Buitenwijken als fletse filmdecors

Buitenlandse filmmakers zijn nog maar zo’n twee decennia welkom in Moskou. In de thriller Gorky Park (1983) moesten Stockholm en Helsinki nog doorgaan voor het troosteloze, winterse Moskou van partijleider Brezjnev. Toen de deur naar de stad eind jaren tachtig op een kier ging, en in 1991 wijd open, was Moskou een lompe, fletse verliezersstad van schietgrage gangsters, berekenende hoeren en diepzinnige bedelaars geworden. In films althans.

Sovjetfilmers hadden decennialang het rijk alleen in Moskou. Ze volgden vaak het stramien van Sovjetmusical Hello Moscow! (1946): idealistisch Komsomolmeisje met blozende wangen treft Sovjetbink die haar de wonderen van de hoofdstad van het reëel bestaand socialisme toont. Eerste kus: liefst op het uitzichtpunt voor de Universiteit van Moskou. En dan vroeg naar bed, want morgen hard werken.

Maar er was ook Moscow does not believe in tears (1979), waar de metropool een kille mensenverslinder is, die de ambities van de nijvere provinciaal Katerina vervult en tegelijk haar hart breekt. Of vindt zij alsnog ware liefde? We gunnen het haar graag, ook omdat de grote stad als hartebreker zo’n universeel gegeven is. De film won dan ook een Oscar in 1980.

Het hart van Moskou is nogal verminkt door prestigeprojecten: het door de communisten verwaarloosde St. Petersburg is geschikter als decor voor historische films. Het historisch ongerepte Kremlin is niettemin geschikt voor tsarenfilms, van Eisensteins Ivan de Verschrikkelijke (1948) tot Pavel Loengins Tsar (2009), waar we dezelfde Ivan in minder verheven gedaante zien: recreatief folterend en ‘verraders’ aan de beren voederend. Wel zo historisch.

Maar met Moskous buitenwijken is niets mis. Sinds 1975 kijken Russen op Oudejaarsdag naar de komedie The irony of fate, or ‘Enjoy Your Bath!’ Die film speelt deels in Moskou, deels in St. Petersburg, maar eigenlijk in de enorme, anonieme stadszee van Russische buitenwijken. De Sovjet-Unie had slechts een beperkt aantal types flats, alle wijken oogden hetzelfde en hadden dezelfde straatnamen. Dus kan het zomaar gebeuren dat twee mannen na een drankgelag in hun roes op verkeerde vliegtuigen worden gezet, bij aankomst katterig de taxichauffeur vragen naar de Leninstraat te rijden en plompverloren elkaars betonnen vouwdoos binnenstappen in Moskou en St. Petersburg. Dat geeft vreemde verwikkelingen met echtgenotes enzo.

En James Bond? Ook hij bleef steken in St. Petersburg, waar Pierce Brosnan in GoldenEye (1995) kostbare architectuur sloopte. Geheim agent Jason Bourne (Matt Damon) ging in 2007 in The Bourne Ultimatum wel tekeer in Moskou, al sloeg zijn lange achtervolging topografisch nergens op en lag het verkeerstempo nogal hoog voor deze nu permanent geconstipeerde metropool.