Veel pluche, weinig wol

Hoe zou de Nederlandse politiek zich met Pim Fortuyn verder hebben ontwikkeld?

Hij zou op alle punten zijn gelijk hebben binnengehaald. Een alternatieve geschiedenis.

HILVERSUM:25N0V2001 Verkiezingscongres Leefbaar Nederland. Lijsttrekker Pim Fortuyn spreekt het congres toe. FOTO ROEL ROZENBURG

Je moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als Fortuyn echt was vermoord. Het zou de vijfde politieke moord in Nederland zijn geweest. Ruim zevenhonderd jaar na Floris de Vijfde, ruim vierhonderd jaar na Willem van Oranje en ruim driehonderd jaar na de gebroeders de Witt. De chaos zou compleet zijn geweest en ik vraag me af hoeveel zetels de partij van Fortuyn dan in de Tweede Kamer zou hebben gekregen.

Waarschijnlijk niet zo veel, met een dode lijsttrekker en een kandidatenlijst die niet zo’n sterke indruk maakte. Maar goed, dat zullen we gelukkig nooit weten. Het feit dat deze aanslag de vijfde politieke moord had kúnnen zijn, gecombineerd met de toenmalige politieke constellatie, heeft natuurlijk tot die enorme verkiezingsoverwinning geleid: 34 zetels voor Fortuyns LPF bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002.

Fortuyn heeft het daarna héél slim gespeeld. Hij is, ondanks zijn verkiezingsoverwinning, niet als vicepremier in het kabinet Balkenende I gaan zitten. Hij wilde zijn handen vrij hebben om zijn fractie, die hij over het algemeen ‘brandhout’ vond te reorganiseren. Hij moest een sterke partij opbouwen. Hij heeft het verlies tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 op de koop toegenomen. Nadat hij het CDA-VVD-LPF-kabinet op de JSF-kwestie had laten vallen (door consequent tegen de aanschaf van het nieuwe toestel te zijn) hoefde hij alleen het tweede kabinet-Balkenende uit te zitten. Het kabinet-Balkenende II waar hij als oppositieleider voortdurend zijn inhoudelijke gelijk haalde.

De LPF-fractie die eind 2003 in de Tweede Kamer zat, was in niets te vergelijken met ‘het brandhout’ (Fortuyns woorden) uit 2002. Nu zaten er ervaren politici die vol verve het gedachtengoed van de LPF uitdroegen, zoals Marco Pastors, die wethouder in Rotterdam was geweest.

Het tweede kabinet-Balkenende bestond uit het CDA, de VVD en D66. Inhoudelijk nam het kabinet veel van de beleidspunten van de LPF over, in een poging kiezers aan zich te binden en de partij van Fortuyn overbodig te maken. De gevestigde partijen miskenden echter het grote wantrouwen onder het LPF-smaldeel jegens de elite. Door de beleidspunten van Fortuyn te kopiëren, bewezen de gevestigde partijen volgens LPF-kiezers slechts dat ze werkelijk tot alles bereid waren om op het pluche te blijven zitten.

Dat de CDA- en VVD-bewindslieden uit het eerste kabinet-Balkenende allemaal terugkeerden was koren op de molen van Fortuyn. Hij speelde de regentenkaart volledig uit. Balkenende c.s. durfden de veilige Haagse omgeving niet te verlaten! We kennen zijn hilarische uithalen in de Tweede Kamer: ‘Ah, de paradepaardjes van de heer Balkenende!’ (wat dan op de ministers sloeg en niet op het beleid), ‘Veel pluche, weinig wol!’, ‘U bent niet gek, u bent knettergek!’ en misschien het beroemdste voorbeeld: toen hij tijdens het slotdebat over de bezuinigingen achter het spreekgestoelte een tube lijm tevoorschijn haalde en daarmee zijn papieren aan elkaar vastplakte onder het motto ‘spreken heeft geen zin, ik lijm mijn mond dicht, want dit kabinet plakt aan zijn stoelen vast!’ En het was alsof de duvel ermee speelde, want tijdens het tweede kabinet-Balkenende bleef Fortuyn, soms op een macabere manier, scoren. Hij kon zijn inhoudelijke gelijk op vrijwel alle actuele punten binnenhalen.

De Nederlandse economie maakte een periode van recessie door, wat leidde tot oplopende werkloosheid. Het kabinet stuurde daarom aan op loonmatiging en bezuinigingen bij de overheidsfinanciën. Vooral bij de sociale zekerheid vonden ingrepen plaats, zoals strengere toelatingseisen voor de WAO. Fortuyn had daarvoor allang gepleit (‘Too little, too late, mijnheer Balkenende!’).

