Koning Albert is boos en hekelt politici

Het is vandaag een nationale feestdag in België. Maar de koning gaf geen feestrede, hij hield een donderpreek. Hij vroeg de Belgen om hun politici onder druk te zetten.

Bij een feestrede passen geen gebalde vuisten. Maar koning Albert II hield dan ook geen feestrede. In een toespraak die als dramatisch en ongekend fel werd omschreven, benadrukte de koning gisteren, soms met zijn vuist op tafel, dat de slepende kabinetsformatie grote risico’s met zich meebrengt voor het land.

De verkiezingen van 13 juni vorig jaar zijn al meer dan 400 dagen geleden en nog steeds is er geen zicht op een regeerakkoord. Zo kan het niet langer, zei de koning in feite. Geërgerd dat hij het moest herhalen, citeerde de 77-jarige koning uit zijn eigen kerstboodschap: „Het moment is daar, waarop de ware moed erin bestaat, vastberaden het compromis na te streven dat bijeenbrengt en de tegenstellingen niet verscherpt.”

Hij riep de Vlamingen en de Walen op om hun politici onder druk te zetten om een akkoord te bereiken, en ook om zich minder antagonistisch op te stellen. „De burgers moeten niet alleen hun vertegenwoordigers aansporen moedige besluiten te nemen. Ze moeten zich ook inspannen om een grotere verstandhouding tussen onze gemeenschappen tot stand te brengen. De ander tegemoet gaan, zijn taal spreken, belangstelling tonen voor zijn cultuur, hem beter leren begrijpen, het zijn allemaal uitingen van modern burgerschap.”

De felheid van de koning en zijn zichtbare boosheid hebben de meeste mensen verrast. Een paar uur voor zijn toespraak verwachtte De Standaard niet meer dan een „zeer omfloerste en vage passe-partout-oproep tot verzoening”. ’s Avonds constateerde historicus Mark van den Wijngaert in het VRT-journaal: „Noch op lichamelijk noch op inhoudelijk vlak heb ik de koning al zo scherp geweten.”

Op de dag dat België de troonsbestijging herdenkt van Leopold, de eerste Belgische koning, op 21 juli 1831, zouden politici en burgers zich beter bewust moeten zijn van de risico’s die het land loopt, is de boodschap van Albert.

Hij waarschuwde dat dalend vertrouwen in de politiek kan leiden tot „een vorm van poujadisme” – een verwijzing naar een Franse populistische beweging uit de jaren vijftig. Bovendien kan, als de politieke impasse voortduurt, „het socio-econonomisch welzijn van alle Belgen worden aangetast”.

De koning wijdde er niet over uit, maar dit kan worden beschouwd als een verwijzing naar de mogelijkheid dat ook België wegens zijn hoge staatsschuld door financiële markten als minder betrouwbaar wordt gezien.

Leider Bart de Wever van de Vlaams-nationalistische N-VA verweet de koning „de strategie van de Franstaligen te volgen”. Hij zei dat de Vlaamse christen-democraten zich mede door deze toespraak hebben laten overhalen toch met de Waalse formateur Di Rupo te onderhandelen, op voorwaarde dat hij vier gevoelige punten uit zijn plan schrapt. De Wever wees de onderhandelingsvoorstellen van Di Rupo al af, omdat ze onvoldoende tegemoetkomen aan Vlaamse eisen.