Geen Euro meer naar de Grieken

Banken belasten of schulden kwijtschelden. De oplossingen voor de eurocrisis zijn duur en ingewikkeld.

Maar niet kiezen is geen optie.

„Goedemiddag regeringsleider! Welkom bij de eurohulplijn, uw telefonische vraagbaak voor al uw muntunieperikelen. Kies via het menu uw oplossing voor de schuldencrisis die uw voorgangers veroorzaakt hebben. De kosten van dit gesprek bedragen één Griekse staatsobligatie per minuut.”

Wilt u de Griekse schuld kwijtschelden, toets dan 1.

Op dit moment bedraagt de schuld van Griekenland ruim 350 miljard euro en de economie van uw gewaardeerde zuidelijke collega krimpt. De banken, pensioenbeheerders en hedge fondsen die uw staatsschuld financieren, hebben er geen vertrouwen meer in dat Griekenland op eigen kracht uit de schulden kan groeien. Zolang Griekenland deel uitmaakt van uw vriendenkring van eurolanden kan het land de drachme niet invoeren en fors devalueren om weer een concurrerende economie te krijgen. Het sentiment op de markten is dat een plan van u en uw collega’s pas geloofwaardig is als een aanzienlijk deel van de Griekse schuld kwijtgescholden wordt.

Het wordt door de markten als winst beschouwd dat u niet meer zo halsstarrig weigert het kwijtschelden überhaupt te bespreken, maar u moet nu wel handelen. Handelt u voorzichtig en scheldt u slechts 10 procent kwijt, dan zullen de markten blijven morren. Maar scheldt u te veel kwijt dan kunnen Europese banken in de problemen komen. Dat wilt u liever niet hebben. Vooral uw Griekse, Duitse en Franse collega-roergangers zullen dit niet zitten. Juist de banken in hun landen bezitten veel Griekse obligaties. Pas dus goed op!

Verlangt u een vrijwillige bijdrage van de Europese banksector, toets dan 2.

U weet het best: de allergrootste ruzie tussen u en de Europese Centrale Bank gaat over één vraag: wie betaalt de rekening? Vooral uw Duitse en Nederlandse collega’s vinden het onverkoopbaar dat alleen belastingbetalers opdraaien voor een Griekse redding. Banken moeten meedoen. U heeft zelfs een nieuw jargon bedacht om tijdens al die ellenlange discussies tijd te besparen. U vraagt niet wel of geen bijdrage van banken bij een nieuwe redding van Griekenland. Veel te lang. U vraagt: wel of geen PSI, ofwel private sector involvement.

De Europese Centrale Bank in Frankfurt vindt van niet. Het past volgens ECB-president Trichet niet in de „geaccepteerde internationale economische doctrine”. Trichet vreest de nadelige gevolgen. Als kredietbureaus oordelen dat banken gedwongen worden bij te dragen, dan zullen zij Griekenland (tijdelijk) als failliet beschouwen. Het gevolg van zo’n afwaardering van de kredietwaardigheid is dat de ECB Griekse obligaties niet meer als onderpand mag aannemen. Dat onderpand is nodig voor de leningen die Griekse banken overeind houden.

De zwaarwegende bezwaren uit Frankfurt hebben u er niet van weerhouden toch met voorstellen te komen. Zo was er het idee om een herenakkoord met banken te sluiten dat ze staatsobligaties niet zouden verkopen en actief zouden investeren in Griekenland. Een ander idee was banken vrijwillig te vragen Griekse staatsobligaties langer te houden, zodat Griekenland niet naar de kapitaalmarkt zou hoeven om schuld opnieuw te financieren.

Het voordeel van deze voorstellen is dat het op basis van totale vrijwilligheid zou zijn. De door u verfoeide en verguisde kredietbeoordelaars zullen zich dan misschien koest houden. Het nadeel van totale vrijwilligheid is dat het te vrijblijvend is. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en u, de grote geldschieters uit Europa, kunnen er niet van uitgaan dat de banken zich aan de afspraken houden, waardoor het bijna onmogelijk is vast te stellen hoeveel de bijdrage feitelijk oplevert.

Wilt u dat Griekenland de eigen schuld weer terugkoopt, toets dan een 3.

Een andere optie waar u voor kunt gaan is dat banken vrijwillig obligaties tegen marktwaarde verkopen aan Griekenland. De marktwaarde nu ligt fors lager dan de prijs die banken betaalden om de obligaties te kopen. Banken nemen dan hun verlies. Griekenland bezit dan weer zijn eigen schuld. Via het pakket noodhulp wordt dit gat gedekt. Eigenlijk wordt de schuld dan overgeheveld van banken naar, u raadt het al, de overheden. Maar wel met een fikse bijdrage van de financiële sector. Het probleem is dat kredietbeoordelaars snel kunnen concluderen dat er sprake is van dwang als banken collectief akkoord gaan met dit plan. Een variant is dat niet Griekenland, maar het steunfonds EFSF de obligaties kopen. U moet hier dan wel akkoord mee gaan.

Wilt u de banken eens lekker gaan belasten, kies dan een 4.

De afgelopen dagen hebben uw ambtenaren het plan afgestoft om een Europese bankbelasting in te voeren. Het plan kent een paar voordelen. De bijdrage is uniform en wordt losgekoppeld van de Griekse schuld. Franse banken, die veel Griekse obligaties bezitten, worden niet harder getroffen dan Nederlandse banken, die nauwelijks Griekse schuld bezitten. U hoeft dus niet onderling te gaan ruziën over ongelijke gevolgen. Ook voorkomt een belasting speculatief gedrag. Als Griekse obligaties worden afgewaardeerd kunnen beleggers denken dat het een kwestie van tijd is voordat ook Portugees papier in waarde verminderd wordt. Markten kunnen dan banken die veel Portugees papier bezitten gaan wantrouwen. Een ander voordeel is dat kredietbeoordelaars de beoordeling van Griekse obligaties niet hoeven aan te passen. De ECB is dan tevreden, ze kan de Griekse banken blijven steunen, en uw Nederlandse en Duitse ambtgenoten zijn tevreden, de banken leveren een aanzienlijke bijdrage.

Een nadeel is dat het plan alleen snel kan worden ingevoerd als landen op nationaal niveau de bankbelasting gaan heffen. Het gevaar bestaat dat de belasting per land iets verschilt. Ook zou het voorstel financiële centra in de eurozone (nog) minder aantrekkelijk maken dan Londen en New York, de grote concurrenten buiten de muntunie.

Wilt u dat de eurozone implodeert? Blijf dan minstens 24 uur aan de lijn en doe niets.