen in de media in de VS?

„Je kunt leren van onze fouten. We zagen internet als bedreiging, niet als kans. We zagen onszelf als nieuwsproducent en advertentieverkoper, in plaats van als technologiebedrijf. We namen veel te weinig techneuten aan. En we dachten dat alleen nieuwsgaring journalistiek is, en het verpakken en bezorgen van nieuws niet.”