Op 11 maart 2004 vonden in Madrid de terroristische aanslagen in de metro plaats, waarbij bijna 200 doden en 1.400 gewonden vielen. En op 2 november 2004 werd in Amsterdam de filmmaker en columnist Theo van Gogh vermoord door Mohammed Bouyeri, een radicale moslim. Op het lichaam van Van Gogh werd een doodsbedreiging aan het adres van VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali gevonden. Door de gebeurtenissen verscherpte de discussie over integratie en asiel. Dat werd nog erger toen er op 10 november 2004 in het Haagse Laakkwartier een inval werd gedaan, waarbij leden van de zogenaamde Hofstadgroep (radicale islamitische jongeren) werden gearresteerd.

Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU kwam op 29 oktober 2004 het ontwerp tot stand van een Grondwettelijk Verdrag (Europese Grondwet) voor de EU. Bij een op basis van een initiatiefwet gehouden referendum werd dit ontwerp op 1 juni 2005 afgewezen. Hoewel Balkenendes kabinet zich juist sterk had gemaakt voor aanvaarding, werd de Europese Grondwet na het referendum doodverklaard. Fortuyn was altijd al zeer sceptisch tegenover Europa en ook op dit punt werd hij gesteund door een meerderheid van het Nederlandse volk (‘Ik heb het altijd al gezegd, Europa is voor de reiskostenvergoedingen van te veel vergaderende ambtenaren’).

In 2004 werd een beperkte pardonregeling ingevoerd voor asielzoekers die al langere tijd in Nederland verbleven. Het uitzetbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers werd aangescherpt. Fortuyn had de combinatie van een generaal pardon en een strenger toelatingsbeleid al sinds 2002 voorgesteld.

Op 7 juli 2005 werden aanslagen gepleegd in de Londense metro en op een bus. Ook in Nederland droeg dit bij aan een algemeen klimaat van onveiligheid en angst voor (nog meer) aanslagen door extremistische moslims. En wie had in 2002 al beweerd dat de islam niet alleen achterlijk was, maar ook een internationaal gevaar? Juist: Pim Fortuyn.

En toen kwam de val van Balkenende II in 2006. Fortuyn greep zijn kans rond de kwestie-Ayaan Hirsi Ali. Hij had op een reeks belangrijke beleidskwesties zijn gelijk gehaald en beschikte over een sterke, eensgezinde fractie. Nu moesten er alleen nog verkiezingen komen waarvoor hij zijn potentiële electoraat moest mobiliseren en omzetten in Kamerzetels. Toen tijdens het slotdebat bleek dat Balkenende, ondanks eerdere ontkenningen, Ayaan Hirsi Ali wél onder druk had gezet om de verantwoordelijkheid te nemen voor de verwarring rond haar Nederlanderschap, viel het kabinet-Balkenende II.

De verkiezingscampagne van 2006 was Fortuyns finest moment. Op werkelijk alle punten kon hij zijn gelijk binnenhalen. Neem het debat tussen de steile Wouter Bos (die net als Balkenende van de Vrije Universiteit komt) en de flamboyante Fortuyn. Of het debat tussen Bos, Verhagen (de nieuwe CDA-lijsttrekker), Verdonk (die tijdens de VVD-lijsttrekkerverkiezingen nipt van Mark Rutte had gewonnen) en Fortuyn, waarbij Fortuyn definitief van Verdonk won door er fijntjes op te wijzen dat de VVD werkelijk alles van de LPF had gekopieerd en dat mensen beter op het origineel konden stemmen dan op een kopie. En last but not least het slotdebat, waarin Fortuyn, inmiddels zeker van zijn overwinning, aan Verhagen en Verdonk vroeg of ze met hem wilden trouwen.

Fortuyns zelfverzekerdheid was terecht. Zoals we weten won hij met 35 zetels glorieus de Tweede Kamerverkiezingen van 2006: het kabinet-Fortuyn I, met Verhagen en Verdonk als vicepremiers, was een feit.

Jean Tillie (1961) is bijzonder hoogleraar electorale politiek en programmadirecteur bij het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISS).

Hoofdstuk uit: Wat als... Pim Fortuyn niet was vermoord, Tom van der Meer (red.) Meulenhoff, € 18,95.