Stoppen met roken, dagelijks bewegen

De helft van alle patiënten met dementie had zijn ziekte kunnen uit- of afstellen door gezonder te leven. Daar hadden ze dan wel jong mee moeten beginnen.

Weinig scholing, roken, veel stil zitten, suikerziekte, hoge bloeddruk, depressie en overgewicht zijn de factoren die samen de helft van alle Alzheimer veroorzaken. Dat schrijven Deborah Barnes en Kristine Yaffe, beide psychiater en epidemioloog, van de universiteit van Californië in San Francisco in een dinsdag online gepubliceerd review in het tijdschrift The Lancet Neurology.

De Alzheimerrisico’s veranderen met het klimmen van de jaren. Wie tussen zijn 35ste en 60ste zowel hoge bloeddruk als flink overgewicht heeft, loopt een bijna tweemaal zogrote kans om als bejaarde dement te worden als mensen met normale bloeddruk en normaal gewicht. Het onderstreept nog eens: wie gezond oud wil worden, kan daar het best vroeg mee beginnen.

Roken daarentegen verhoogt ook op hogere leeftijd nog de kans op Alzheimer, met 60 procent.

De zeven dementieverhogende risicofactoren die de twee Amerikaanse onderzoekers op een rijtje zetten verhogen de kans op dementie ieder afzonderlijk met 40 tot 90 procent.

Over het algemeen vinden epidemiologen kansverhogingen tot 50 procent voor een individu nog onbelangrijk. Bij niet veel voorkomende ziekten hoef je er geen rekening mee te houden dat je kans erop stijgt van bijvoorbeeld 3 naar 4 procent. Dat is een verhoging van 33 procent. Voor het volksgezondheidbeleid zijn die risicoverhogingen wel belangrijk, want het kan om veel meer mensen gaan die zorg nodig hebben.

Voor mensen beginnen kansverhogingen boven de 50 procent langzaam merkbaar te worden, maar kansverhogingen van 200 procent (borstkanker bij overgewicht) of 700 procent (longkanker door roken) doen er meer toe.

Toch verklaren de zeven factoren het ontstaan van de ziekte bij de helft van alle Alzheimerpatiënten. Daar zijn er wereldwijd nu 34 miljoen van, naar schatting. En de komende 40 jaar wordt een verdrievoudiging verwacht. Dat is het gevolg van een verouderende wereldbevolking en een langere levensverwachting.

Als die zeven veroorzakende factoren ieder met 10 tot 25 procent afnemen, dan scheelt dat nu wereldwijd 1,1 tot 3,0 miljoen Alzheimerpatiënten. Die mensen krijgen de ziekte dan niet, of vijf jaar later.

Dat soort rekenexercities zijn mogelijk dankzij het inventariserende werk van Barnes en Yaffe. Zij verzamelden voor hun review alle onderzoeken naar de oorzaken van Alzheimer en becijferden zo goed mogelijk hoe die oorzaken de kans op Alzheimer vergroten. Ook rekenden ze uit welke oorzaak de meeste ziekte veroorzaakt. Roken veroorzaakt 14 procent van alle Alzheimer, doordat zoveel mensen roken, terwijl hoge bloeddruk tussen het 35ste en 60ste minder voorkomt en daardoor 5 procent van de Alzheimer veroorzaakt.

Wereldwijd levert een lage opleiding (en ‘cognitieve inactiviteit’ in het algemeen) de grootste bijdrage aan Alzheimer. Roken komt op de tweede plaats. Maar in de Verenigde Staten – en dat zal in West-Europa ook zo zijn – roken inmiddels veel minder mensen en wonen relatief veel hoogopgeleiden. Daar is stil zitten – het gebrek aan lichaamsbeweging – de belangrijkste beïnvloedbare Alzheimerveroorzakende factor.

Veel mensen vinden het vreemd dat lichaamsbeweging invloed heeft op de hersenfuncties. Barnes en Yaffe leggen uit dat inactiviteit het ontstaan van suikerziekte, hoge bloeddruk en overgewicht bevordert. Dat zijn ook risicofactoren voor dementie. Veel dementiespecialisten zien dementie als een ziekte die ontstaat door slechte bloedvaten. Maar lichaamsbeweging heeft ook een direct effect op hersenactiviteit en hersenstructuur.

Dat lichaamsactiviteit voor de westerse mens belangrijk is om dementie te voorkomen, ook nog op hoge leeftijd, is deze week met twee publicaties wel weer duidelijker geworden. Reviewschrijfsters Kristine Yaffe leidde bijvoorbeeld een onderzoek naar het lot van bijna 200 70-plussers die ruim tien jaar geleden nog goed ter been waren. Om de paar jaar werden hun lichaamsactiviteit en geheugen getest. In de groep die het minst aan lichaamsbeweging deed waren tienmaal zoveel mensen duidelijk mentaal achteruitgegaan als in de groep die het meest bewoog. De publicatie over dat onderzoek stond eergisteren in de Archives of Internal Medicine, samen met een Frans-Amerikaanse publicatie waarin het nuttige effect van lichaamsbeweging op de hersenen werd aangetoond bij 65-plus-vrouwen die al een hartziekte hadden, of minstens drie risicofactoren om die ziekte te krijgen. Vrouwen die iedere dag minstens een half uur wandelden (en dan flink doorstapten) hadden na tien jaar hersenen die 5 tot 7 jaar ‘jonger’ waren dan de breinen van de stilzitters.