Tweekoppig monster

In de nieuwe film van de Vlaamse gebroeders Dardenne klinkt opeens muziek en breekt af en toe zelfs de zon even door.

Hoe ze samenwerken? Luc: „We zijn goed in pesten, elkaars ballonnen doorprikken. We zijn broers, dus we vertrouwen elkaar al meer dan een halve eeuw blindelings. Onze vrouwen kunnen ook heel goed met elkaar overweg.” Jean-Pierre: „Om zes uur beëindigen we deze interviews en gaan we in ons hotel over onze volgende film praten. Zo doen we dat al tientallen jaren: we werken allerlei verhalen en ideeën tegelijk uit.” Luc: „Dan komt iemand met een nieuwe wending, en opeens is zo’n verhaal een film. De projecten kiezen ons, wij niet onze projecten.”

Hoe houd je ze uit elkaar? Ze praten als een tweekoppig monster, de Waalse gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne – 60 en 57 jaar. In estafette. Ze vullen aan, maar vallen niet in de rede, spreken elkaar niet tegen. Een symbiotische relatie, zo heet het, zoals die andere filmende broers: Paolo en Vittorio Taviani, Joel en Ethan Coen, Andy en Larry Wachowski (hoewel die laatste broer en zus zijn sinds de operatie van Larry tot Lana).

Vijftien jaar geleden debuteerden de Dardennes op het filmfestival van Cannes met La promesse. En sinds Rosetta in 1999 onverwachts de Gouden Palm won, vielen ze met elke film in de prijzen: L’Enfant in 2005 betekende hun tweede Gouden Palm. Dit jaar waren de Dardennes in competitie met Le gamin au vélo. Na afloop weet je: weer zo’n film waar de jury niet omheen kan – later die week wonnen ze de Grand Prix, de tweede prijs.

Voor Dardenne-begrippen is Le gamin au vélo toegankelijk en klassiek gefilmd: een teder, hoopvol sprookje over het jochie Cyril, gedumpt door zijn vader, stuurs en hoopvol op zijn rode fietsje rondrijdend om hem terug te vinden. Tot serveerster Samantha zich over hem ontfermt. Gewoon, omdat ze zijn hopeloze verlangen ziet.

De gebroeders Dardenne zijn geworteld in de Luikse voorstad Seraing, eens onder de rook van de staalfabrieken van Cockerill, nu diep verpauperd. Met het salaris van drie weken werk in de bouw van een kerncentrale kochten ze begin jaren zeventig hun eerste videocamera. Daarna bevorderden de broers – zelf uit een witteboordenmilieu – de verheffing en bewustwording van het onderdrukte proletariaat met documentaires. In de jaren tachtig wat gedepolitiseerd, bleef hun sympathie bij de onderklasse. Na enkele valse starts vonden zij in La promesse hun vorm: een film die oogde als een documentaire, met een stalkende camera die de hoofdpersoon zeer dicht op de huid zit. Met amateuracteurs, een elementair script vol verborgen katholieke moraal, ruw geschoten en gemonteerd, zonder muziek of andere franje.

Le gamin au vélo heeft met het oudere werk gemeen dat wij ook hier steeds in beweging zijn, achter het jochie Cyril aan. Maar de film is meer gepolijst: de camera blijft op afstand, de beelden zijn esthetischer – in eerdere Dardenne-films brak de zon nimmer door – en op gezette tijden klinkt zelfs filmmuziek. „Het voelde goed om het drama met muziek kracht bij te zetten”, zegt het tweekoppige monster op het dak van Palais Stéphanie in Cannes. „Het thema drukt uit wat de jongen nodig heeft. Evengoed was het voor ons een hele stap. We probeerden het zonder en met de muziek, en met beviel ons beter.”

Ook ongewoon is dat jullie werken met een bekend actrice, Cécile de France.

„We waren eerst wat huiverig. Twee broers, beide heteroseksueel, en één actrice: dat wordt ruzie. Er bestaat maar één blik tussen mannelijke regisseur en actrice: verleiding. Wordt dat een driehoeksrelatie, dan storten wij ons in het ongeluk, dachten we. Maar onze agent vond dat we rijp waren voor een bekende actrice, en voor een breder publiek. En hij had gelijk.

„Samantha is een moeilijk te spelen personage: we leggen nergens uit waarom zij zich over Cyril ontfermd. De kijker stelt zich die vraag meteen, maar hij moet het simpelweg accepteren. Dus hadden we wel een actrice nodig die met lichaam, gezicht en uitstraling iets over zich heeft van: spreekt vanzelf. Cécile heeft die overtuigingskracht.”

Uw hoofdrolspeler is steeds in beweging, en wij rennen zwetend achter hem aan.

„Cyrils obsessie is zijn vader te vinden. Hij beweegt, is op zoek naar zijn plaats. Hij gelooft dat die bij zijn vader is, hij begrijpt maar niet waar echte liefde ligt. Onze personages bewegen altijd veel: dat geeft ons mooie mogelijkheden. Doordat Cyril net iets anders rijdt – het bos in bijvoorbeeld – markeren we een nieuw hoofdstuk. Je ziet aan zijn stijl van fietsen welke innerlijke gevechten hij voert. Wij zien de poëzie in kleine dingen. Maar een fiets is wel een fiets, en geen symbool: hij helpt ons het verhaal efficiënt te vertellen.”

U verzon in 1999 een nieuw genre: de documentaire fictie. Heeft dat invloed gehad?

„Dat is niet aan ons om te zeggen, maar aan u. Wij blijven wel veranderen als filmmakers. We schoten ditmaal in de zomer, met mooi licht, muziek en een bekende actrice. De camera stond op 1,40 meter – het oogpunt van het kind. De bewegingen van de camera zijn eenvoudiger, de camera is rustiger.”

Wat wel blijft is onvermoeibaar optimisme over de menselijke aard.

„Wij geloven niet zo in wanhoop. Kijk naar de wereld: zo slecht gaat het niet. In Europa vielen alle dictaturen om, ook in de communistische wereld, waar ze voor eeuwig leken te zijn. Niet dat de wereld er nu zo glorieus bijstaat en de situatie zo fantastisch is, maar individuen hebben betere kansen dan ooit. Ik geloof dat het kwaad verliest. Noem ons realistische optimisten.”

Hoe heeft u uw hoofdrolspeler gevonden?

„We hadden geluk. Thomas Doret was de vijfde van vijftig jongetjes, maar wij wisten het meteen. De andere 45 werkten we alleen maar af om fair te zijn. Thomas is wonderbaarlijk geconcentreerd, serieus en vastberaden voor een jongen van zijn leeftijd. Hij realiseerde zich heel goed dat het succes van deze film op zijn schouders lag, maar leed daar niet onder. Uiteindelijk is het zaak kinderen niet te veel te regisseren maar het bij fysieke instructies te houden: twee stappen naar links. Je moest Thomas alleen wel vragen in zijn hoofd tot drie te tellen voordat hij iets deed. Kinderen zijn zo watervlug, de camera is hen zo kwijt.”

‘Le gamin au vélo’ draait vanaf vandaag in de Nederlandse bioscopen.