Column

Arme Ben!

Ben Knapen, onze huidige Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking, was ooit hoofdredacteur van deze krant. Zodoende heb ik als columnist een keer met hem gesproken over mijn salaris. Hij kwam zonder geld naar Amsterdam. Ik trok daaruit mijn conclusie en diende mijn ontslag in. Opeens bleek Ben een zak vol poen in de auto te hebben. Vond ik grappig.

Ik moest daar aan denken toen ik begreep dat Ben deze week zonder centen naar de crepeernegers in Afrika ging.

Dat is een ander tochtje dan naar een weldoorvoede columnist in de Amsterdamse grachtengordel.

Wat zeg je tegen die huilende mensen? Dat Nederland geen geld heeft omdat het crisis is? Dat we onze snelwegen net aan het verbreden zijn omdat we zo’n last hebben van files?

Of zeg je gewoon dat we natuurlijk wel geld hebben, heel veel zelfs, maar dat dat niet voor hun is.

Principieel niet. En zeg je dat je zelf een partij vertegenwoordigt die de door Jezus gepredikte naastenliefde hoog in het partijvaandel heeft staan en dat je dus eigenlijk niet anders kan dan helpen, maar dat je afhankelijk bent van je baas? En Geert is de baas. En Geert en zijn achterban houden niet van bedelende negers. In hun kringen worden dat profiteurs genoemd. Die negers moeten werken voor hun geld. Net als Henk en Ingrid doen.

Het lijkt me zwaar voor Ben. Dat je oog in oog staat met mensen die weken gelopen hebben door stoffige woestijnen. En die liepen niet alleen, maar samen met hun ondervoede grut.

Dat is weer eens wat anders dan de Nijmeegse Vierdaagse. Voor hun geen gladiolen. Amper een lepel koude rijst en een doek boven hun hoofd. Een doek tegen de zinderende zon. Niks meer.

Het lijkt me zwaar voor Ben om tegen die mensen te moeten zeggen dat hij een beroep op zijn volk zal doen. Of ze iets op giro 555 willen storten.

Maar dat dat tegen kan vallen omdat zijn volk net met vakantie gaat. De rijen op de luchthaven zijn op dit ogenblik langer dan ooit. Ja, ze komen ook jullie kant op, maar dan meer aan het strand…

Die mensen zullen zwijgen. Van de honger, van de verbazing, van de radeloosheid. Van alles. Ze weten wat hier is. Ze weten wat we hebben.

De iPhones en de iPads zijn in ons land niet aan te slepen. Iedereen heeft een vloed aan app’s tot zijn beschikking. Iedereen weet elke seconde waar zijn Facebookvrienden uithangen. Dat kan je zien op je schermpje.

Jan zit in café De Schele Tijger met negen vrienden starnakel bezopen te worden. Dat weten we van elkaar. Maar de duizenden creperende hongernegers staan niet op de schermpjes. Waarschijnlijk omdat er geen bereik is in de woestijn. Te weinig masten.

Het lijkt me zwaar voor Ben om dat uit te moeten leggen. Niet alleen aan die mensen, maar ook thuis. Aan vrienden bij een etentje. Aan je kinderen voor het slapen gaan. Dat je tegen hongerlijers hebt moet liegen dat het geld er niet is.

Het geld is er wel, maar we zijn te gierig om het weg te geven. We hebben democratisch besloten het zelf te houden.

Ben heeft nu oog in oog met ze gestaan en de mededeling moeten doen. Geen geld. Sorry! Namens ons. Een volk dat zich natuurlijk gewoon moet schamen.

Heel even hoop ik dat Ben daar in Afrika teruggelopen is naar de auto, de achterbak heeft open gedaan en alsnog is teruggekeerd met dat wat die mensen toekomt. Die zak met geld. Die zak met eten en drinken! Die allereerste levensbehoeften. En dat hij heeft gezegd: „Sorry, het was een vergissing. Ik vertegenwoordig een beschaving!”

Laatst liep een zootje kunstenaars een mars voor hun eigen hachie. Dit werd de Mars der Beschaving genoemd. Nu zou een vierdaagse op zijn plek zijn. De Mars van de Schaamte. Zo rijk en dan met lege handen die kant op… Arme Ben.