Geen geel, wel eerherstel voor Ivan Basso

Voor de Italiaan Ivan Basso lijkt de gele trui niet langer haalbaar na zijn tijdverlies op eigen bodem. Maar hij blijkt nog steeds hard te fietsen na zijn dopingschorsing.

Onzichtbaar sloop Ivan Basso in de eerste tien dagen naar het podium van de Tour, maar even onzichtbaar ziet de Italiaanse routinier zijn doel uit het zicht verdwijnen. „Plaats drie tot en met vijf is nu realistisch”, concludeerde zijn sportdirecteur Roberto Amadio gisteren na de zeventiende rit naar Pinerolo. Uitgerekend in eigen land verloor de Italiaanse routinier voor de tweede opeenvolgende dag kostbare seconden op zijn concurrenten. Hij zakte naar de achtste plaats in het klassement, vlak achter landgenoot Damiano Cunego.

„Ik wilde niets riskeren in de afdaling”, verklaarde Basso sereen tegen twee verslaggevers bij de bus van zijn ploeg Liquigas in de Corso Torino, na een liefdevolle blik in de kinderwagen van zijn toekijkende zus Elisa en zwager/oud-renner Eddy Mazzoleni. „Ivan doet het geweldig”, loofde zijn zus, die verder liever niet wordt geïnterviewd. Haar bewondering was niet gespeeld. Zij kent zijn gevecht.

Basso (33) wil de wereld deze Tour laten zien dat hij net zo goed is als vóór zijn dopingschorsing in 2007. Daar moest zelfs de Ronde van Italië voor wijken, waarin hij vorig jaar zijn eindzege van 2006 kopieerde. Hij viel toen geëmotioneerd in de armen van Aldo Sassi, zijn ongeneeslijk zieke trainer, die hem zo had geholpen bij zijn comeback. Toen Sassi begin december 2010 overleed, nam Basso’s gedrevenheid alleen maar toe. Val tijdens een training op de Etna, zwakke Dauphiné Libéré? In de Tour moest en zou hij er staan.

„De Tour is de universiteit van het wielrennen”, zei Basso toen hij bij zijn tweede deelname in 2002 als elfde eindigde en de witte trui won voor beste jongere. Anders dan de meeste Italianen, voor wie vooral de Giro telt, legt hij zich toe op de Tour. Begonnen als jeugdrenner bij AS San Pietro di Cassano groeit het grote talent op volgens klassiek Italiaans recept. Wereldkampioen bij de beloften in Valkenburg 1998, als prof gebracht door topploegleiders Davide Boifava en Giancarlo Ferretti, begeleid door wondertrainer dottore Luigi Cecchini. „Te weinig uitstraling”, zegt Ferretti in 2003, ondanks een zevende plaats in de Tour.

Ploegleider Bjarne Riis maakt hem tot een kampioen. In de Tours van 2004 (derde en een ritzege op La Mongie) en 2005 (tweede) werpt Basso zich op als de gedoodverfde opvolger van Lance Armstrong, met wie hij goed bevriend is. Als de recordwinnaar een jaar later is gestopt, wint Basso met overmacht de Giro. Klaar om af te studeren in de Tour? Vlak voor de start in Straatsburg wordt hij door Riis geschorst wegens betrokkenheid bij Operación Puerto, het Spaanse bloeddopingschandaal. Basso vindt een plek in de Discoveryploeg van Armstrong, maar wordt na lang juridisch getouwtrek alsnog gestraft. Niet voor dopegebruik, maar omdat bloedzakjes met de naam van zijn hond (Birillo) zijn gevonden.

Zijn rentree is meer dan behoorlijk. Derde in de Giro van 2009, vierde in de Vuelta. Een jaar later als kampioen van de regelmaat zelfs weer Girowinnaar. Maar in de Tour, zijn wedstrijd, slechts 32ste. Van ploegleider Amadio mag de dure kopman dit jaar alles in het teken zetten van de Tour. „Vorig jaar won hij de Giro en Nibali de Vuelta. Dit jaar werd Nibali al derde in de Giro. Winnen is natuurlijk het mooiste, maar als ploeg zijn wij tevreden als onze klassementsrenners constant een hoog niveau halen. Dat doet Ivan nu weer”, zegt Amadio.

Naar Luz-Ardiden maakte Basso vorige week een sterke indruk, met een enkele aanval en een vierde plaats. Twee dagen later bleef hij op Plateau de Beille in zijn eigen tempo eenvoudig in de groep van favorieten. Al was zijn klimtijd (46.53 minuut) aanzienlijk langzamer dan bij zijn tweede plaats achter Armstrong in 2004 (45.30). Maar in niets leek Basso minder dan de andere podiumkandidaten Cadel Evans, Alberto Contador en de broers Schleck. Tot hij dinsdag op weg naar Gap ineens een zwak moment kende en ruim een minuut verloor op Evans en Contador. En gisteren verspeelde hij in de gevaarlijke afdaling van de Pramartino opnieuw 27 seconden op zijn concurrenten.

Niet alleen zijn eigen doel, het podium in Parijs, lijkt ver weg voor Basso. Ook de Italiaanse tifosi zien hun hoop op Toursucces vervliegen. Nog nul ritzeges, nauwelijks in beeld. De Noren, ook in Pinerolo in grote getale luidruchtig aanwezig, vierden gisteren hun vierde ritzege in totaal en de tweede van toptalent Edvald Boasson Hagen. De Franse geletruidrager Thomas Voeckler parkeerde zijn fiets in de afdaling van de Pramartino op een terras bij een huis, verloor net als Basso 27 seconden maar behield de leiding. De Spaanse vrienden Alberto Contador en Samuel Sanchez zagen een riskante aanval vlak voor de finish stranden.

En Basso? „Ivan houdt niet van een korte klim in de finale zoals vandaag”, zei Amadio. „Zijn benen zijn niet slecht. Waarschijnlijk kan hij de komende dagen beter uit de voeten op de lange beklimmingen in de Alpen. Hij is iemand die altijd honderd procent geeft. In mijn ogen kun je dan nooit teleurstellen.”