In negen weken zomerreces legt Kamerlid 2,1 werkbezoeken af

Den Haag. - Kamerleden leggen in de negen weken reces die ze deze zomer hebben gemiddeld 2,1 werkbezoeken af. Daarbij is het buitenland opvallend populair.

Dat blijkt uit een enquête die deze krant onder Kamerleden heeft gehouden; 60 procent (90 Kamerleden) van hen werkte daaraan mee. ChristenUnie en GroenLinks leggen gemiddeld de meeste van de in totaal 187 bezoeken af. De Partij voor de Dieren heeft nul afspraken. Sommige volksvertegenwoordigers houden hun bezoeken voor zichzelf. Lilian Helder (PVV): „Niet iedereen wil dat dat bekend wordt.”

Geen enkele fractie heeft vaste regels voor werken tijdens het reces, maar alle partijen zijn voorstander van het verbeteren van de band met het land door middel van werkbezoeken. „Natuurlijk is er tijd voor de broodnodige vakantie”, schrijft het parlement voor. „Maar het werk gaat ook gewoon door.” Met werkbezoeken kunnen Kamerleden „kennis en ervaring opdoen” om die „te gebruiken in debatten of om nieuwe ideeën of wetsvoorstellen te ontwikkelen”.

Het fenomeen werkbezoek kwam op in de jaren zestig, met als doel de kloof tussen burgers en politiek te dichten. Veruit het populairst zijn deze zomer bezoeken aan zorginstellingen en justitiële organisaties. De PvdA-parlementariërs gaan bovengemiddeld veel op bezoek bij politiekorpsen, rechtbanken en gevangenissen.

Niemand gaat vaker over de grens dan GroenLinks. Andere Kamerleden gaan bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten, Duitsland, Egypte, Kenia en Mozambique. Cynthia Ortega-Martijn van de ChristenUnie geeft haar volledige verblijf van zes weken op de Antillen op als werkbezoek.

Sommige Kamerleden zeggen helemaal niet met hun werk als volksvertegenwoordiger bezig te zijn. Helma Neppérus (VVD) gaat „lekker in Nederland fietsen”, en is „scheidsrechter op het wereldkampioenschap roeien onder de 23 jaar”.

Reces, het land in: pagina 6-7