Pensioenfondsen metaal in mineur

De pensioenfondsen voor de metaal- en elektrotechnische industrie, PME en PMT, hebben nog steeds zo’n slechte financiële positie dat ze de pensioenuitkeringen eind dit jaar niet kunnen verhogen. Dat blijkt uit de cijfers over het tweede kwartaal van dit jaar die vanochtend zijn bekendgemaakt.

De financiële positie van de drie andere grote pensioenfondsen, ABP, BPF Bouw en het pensionfonds zorg en welzijn, is wel op orde. Daardoor kunnen zij de uitkering aan deelnemers corrigeren voor prijsstijgingen (indexatie).

Het ABP, met 2,8 miljoen deelnemers het grootste pensioenfonds van Nederland, wist het dekkingspercentage (de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen) te stabiliseren op 112 procent. In 2010 was dat nog 105 procent. BPF Bouw en het pensioenfonds voor zorg en welzijn zakten licht terug, van 111 procent in het eerste kwartaal naar 110 procent in het tweede kwartaal. Vorig jaar was dat nog 108 en 104 procent.

De pensioenfondsen in de metaalbranche, PME en PMT, met gezamenlijk 1,85 miljoen deelnemers, bleven steken op respectievelijk 98 en 102 procent. Dat is onder de wettelijk vereiste dekkingsgraad van 104,3 procent om te mogen indexeren. PME verwacht de komende tijd een tegenvallende rendementsontwikkeling als gevolg van de onrust op de financiële markten. Het fonds vreest dat het daarom niet zal lukken om vanaf eind 2013 de uitkeringen te indexeren.

Ook PMT gaat ervan uit dat het nog minstens twee jaar duurt voordat de dekkingsgraad van het pensioenfonds indexering toelaat.

Volgens een onlangs uitgekomen rapport van de economen Paul Tang en Sweder van Wijnbergen komt dat door slecht beleggingsbeleid van de twee fondsen.

Problemen bij PME : pagina 21