No China

‘Dit…”, zegt de vrouw bij wie ik een halsketting koop, „is héél belangrijk”. Ze zwaait een wijsvinger in de lucht, en toont me de tekst op het doosje: Murano. „Echt Muranoglas. Molto importante.”

Blijkbaar glimlach ik niet verrukt genoeg, want ze voegt eraan toe: „Not made in China”, met zo’n stelligheid dat ik nu pas voor het tegendeel begin te vrezen.

Buiten, terug op de Strada Nova (zeg maar het Damrak van Venetië) vallen me protestaffiches op achter de ruiten van de glaswinkeltjes op: tegen het misbruik van de Italiaanse vlag en de Venetiaanse Leeuw op ‘geïmporteerde producten’, die zij hier uiteraard – zo is de impliciete boodschap, zelf niet verkopen. Ja, of juist wél, met die postertjes als wel heel gehaaide authenticiteitszwendel. En maakt het iets uit, als het authentieke, mondgeblazen spul niet van Aziatische machineproducten is te onderscheiden?

MURANO – NO CHINA, staat elders botweg op een ruit. De hele mondiale spanning ligt besloten in die drie woorden: de kleine glasblazer uit bankroet Italië, tegenover de financiële Goliath uit het Verre Oosten.

Instinctief neigt je sympathie naar de dwerg uit te gaan, maar hoe terecht is dat? Een dag eerder was ik er – op Murano, niet in China. Bij de aanblik van al die glasblazerijen met hun gloeiende ovens zweette ik me plaatsvervangend kapot. Een groep Aziaten filmde het allemaal gretig met hun Panasonics.

In Café Florian aan het San Marcoplein, sinds 1720 de vaste hang out spot voor Byron, Casanova, Goethe, Dickens en Proust, zie je nu vooral Aziaten, rijke Japanners, Indiërs en Pakistanen omringd door hun gevolg van dames, gewikkeld in vrolijk gekleurde gewaden. Dit is de mondiale jetset anno nu. Ze komen arm, wegzinkend Europa een laatste aai over de bol geven.

MURANO – NO CHINA. Europa gaat juist ten onder aan dit soort krampachtige regionalisme, aan de smetvrees voor de globalisering, aan het protectionisme van Sarkozy en Berlusconi. Kijk om je heen, naar jullie mobieltjes, lcd-schermen en spijkerbroeken. Not made in Murano. En dat zal voorlopig wel zo blijven.

Christiaan Weijts