'Nu heel gehoorzaam zijn aan Doctor en Zuster'

In een oud boekenkastje deed Ignace Schretlen een ongewone vondst: geboortefelicitaties uit het begin van de vorige eeuw. Ze gunnen een blik op de zorgen van die tijd.

Onze dochter wil graag weten wie of wat „Miss Aal” is. Op zoek naar een ‘missaal’, vind ik in het kerkboekenkastje van mijn ouderlijk huis een verkleurd kartonnen doosje. Mijn grootmoeder heeft hierin alle gelukwensen bewaard die ze ontving na de geboorte van mijn vader op 30 augustus 1919. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur spreekt over een bijzondere vondst, zeker wanneer het niet om „blauw bloed” gaat.

Aan het begin van de vorige eeuw bestonden er al voorgedrukte gelukwensen, maar die waren een zeldzaamheid. Tussen de meer dan honderd geboortefelicitaties bevond zich slechts één ansichtkaart met een toepasselijke prent van een – zeker voor die tijd – welvarende baby. Het zoetige kinderportret is geschilderd door Lilian Hocknell (ca. 1891-1977). Het werk van deze populaire Engelse illustratrice werd veel voor reclames gebruikt. De ansichtkaart blijkt aan beide kanten bestempeld: op 8 september 1919 in ’s Gravenhage, de woonplaats van de afzender, en daags hierna in Nijmegen, de plaats van bestemming.

Ruim de helft van de gelukwensen bestaat uit visitekaartjes met louter een naam en een afkorting: p.f. (pour féliciter) of m.h.g. (met hartelijken gelukwensch). Twee kaartjes vallen op door een vette zwarte rand, die doet vermoeden dat deze vaker als condoleance werden gebruikt. Voor de rest gaat het om volgeschreven kaarten en brieven.

Juist deze geschreven gelukwensen ontroeren omdat het vaak niet bij een felicitatie blijft. Tegenover poëtische uitlatingen – „een tweede paarl aan den ring” – staat de koele toon van zakelijke mededelingen of van een herinnering aan een niet-nagekomen afspraak, waarin zelfs venijn doorklinkt. De kraamvrouw wordt niet altijd diplomatiek benaderd – „Het had een meisje moeten zijn” – en krijgt zelfs de nodige boosheid over zich heen: „Foei, voor de negen dagen mag je niet schrijven, iedereen spreekt er schande over dat je het doet; niemand doet in zulke omstandigheden zulke dingen, rust en nog eens rust is de boodschap... dus opgepast en nu heel gehoorzaam zijn aan Doctor en Zuster.”

Via de geboortefelicitaties ervaart men de zorgen van die tijd: „Met de dag wordt hij magerder, hij mag sinds vier dagen dan ook weer niets gebruiken, zelfs geen water.” Infectieziekten vormden toen de belangrijkste doodsoorzaak. Op een van de felicitaties is te zien, hoe een ernstig gewonde soldaat in een van de vele loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voor transport gereed wordt gemaakt. Conservator Jan Dewilde van het museum In Flanders Fields (Kortrijk) herkent het briefpapier met de foto. De onbekende fotograaf was in dienst van de ‘section photographique’ van het Belgische leger. De opbrengst van het voorbedrukte briefpapier was bestemd voor invalide soldaten.

Zelfs het wereldnieuws drong door tot in de kraamkamer.

Tot en met 5 september wordt een selectie uit de gevonden geboortewensen getoond in het Meertens-Instituut in Amsterdam. Vooraf aanmelden verplicht via info@meertens.knaw.nl