Filippijnse vlag op eilandje wekt woede van Peking

Terwijl diplomaten op Bali werken aan een gedragscode om conflicten in de Zuid-Chinese Zee te vermijden, krijgen de Filippijnen het weer aan de stok met China.

De landingsbaan van Pag-Asa is langer dan het eilandje in de Zuid-Chinese Zee zelf. Maar een groepje Filippijnse parlementariërs vloog er gisteren, vergezeld van journalisten, heen om het als Filippijns grondgebied op te eisen. Ze spraken van een historisch moment, hesen de vlag en hieven plechtig het nationale volkslied aan, in aanwezigheid van enkele Filippijnse bewoners van het stipje in de zee. Daarna vertrokken ze weer naar Manila.

Het kwam de Filippino’s onmiddellijk op een woedende reactie uit Peking te staan, want ook China eist het eilandje op. De Chinese aanspraken gelden trouwens de hele Spratley-archipel, waartoe Pag-Asa hoort. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken sprak van een inbreuk op de „onbetwistbare soevereiniteit” van China.

Maar er zijn meer kapers op de kust. Vietnam en Taiwan eisen Pag-Asa eveneens voor zich op. Daarnaast bestaan nog conflicten over andere delen van de Spratleys en de Paracel-archipel, die China sinds 1974 bezet houdt. Ook Brunei en Maleisië claimen delen van de Zuid-Chinese zee als hun territorium.

Het is de landen niet zozeer om de minuscule eilandjes zelf te doen als wel om olie- en gasreserves, die zich hier naar verwachting bevinden. De schattingen over de natuurlijke rijkdommen van de zee lopen overigens sterk uiteen. Chinese schattingen spreken van 213 miljard vaten olie, terwijl Amerikaanse geologen het op 28 miljard vaten houden. De controle over het gebied is ook aantrekkelijk omdat er belangrijke scheepvaartverbindingen doorheen lopen.

Ook op de conferentie deze week van de ministers van Buitenlandse Zaken van de ASEAN, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische landen, op Bali vormen de conflicten over de soevereiniteit in de Zuid-Chinese Zee een hoofdthema. Juist gisteren werd een doorbraak bereikt bij onderhandelingen, waaraan ook Chinese diplomaten deelnamen. Ze werden het eens over een nieuwe gedragscode voor de betrokken landen. Ze zouden nog slechts met vreedzame middelen naar oplossingen mogen zoeken. De Chinese diplomaat Liu Zhenmin noemde het „een mijlpaal” Het akkoord moet overigens nog door de ministers worden bekrachtigd.

Diplomaten geven echter toe dat de gedragscode nog altijd tamelijk vrijblijvend is. En het is de vraag of met name de Chinezen er zich veel aan gelegen zullen laten liggen. Ook eerdere afspraken over een gedragscode uit 2002 hebben in de praktijk weinig geholpen. Het aantal incidenten is juist de afgelopen jaren weer toegenomen.

Vooral China, dat het grootste gebied opeist met het argument dat het al sinds de zevende eeuw als Chinees gold, is ook volgens neutrale waarnemers steeds agressiever geworden. Vietnam beschuldigde de Chinezen er nog eind mei van kabels van twee Vietnamese schepen, die exploratieactiviteiten op zee verrichtten naar olie, te hebben doorgesneden. De zaak leidde tot protestbetogingen in de hoofdstad Hanoi. Eerder joegen de Chinezen ook een Filippijns onderzoeksschip weg.

Steeds meer is het een conflict tussen China en de rest geworden. Mede daarom onderhandelt China liever niet met een internationaal verband als ASEAN over bindende afspraken: via bilaterale overeenkomsten met kleinere landen hoopt het als groot, sterk land meer binnen te halen.