Banken helpen mee, maar hoeveel?

De ministers van Financiën waren er niet bij in Brussel maar de bestuurders van Europa’s belangrijkste banken wel. In het EU-gebouw, waar de regeringsleiders van de eurolanden tot gisteravond laat aan het nieuwe reddingsplan voor Griekenland werkten, zaten Josef Ackermann en Baudouin Prot dichtbij het vuur.

De topmannen van respectievelijk Deutsche Bank en BNP Paribas hadden volgens bronnen geen toegang tot de vergaderzaal van de ingelaste politieke top, maar hielden de ontwikkelingen vanuit een belendende kamer wel goed in de gaten.

Logisch zou je zeggen, want het nieuws met de grootste symbolische waarde uit Brussel was gisteravond: de banken doen mee!

De Europese financiële instellingen (naast banken, ook verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen) die voor miljarden in Griekse staatsobligaties hebben geïnvesteerd gaan meebetalen aan het als ‘Europees Marshall Plan’ gepresenteerde akkoord. De bijdrage van de private sector aan de redding van het wankelende Griekenland was een harde eis van een aantal Europese lidstaten, Duitsland en Nederland voorop.

Wat het praktische resultaat van de top zal zijn, is een dag later nog niet volkomen helder. Gisteravond verschenen twee documenten: een persbericht van de Europese Commissie en een van het Institute of International Finance (IIF), de internationale lobbyclub van de financiële sector. De bedragen in beide stukken lopen uiteen. Volgens de Commissie behelst het nieuwe steunpakket van Europese overheden voor Griekenland „naar schatting” 109 miljard euro.

Daarbovenop zullen de banken c.s. de komende vier jaar, eveneens naar schatting, 37 miljard euro voor hun rekening nemen. Dat doen ze door bestaande staatsobligaties om te zetten in nieuwe obligaties, met een langere looptijd en tegen een lagere rente. Daarnaast zullen de banken voor 12,6 miljard euro aan schuldpapier terugkopen, wat hun bijdrage op een kleine 50 miljard brengt.

Het IIF komt uit op een totaal van 54 miljard euro voor de banken, waarvan 13,5 miljard aan schuldenreductie. Uiteindelijk loopt de „vrijwillige bijdrage” van banken tot eind 2020 volgens Brussel op tot 106 miljard; volgens het IIF tot 135 miljard.

Het IIF verwacht dat het totale pakket aan maatregelen tot een netto waardeverlies van de Griekse staatsobligaties van 21 procent zal leiden. Dat is aanmerkelijk minder dan de aanname van 36 procent waardevermindering in de recente stresstest voor Europese banken.

De Nederlandse bank-verzekeraar ING moet het antwoord schuldig blijven wat precies haar bijdrage aan het gepresenteerde plan zal zijn en hoe die precies in elkaar zit. ING is de enige Nederlandse instelling die door het IIF met name werd genoemd, in een rijtje van dertig reeds toegezegde deelnemers. ING heeft met zowel zijn bank- als verzekeringstak voor zo’n 1,4 miljard euro aan Griekse staatsobligaties uitstaan, op een balanstotaal van ruim 1.300 miljard.

Rabobank, met 240 miljoen euro aan Griekse staatsobligaties op de balans vermoedt dat ook in Utrecht zal worden aangeklopt. „Vrijwillig is in dezen een rekbaar begrip”, zegt een woordvoerder. „Ik kan me niet voorstellen dat wij niet zullen meedoen.”

Beleggers reageerden vanochtend opgelucht op de uitkomst van de top. Aandelenkoersen van Europese banken en verzekeraars sprongen op alle beurzen met procenten omhoog.

Commentaar: pagina 2

In het nieuws: pagina 3-5