Alicante, dat is letterlijk een warm bad

Waarom zou je naar Alicante gaan?

Omdat je er versierd wordt door Don Juans op leeftijd, er elke avond vuurwerk is en je er struikelt over de barretjes.

Het is er niet tijdens de omgeleide, vier uur durende, treinreis naar vliegveld Maastricht. Het is er niet in de vertrekhal van Ryanair, waar de omroepstem aandacht vraagt voor een gevonden oorbel, maar de almaar oplopende vertraging hardnekkig negeert. Het is er niet in het vliegtuig, gevuld met conversaties als: „Zou ik straks die geblokte jurk met dat roessie aandoen, of toch die andere, die strepless…” Maar als de taxi diep in de nacht stopt in Alicante, waar het geroezemoes van een vrolijk terras opklinkt, een briesje met de warmte van een föhn langs waait en een rots met fraai uitgelichte vesting op de achtergrond fotogeniek staat te zijn, slaat het ineens ongenadig toe: een onvervalst vakantiegevoel.

Dat gevoel overkomt elk jaar vijf miljoen toeristen. Het is bijna oneerlijk hoe goed Alicante het heeft getroffen. De hoofdstad van de provincie Valencia, ideaal gelegen aan de Spaanse Costa Blanca, heeft gegarandeerd meer dan driehonderd dagen per jaar zon. De Romeinen wisten het al, dit is Lucentum, stad van het licht. Een duik in de Middellandse Zee is hier letterlijk een warm bad. Voor het betere flaneerwerk is de zeshonderd meter lange boulevard Esplanada de España aangelegd, geflankeerd door reusachtige palmbomen en verfraaid met ruim zes miljoen marmeren steentjes die de golven van de zee verbeelden. Perfecte biotoop voor de bezitters van de talloze luxe boten in de jachthaven.

Maar wacht, laat je nu niet afschrikken door visioenen van lange rijen touringcars die onafgebroken toeristen uitspugen op zoek naar Patatje van Adje en Broodje van Kootje. Die rol heeft Benidorm, dat drie kwartier verderop ligt, immers op zich genomen. Dwalend door het gerenoveerde, historische centrum van Alicante ligt het dagelijks leven voor het oprapen. Je kunt hier zomaar een folkloristische groep dansende mannen betrappen, fanatiek oefenend op hun pasjes. Of plotseling getuige zijn van een offergave in de Cathédral de St. Nicolas, een huizenhoog versierde piramide met de Maagd Maria bovenop en duizenden neerdwarrelende rozenblaadjes inbegrepen. En geen Nederlander te bekennen.

Onontkoombare bezienswaardigheid is het Castillo de Santa Bárbara, een vesting waarvan de oudste delen uit de elfde eeuw stammen, gelegen op de rotsachtige, 166 meter hoge Monte Benacantil die overal vanuit de stad is te zien. De steile klim ernaartoe is zelfs bij temperaturen van 35 graden geliefd bij mountainbikers en hardlopers. Gelukkig biedt een tweehonderd meter lange tunnel aan zeezijde – niet voor claustrofoben – met lift een comfortabeler alternatief. Blijf geduldig wachten op de man die speciaal is aangesteld om op het liftknopje te drukken. Hij komt heus. Uiteindelijk. Echt.

Kleine kans dat het uitzicht over de stad gaat vervelen, maar voor het geval dat, is er een fijn terras, en desnoods duik je in het piepkleine museumpje in de geschiedenis van de visserij, met als special effect het geruis van de golven dat krakend uit de luidsprekers komt.

Dat Alicante ook een studentenstad is, er lopen 30.000 studenten rond, 10 procent van het totaal aantal inwoners, valt vreemd genoeg nauwelijks op. Markante ouderen kleuren het straatbeeld. Hoezo grijs, als je je haar ook gitzwart kunt verven om er een perfecte Grace Kelly-rol van te maken, straalt een dame uit, middelpunt van een keuvelend groepje. En waarom zou alleen Paris Hilton een chihuahua mogen, lijkt een gedistingeerde heer te denken, een plastic zakje voor de poep al in de aanslag.

Het Parque de Canalejas, in het verlengde van de flaneerboulevard, is het jachtterrein van een viriele Don Juan op leeftijd. „Wil je geen gezelschap? Zal ik je de stad laten zien, of wacht, heb je al gegeten? Kom, ga met me mee naar huis. Ik ben een gescheiden man, ja, nou heb ik dan wel een mulata in Santa Cruz maar goed, dat is ook niet om de hoek. Bovendien, ik hou nu eenmaal van afwisseling. Echt niet? Toe? Cariñita?”

De miljoenen zo zorgvuldig gemozaïekte marmeren steentjes op de Esplanada de España zijn verdwenen onder kleedjes met nep Dolce & Gabbana-tassen, fietsende Barbies en illegale kopieën van de laatste films. Om de zoveel meter weer exact dezelfde handelswaar, die dan ook onaangeroerd blijft liggen. Want aan het eind lonkt Playa del Postiguet. Waarom eigenlijk? Elke vierkante centimeter van deze strook verzengend heet zand is bezet. Hier kleuren oma’s hun perkamenten decolleté bij en steken hun wederhelften de imposante buik trots vooruit. Giebelende meisjes in piepkleine bikini’s maken indruk op jongens met wasbordjes, en vice versa. Kunstige zandkastelen worden omvergelopen, jetski’s scheuren luidruchtig over de golven. Strandwachten kijken lijdzaam toe.

Hoe anders is de sfeer hier tegen middernacht. Als toetje van het midzomerfeest Las Hogueras de San Juan is er elke nacht vuurwerk. Alsof geleid door een afgesproken code maakt iedereen – families met klaarwakkere peuters in buggy’s, vriendengroepen gehuld in een vleugje wietlucht, straalverliefde stelletjes – in keurige rijen achter elkaar heuveltjes in het afgekoelde zand en laat het hoofd daarop rusten. Het geruis van de zee en de heldere sterrenhemel zijn in al hun clichématige romantiek al een attractie op zich. Eigenlijk leidt dat hele vuurwerk – hoe feestelijk ook – alleen maar af.

Het is moeilijk niet te struikelen over het enorme aantal barretjes, restaurantjes, cafeetjes en terrasjes dat Alicante telt. Zoek op de kaart naar de goedkoopste tapa (nog geen 2 euro): bonito de Murcia. Een heerlijk stevige, op tonijn lijkende vis. Of, en dat kan natuurlijk ook, trakteer jezelf op een gazpacho met kersen en geitenkaas in Monastrell, het restaurant van vijfsterrenhotel Amerigo in het oude centrum, dat dekt met damasten tafelkleden.

En ach, nu je er toch bent, kan jou het schelen, laat je dan in de watten leggen door het voltallige personeel, vraag de wijnkaart, bestel de tempura van calamari en red prawns, neem die tarte tatin van banaan met saffraan-toffeesaus, sla de bonbons bij de espresso niet af, zucht een paar keer heel diep maar innig tevreden en fluister dan zachtjes maar zeer gemeend: Viva España!