Alpe d’Huez - finishen in de gekte op de Nederlandse berg

Supporters cheer on US Lance Armstrong (US Postal/USA) during the 16th stage of the 91st Tour de France cycling race, a time trial between Bourg d'Oisans and L'Alpe d'Huez, 21 July 2004. Armstrong won the stage and retained the yellow jersey as overall leader. AFP PHOTO POOL BERNARD PAPON

De finishplaats van de Touretappe vandaag behoeft eigenlijk geen introductie. 1.860 meter hoog, 1.100 meter klimmen over 13 strekkende kilometer, 21 haarspeldbochten, achtmaal een Nederlandse winnaar; dat is de Alpe d’Huez.

Het is een kunststukje dat veel fietsers op hun palmares willen bijschrijven. Op Alpe d’Huez gaan alle remmen los, bij de wielrenners en de volgers en vooral bij het publiek. Peter Winnen won er bijvoorbeeld in zijn debuutjaar 1981, op 14 juli, de Franse feestdag. Ander Tijden wijdde daar deze week nog een aflevering aan.

Maar de claim ‘Nederlandse berg’ valt eigenlijk nog alleen te rechtvaardigen door de uiterst succesvolle actie Alpe d’HuZes, want sedert 1989 (Gert-Jan Theunisse) kwam er geen landgenoot meer als eerste boven op de berg.

Al dagen tevoren nestelen toeschouwers zich in de berm of op de flankerende alpenweiden in campers en tenten, in de hoop op de dag van het grote fietsfeest de beste positie te hebben. Halve disco-installaties worden meegebracht, bierpompen, tuinstoelen, vlaggen en vooral veel verf, waarmee de weg wordt beschilderd met leuzen ter aanmoediging.

Niet altijd is het een feest om er omhoog te rijden. Dat ondervond bijvoorbeeld Lance Armstrong in de klimtijdrit naar Alpe d’Huez in 2004. Ik ben beschimpt, bespuugd en met de dood bedreigd, zei hij na afloop.