Niet de nadruk op het gay-element

De hoogtijdagen van de Reguliersdwarsstraat zijn voorbij. De straat is ingedut.

Ondernemers willen het uitbundige karakter terug.

„En dit is de douche.” Tijn Elferink (29) is trots. In de achterwand van de benedenzaal van café-discotheek Havana is inderdaad een cabine ingebouwd, de douchekop hangt er al. „Het blijft allemaal netjes, hoor, zwembroekjes aan”, zegt Elferink. Samen met Arno Eveleens (37) blaast hij de bar nieuw leven in. Vanavond staan hier dansacademiestudenten het publiek op te zwepen, vertelt hij. „Homo’s en hetero’s, ze stonden allemaal in de rij om mee te doen.”

Havana ligt in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat. De straat, die loopt van het Koningsplein naar het Rembrandtplein en parallel ligt aan de bloemenmarkt op het Singel, is van oudsher het centrum van de hoofdstedelijke gayscene. Het begon eind jaren 70 met een enkel café, MacDonalds, maar geleidelijk vestigde zich meer en meer homohoreca in de straat, wat de aantrekkingskracht alleen maar vergrootte. Vooral in de jaren 80 en 90 kende de straat bloeiperiodes en genoot het grote internationale bekendheid.

Maar de hoogtijdagen van de straat zijn voorbij. De afgelopen jaren lieten veel feestgangers het afweten. Daar moet nu weer verandering in komen met de (her-)opening van de drie homocafés: Havana, Eve (voorheen ARC) en Ludwig II (voorheen April).

Een aantal cafés in de straat werd vorig jaar gesloten na een conflict tussen brouwer Heineken en de eigenaar, de Groningse horecamagnaat Sjoerd Kooistra die zichzelf niet veel later van het leven beroofde.

Het ging financieel niet eens slecht met de tenten, maar niemand was nog echt tevreden over de straat. Het was ingedut, zegt Elferink: „Je werd zelden nog verrast. Misschien was er ook wel iets van gemakzuchtigheid ingeslopen, dat kun je niet eeuwig volhouden.”

Maar ook de hoge prijzen en slechte service deden de straat geen goed. Elferink: „Een jongen die bij Albert Heijn werkt, moest ongeveer drie kwartier vakken vullen voordat hij een drankje kon kopen. Dan is het niet gek als mensen op den duur wegblijven.”

Nu zijn de panden van verschillende investeerders, voorheen bezat Kooistra veel cafés in de straat. Dat was een probleem, er was weinig te kiezen, zegt Casper Reinders (40) van Ludwig II (en eigenaar van onder andere Jimmy Woo). „Dat is altijd een risico wanneer één iemand een hele straat bezit, het dreigt eenheidsworst te worden”, zegt Alexis Deenen (38) van Eve. Met de opkomst van internet zijn cafés niet langer de ontmoetingsplaats bij uitstek voor de scene. „En de tijd van de barricaden is wat mij betreft echt voorbij.”

Nu wordt alles anders. De straat moet in de eerste plaats weer wat levendiger worden. En daarom gaan de tenten ook overdag open. Niet dat dat wat oplevert voor de uitbaters. Sterker nog, we maken er verlies op, zegt Reinders. „Maar dat is niet erg. We willen alle drie verantwoordelijkheid nemen voor de straat.”

Bovendien moet het open en uitbundige karakter van de straat hersteld worden. „Ik kan nu links en rechts een kanon afvuren, zonder iemand te raken. Dat moet anders. De nadruk hoeft overigens niet op het gay-element te liggen”, zegt Reinders. „Dat spreekt eigenlijk voor zich in de ‘Reguliers’. Maar het moet weer een vooruitstrevende straat worden. Dus tolerante en ruimdenkende mensen moeten hier weer komen.” Hoe ze dat precies willen bewerkstelligen is niet helemaal duidelijk. Wel duidelijk is dat de tenten zich meer gaan onderscheiden dan voorheen. Zo wil Elferink in Havana een jonger publiek aanspreken. Terwijl bij Eve juist een wat ouder publiek moet komen.

Maar niet alleen de leeftijden, ook de sfeer en de ambiance veranderen. Tussen de bouwvakkers (een paar dagen voor opening) vertelt Deenen van Eve: „Het moet dat gevoel uitstralen van een 5-sterren hotellobby. Luxe, maar ook ingetogen.” ARC was een van de eerste loungecafés in Nederland, maar volgens Deenen is zo’n kille, klinische inrichting met wit-leren banken niet meer van deze tijd. „Het wordt allemaal bruin en goud. Veel knusser.” Staand voor het rookhok vertelt hij over het glas waarmee de ruimte afgeschermd wordt. „Hier komt een brons-gouden spiegel, dan ziet iedereen er net wat mooier uit.”

Ook Reinders van Ludwig II heeft een visie. Het plafond is „gewoon blik, maar we hebben het een paar dagen in zoutzuur gelegd. Daarom heeft het nu die roestige kleur”. Ondanks al het bouwmateriaal ziet het er al gelikt uit. Achter de bar komen twaalf erotische prenten te hangen, originele Franse pentekeningen uit 1902. Het cafégedeelte wordt van een grote zaal gescheiden door een metalen schuifhek. „Die zaal krijgt de sfeer van een stripclub. Veel velours en groen suède. Het is natuurlijk not done, maar goed, ik vind het mooi.”