Betrapt op EGO

Op de rustdag, afgelopen maandag, zeggen de gebroeders Schleck dat ze er vertrouwen in hebben. Contador lijkt hen niet dezelfde als vorig jaar. Zij zijn sterker. Zij gaan voor geel. Ik hoop het. Ik heb ze in mijn Tour de Kans-klassement.

Ze doen een beetje denken aan de Winklevoss-tweeling, de ‘Winklevii’ , uit The Social Network, de superatletische, eeneiige tweeling die het tegen Facebook-bedenker Mark Zuckerberg opnemen. Moeten ze iemand inhuren om Zuckerberg verrot te slaan? Nee, zegt de een: ‘We can do that ourselves. I’m 6’5", 220, and there’s two of me.’

Volgens Mart Smeets, in de voice-over, gelden de broers als de filosofen van het peloton. Die rustdag geven ze een persconferentie waarop ze dingen zeggen als: ‘Als de zon elke dag schijnt, dan heb je nooit mooi weer’, en ‘We zijn geen wonderdoeners. We strijden op de fiets. We maken geen geneesmiddel voor kanker ofzo.’

Vooral Andy Schleck lacht er wat sardonisch bij wanneer hij praat, alsof hij iets weet wat niemand anders weet, alsof ze de Tour al beslist hebben.

De volgende dag reed Contador de Schleckjes helemaal zoek op een klimmetje van de tweede categorie, onderweg naar Gap. Bij De Avondetappe gaf Mart Smeets commentaar; de grote mond van de gebroeders Schleck werd afgestraft, hoogmoed voor de val, etc. Marts Smeets zei het zoals hij dat kan, met een ik-verbaas-me-nergens-meer-over-blik, in zijn knallend gekleurde overhemd.

Op de satirische website De Speld lees ik ‘Mart Smeets betrapt op gebruik EGO’: ‘In het bloed van televisiepresentator troffen dopingcontroleurs abnormaal hoge eigenwaardes aan, een indicatie voor het gebruik van EGO. Dit middel vergroot de zelfingenomenheid en verkleint het vermogen tot zelfrelativering.’

Mijn vader belde me vroeger altijd tijdens de Tour. ‘Kijk jij ook naar onze vriend?’ Dan bedoelde hij Smeets. En ja, ik keek altijd. En nog steeds. Onze andere Tourvriend was Lance Armstrong, (die weer bevriend was met Smeets) van wie we allebei fan waren. Veel mensen vonden hem arrogant. Maar hij won de Tour, zeven keer, en vond ook geen ‘geneesmiddel tegen kanker ofzo’ uit, maar werd wel een symbool in de strijd tegen de ziekte en liet als geen ander zien dat je kunt genezen en jezelf overstijgen.

Later zag ik op een oncologie-afdeling een meisje onbedaarlijk huilen en op Lance Armstrong schelden. Armstrong lult maar dat als je hard genoeg knokt, je kunt genezen. Nou, mooi niet dus, schold ze. Familie zat om haar heen. Vandaag gaat het peloton de Alpe d’Huez op.

JOOST DE VRIES