Rotterdam verliest gekoesterd plekje

Chet Baker speelde er zijn laatste noten. Jazzcafé Dizzy was bijna 35 jaar een begrip. Nu is het dicht.

Onverwachts dook Chet Baker in ’88 op in het Rotterdamse jazzcafé Dizzy. Gejuich toen hij twee nummers meeblies met de band van de jonge pianist Rob van Bavel. Jules Deelder schoof z’n held na afloop nog een gedicht toe, „Chet Baker Where art Thou?” Deelder zei tegen de trompettist: „Now I know, thou art here.” Vond Baker wel geestig. Ja, hij was nou hier in Rotterdam, maar wist niet voor hoe lang. Het zouden Bakers laatste noten zijn. Een paar dagen later werd de legendarische trompettist dood gevonden in Amsterdam. Gevallen uit het raam van zijn hotel.

Veel aan jazzcafé/restaurant Dizzy, waar je de pelpinda’s al borrelend op de grond liet vallen, is heilig verklaard. Grote jazznamen als George Coleman, Art Taylor, Teddy Edwards en Lee Konitz namen er, soms onaangekondigd, vurig en soms vuig bezit van het kleine podium onder het lage plafond in de dampende kroeg. Veel Nederlandse jazzmusici jamden er, Rotterdamse nachtvlinders hingen er. Deelder behoorde tot de vaste cliëntèle – een koffertje jazzvinyl paraat om te draaien tot het ochtendgloren.

Het nu failliete jazzcafé Dizzy, vernoemd naar de Amerikaanse trompettist Dizzy Gillespie, aan de ’s Gravendijkwal was een begrip in Rotterdam. Een echt muzikantenhol toen blazer Barend Petersen er vanaf 1977 jazz ging programmeren. De muziekkroeg werd uitvalsbasis voor cultuurminnend Rotterdam; van muzikant, kunstenaar tot student – zij aan zij werden ze er dronken. En lulden wat af. Want, geen jazz in Dizzy zonder geroezemoes. Niet stil te krijgen dat Dizzy. „Een plek om te koesteren”, zegt saxofonist Benjamin Herman, die er vanaf zijn 21ste speelde. En er zijn vrouw ontmoette.

Het ging steeds slechter met Dizzy. Musici kwamen er al jaren minder, te wijten aan een slecht boekingsbeleid. De programmering verslapte, er kwamen popsessies. Gedoe met de huispiano zette kwaad bloed. Gekocht met de opbrengt van een benefietconcert waaraan musici gratis meewerkten, verhuisde die naar het huis van de toenmalige uitbater. Moest er weer gesjouwd worden met keyboards.

Bevlogen kroegbazen stierven of vertrokken. Menig uitbater erna poogde Dizzy nieuw leven in te blazen. Het geliefde en spraakmakende jazzcafé sliep in. Begin 2001 werd bij een nieuwe overname geschoven met het podium – het had niet langer een centrale plaats in de zaak. De doorrookte muren kregen een nieuwe verflaag. Het leverde nooit verstommende kritiek op: Dizzy’s belangrijke verleden was weg gepoetst.

Na een lekkage vorige week sloot de eigenaar de zaak. Door waterschade had de elektriciteit het begeven. Achterstallig onderhoud was al een tijd een discussiepunt tussen pandeigenaar, huurder en bierbrouwer Heineken. Er waren betalingsachterstanden. Het café zette al jaren minder om.

Het jazzhonk staat nu te koop. Weer een roemruchte jazzplek, het zoveelste podium in Rotterdam ter ziele. Binnenkort opent Bird, een jazzclub onder de Hofboogjes.