Verwacht geen koffie als je aanbelt

Waarom zou je naar Småland in Zweden gaan?

Omdat hier ooit de eerste Ikea ter wereld zijn deuren opende. En oud-toptennisser Stefan Edberg woont er.

Als de landing eenmaal is ingezet, blijkt de grap er eigenlijk al af. Het Zweedse Småland, beter bekend als Ikeas kinderparadijs, oogt van boven grijs en grauw. Meren, bomen, meren, bomen, aangeharkte plantsoenen en keurige rotondes. Het is flink bewolkt, dat zal niet helpen.

„Nou, we hebben fijn gepraat, hè”, zegt mijn buurvrouw bij het ontsluiten van de riemen. Ik schrik. Na een reis van anderhalf uur zwijgen klinkt haar opmerking als een verwijt. Gelukkig steekt ze de hand snel in eigen boezem. „Sorry, ik was niet helemaal mezelf. Ik was zó boos.”

De vrouw is Caro uit Nijmegen en bezoekt haar geëmigreerde broer en schoonzus. Ze blijkt in de val gelopen van Ryanair. Op internet haar meisjesnaam in plaats van haar volledige voornaam ingevuld waardoor ze op vliegveld Weeze ter plekke 320 euro moest bijbetalen voor een nieuw retourtje Småland, dat normaal 68 euro kost. „Eigen schuld.”

Aangekomen op de parkeerplaats van het vliegveld van Växjö, hoofdstad van Småland, grijp ik mijn kans. Caro wordt verwelkomd door haar schoonzus, die mij wellicht van leuke tips over de omgeving kan voorzien.

Ik tref het niet. Met mooi weer kun je hier kanoën en wandelen, maar nu ben ik volgens de schoonzus aangewezen op een bezoek aan een glasblazerij, ijzersmederij, proeftuin of geboortehuis van onbekende botanicus. Ze kijkt me onderzoekend aan. „Er schijnt in Växjö ook wel een leuk eetcafé te zijn. Maar niet met bier over straat. Dan riskeer je gevangenisstraf.”

In het centrum van het provinciestadje zoek ik naar mijn hostel. Växjö is zusterstad van Almere, stond op Wikipedia. De winkelstraat maakt duidelijk waarom.

Het hostel bevindt zich in een buitenwijk, in een barak achter het roestige toegangshek van een verlaten gemeenschapsplaats waar vroeger werd gevolksdanst en gekaart. Er is een slaapzaal met tien bedden en alleen het achterste bed is bezet. Er staat een tas, en een thermoskan.

Na een bezoek aan de plaatselijke McDonald’s word ik in de slaapzaal opgewacht door een Poolse vrouw met fleecetrui en sandalen. De vrouw is op fietsvakantie in Zweden en heeft in tien dagen tijd nauwelijks mensen ontmoet. Ze begint een spraakwaterval over haar eigenwijze moeder en de achterlijke prijzen van sommige hostels. Ze trekt met haar been, waarin ze een acute pijnscheut voelt opkomen. „Weet je wat dat betekent? Dat het morgen flink gaat regenen.”

De volgende dag stap ik het toeristenbureau binnen, op zoek naar een leuke binnenactiviteit. Er liggen folders over Växjö op de balie. ‘De groenste gemeente van Europa’, staat erop. „Nu is Växjö dat niet meer hoor”, zegt een medewerkster . „Maar je weet hoe dat gaat. Het klinkt leuk.”

Vlakbij, vertelt ze, opende de eerste Ikea ter wereld ooit zijn deuren. Vandaar de naam Småland voor alle kinderparadijzen in de wereld.

En wat nu eigenlijk dat partnerschap met Almere behelst?

„Pardon?”

Het weer is best mooi als ik per trein aankom in Älmhult, een provinciestadje ten zuiden van Växjö. De Ikea is te vinden in de Ikeastraat, vlakbij het station.

Het allereerste filiaal ter wereld blijkt nauwelijks te verschillen met de Ikea in Nederland. Ook hier worstelen bezoekers op de parkeerplaats met het inladen van hun aankopen, vinden Zweedse gehaktballetjes gretig aftrek en is Billy razend populair.

De ballenbak, sluitstuk van de middag, valt wat tegen. Ikeas allereerste kinderparadijs behelst niet meer dan een bak met ballen en een glijbaan. Als enige ter wereld blijkt het paradijs niet eens Småland te heten, wat volgens een medewerker te maken heeft met de geringe afmetingen van de ruimte. „Deze plek verdient de naam Småland niet.”

’s Avonds in het hostel is het dolle boel. Er zijn nieuwe gasten gearriveerd. Pierre uit Venlo doet in de keuken een Tell Sell-imitatie die twee Zweedse vrouwen op doorreis de slappe lach bezorgt. Het escaleert als ook de twee Indiërs die hier voor langere tijd verblijven om een pokergame te ontwerpen, wordt gevraagd iets te zeggen. Als ze beginnen te praten komen de vrouwen niet meer bij, waarna de Indiërs met hun bord rijst beledigd afdruipen naar de kamer.

Wie Småland echt wil leren waarderen, zeggen de kenners, moet naar de kust. Daar vind je duizenden eilanden waarvan velen onbewoond. Je kunt er een eiland huren of zelfs kopen en Expeditie Robinson naspelen.

Omdat daar de tijd nu voor ontbreekt omcirkelt de eigenaar van het hostel, een hippe, getatoeëerde Zweed, een andere grote attractie nabij Växjö: het huis van oud-toptennisser Stefan Edberg, ooit nummer één van de wereld. „Maar verwacht geen koffie als je aanbelt”, zegt hij. „Bij ons op de tennisclub staat hij bekend als uitermate gierig.”

Met een gehuurde fiets trek ik naar Edbergs woonhuis in Hunna, een dorpje dertig kilometer verderop. Ik fiets over doodstille wegen door eindeloze bossen langs uitgestrekte meren waar stelletjes de liefde bedrijven en hoor alleen de wind.

Net nu ik de charme van Småland begin te begrijpen, slaat de dennengeur over in mestlucht en doemt Hunna op. Hier in het dorp is het huis van Stefan Edberg niet te missen. Het zijn eigenlijk vier huizen, inclusief voetbalveld en muurtje om een bal tegenaan te slaan. Zou Edberg thuis zijn?

„Ik zag hem vanochtend nog het gras maaien”, zegt de overbuurman die naar Edbergs zilverkleurige BMW-jeep tuurt, geparkeerd naast de bescheiden rode Ford van zijn vrouw. „Gewoon aanbellen, hij moet er zeker zijn.”

Ik bel en ik bel, maar de deur aan het eind van de lange oprijlaan blijft gesloten.

Het begint te regenen en een plek om te schuilen is er niet. Een half uur lang blijf ik nog wachten en aanbellen, totdat een blik op de bedrading leert dat de bel van deze toeristische attractie natuurlijk helemaal niet is aangesloten.

Doorweekt, met zadelpijn en tegenwind rijd ik terug naar het hostel. Ik heb het hier wel gezien, bedenk ik. Freek wil graag worden opgehaald uit Småland.