'Pensioenfondsen in metaal zaten fout'

De pensioenfondsen in de metaalsector zitten nog altijd in zwaar weer en kunnen de inflatie niet compenseren. Dat komt door slecht beleid, zeggen twee deskundigen.

. Willem Noordman, de pensioenspecialist- en onderhandelaar van FNV Bondgenoten, beloofde zijn gepensioneerde vriend Hans in 2008 nog een onbezorgde oudedagsvoorziening. Ondanks de financiële crisis en de vrije val op de beurzen. De pensioenuitkering van Hans was in veilige handen bij de pensioenfondsen van de metaalbranche.

Hans, zo verzekerde Noordman hem op een ledenvergadering van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, hoefde zich geen zorgen te maken. Hij kon in de winter blijven schaatsen en in de zomer met zijn bootje varen. Want zijn oudedagsvoorziening liep bij de pensioenfondsen van de metaalbranche geen gevaar.

Noordman, als werknemersvoorzitter van de Vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen en bestuurslid van de Pensioenfederatie, geldt als een ingewijde in de pensioenwereld. Toen hij in 2008 zijn belofte aan Hans deed, had hij beter moeten weten. Want in dat jaar voltrok zich achter de schermen een drama bij die pensioenfondsen. Met financiële consequenties die Hans en de 1,8 miljoen bij die fondsen aangesloten deelnemers nog tot op de dag van vandaag achtervolgen.

Noordman had dat kunnen weten. Bezoldigde bestuurders van zijn FNV Bondgenoten, zijn ruimschoots vertegenwoordigd in de besturen van die pensioenfondsen en beslissen mee over het beheer van de ruim 60 miljard euro in de kassen van PME en PMT.

Het drama bij PME werd slechts gedeeltelijk beïnvloed door de beurskrach die alle westerse aandelenmarkten in zijn greep had. Die verloren bijna een kwart van hun waarde. PME ging daarin mee en boekte in 2008 een verlies van 43,9 procent op zijn aandelenportefeuille. „Het jaar 2008 was, wat betreft de resultaten op aandelenportefeuille een dieptepunt in de geschiedenis van PME”, schreef het pensioenfonds in haar jaarverslag over dat jaar.

Achteraf is het volgens vooraanstaande economen niet alleen de beurskrach die het pensioenfonds in structureel zwaar weer bracht. De reactie van het pensioenbestuur op die crisis maakte het probleem nog groter. Op het dieptepunt van die financiële crisis, in 2008, verkocht het pensioenfonds op grote schaal aandelen. Voor een totaalbedrag van zo’n 1,5 miljard euro, zo blijkt uit dat jaarverslag. Om het jaar daarop het omgekeerde te doen. Terwijl de beurzen omhoog krabbelden en de aandelenprijzen stegen, kocht het pensioenfonds voor zo’n 800 miljoen euro aan aandelen, zo blijkt uit het daarop volgende jaarverslag over 2009.

PME handelde daarmee in strijd met de logica van de handel op de aandelenmarkt. Verkopen op een dieptepunt en kopen als de beurskoersen een opgaande lijn vertonen, is vrágen om financiële ellende.

De economen Paul Tang en Sweder van Wijnbergen voeren in een recentelijk verschenen onderzoek het beleggingsbeleid van PME en PMT op als voorbeeld van hoe het níet moet. Zij deden in opdracht van het Holland Financial Centre onderzoek naar de consequenties van risicomijdend gedrag van pensioenfondsen in tijden van financiële crises. Leidt het afdekken van risico’s tot hogere pensioenpremies?, luidde hun vraag.

PME en PMT komen niet goed uit het onderzoek. Beide fondsen deden aan verlies- in plaats van winstconsolidatie, concluderen Tang en Van Wijnbergen. „Dat heeft die fondsen enkele honderden miljoenen euro’s gekost. Het illustreert dat het uitsluiten van risico’s op de korte termijn ten koste gaat van het resultaat op de lange termijn.”

Het ABP (overheid en onderwijs) en PFZW (zorg en welzijn) deden in die jaren precies het omgekeerde. Met als resultaat dat deze fondsen de beurskrach betrekkelijk goed hebben doorstaan. „PME en PMT voerden fout beleid”, stelt Tang in een toelichting. „Bij een beurskrach moet je niet in paniek raken. Desnoods koop je zelfs bij. Of je houdt vast aan het gevoerde beleid. Dat heeft het APB gedaan. Maar je moet in ieder geval niet in paniek reageren op beursschommelingen. En zoals het er naar uitziet, is dat wel gebeurd.”

In 2008, toen de beurskrach een hoogtepunt bereikte, had De Nederlandsche Bank (DNB) alle pensioenbesturen nog gewaarschuwd dat de fondsen, ondanks de crisis, prudent beleggingsbeleid moesten voeren: „Bij sommige pensioenfondsen bestaat het misverstand dat zij in een situatie van reserve- of dekkingstekorten verplicht zijn om hun beleggingsbeleid aan te passen”, schreef DNB. „Maar de Pensioenwet kent deze verplichting niet.”

In 2009 startte DNB onderzoek naar het beleggingsbeleid van PME. De bevindingen waren niet mals: het fonds had onacceptabele risico’s genomen en had onvoldoende zicht gehad op haar eigen beleggingsbeleid.

Die conclusies waren aanleiding voor een formele aanwijzing van de toezichthouder over het beleggingsbeleid en de kwaliteit van de leden van het pensioenbestuur. Een deel van de pensioenfondsbestuurders stapte daarna op. Inmiddels is het pensioenfonds een procedure bij de bestuursrechter in Rotterdam gestart. Dat is volgens PME een „principiële toets” bij de rechter of DNB op basis van bestaande wet- en regelgeving tot die aanwijzing had mogen komen. Zolang die procedure loopt, wil PME daar niets over kwijt.

Het bestuur deelt de kritiek van Tang en Sweder van Wijnbergen niet. „Het is onvolledig om uitsluitend conclusies te trekken op basis van mutaties in fysieke aandelen”, aldus een woordvoerder. Ze noemt het verder een „open deur om te stellen dat je verlies op de in 2009 aangekochte aandelen hebt gemaakt, omdat je ze beter op een goedkoper moment had kunnen kopen. Er is altijd wel een beter aankoopmoment. Achteraf is altijd makkelijk vast te stellen dat je op sommige moment beter meer en op sommige momenten beter minder in risicovolle beleggingen had kunnen zitten.”

Volgens Tang hebben de twee pensioenfondsen kortetermijnpolitiek gevoerd die de belangen van de deelnemers in die fondsen op de lange termijn schaadt. „Er zijn enorme koersverliezen geleden, onder meer door aandelen om te ruilen voor obligaties en door op grote schaal renterisico’s af te dekken. Met als gevolg dat de fondsen er voorlopig niet in zullen slagen om de pensioenuitkeringen te indexeren. Het is niet duidelijk wie daarvoor verantwoordelijk is geweest. Maar angst is in zo’n crisisperiode een slechte raadgever.”

Achteraf mag Hans, de vriend van pensioendeskundige Willem Noordman van FNV Bondgenoten, zich wel degelijk zorgen over zijn oudedagsvoorziening. PME en PMT zien de komende jaren geen ruimte om de pensioenuitkeringen te indexeren en kunnen de inflatie dus niet compenseren. Hoe hard dat aankomt bij Hans, is moeilijk te zeggen. Maar een zorgeloze oudedag is het niet.