De vrome preken van de duurzaamheiddominee

Veel milieuactivisme is gewoon eigenbelang. Biobrandstofbedrijven, windmolenfabrieken en energiebedrijven hebben baat bij groene maatregelen, betoogt Bjørn Lomborg.

Het International Panel on Climate Change (IPCC) creëerde in mei ophef in de media, met een rapport over duurzame energie. Net als in het verleden bracht het IPCC eerst een korte samenvatting uit. Pas later zou het alle gegevens bekendmaken. De spindoctors van het IPCC schotelden de journalisten een kant-en-klare boodschap voor.

De eerste regel van het persbericht verkondigde: „Bijna 80 procent van de wereldenergievoorziening kan halverwege deze eeuw door duurzame energie worden geleverd, mits gesteund door het juiste overheidsbeleid.” Dit verhaal werd herhaald door media over de hele wereld. Zo schreef The Guardian: „Renewable energy can power the world, says landmark IPCC study”. The New York Times schreef: „Renewable Sources Could Provide 77 percent of World’s Energy by 2050”. [NRC Handelsblad maakte geen melding van het persbericht, red.]

Vorige maand heeft het IPCC het gehele rapport vrijgegeven, samen met de gegevens achter deze verrassend optimistische bewering. Toen pas bleek dat die uitsluitend berustte op het meest optimistische van de 164 scenario’s die de onderzoekers hadden bestudeerd. Dit ene scenario kwam voort uit één enkel onderzoek. Dat was terug te voeren op een rapport van Greenpeace. De schrijver van dat rapport, een medewerker van Greenpeace, was een van de voornaamste schrijvers van het IPCC. De bewering steunde op de veronderstelling van een sterke vermindering van het wereldenergieverbruik. Gezien de opkomst van China en India is dit een hoogst ongeloofwaardig scenario.

Toen het IPCC voor het eerst die bewering deed, juichten de aardopwarmingsactivisten en hernieuwbare-energiebedrijven. „Het rapport toont duidelijk aan dat duurzame technieken de wereld van meer energie kunnen voorzien dan ze ooit nodig zal hebben”, pochte Steve Sawyer, secretaris-generaal van de Global Wind Energy Council.

Dit soort gedrag, waarbij activisten en grote energiebedrijven eenstemmig alles toejuichen waaruit een noodzaak spreekt tot meer subsidie voor alternatieve energie, is fraai beschreven in de politieke theorie van de bootleggers and Baptists – drankstokers en dominees. Deze theorie is ontstaan uit de ervaring in het zuiden van de Verenigde Staten. In veel gemeenten moesten de winkels ’s zondags sluiten. Dat moest de verkoop van alcohol verhinderen. Deze maatregel werd om morele redenen gesteund door godsdienstige groeperingen, maar ook door illegale drankstokers. Zij hadden ’s zondags het rijk alleen. Politici gebruikten de vrome retoriek van de dominees, maar namen heimelijk ook verkiezingsdonaties aan van illegale drankstokers.

Natuurlijk bezondigen de huidige drankstokers van de klimaatverandering zich niet aan illegaal gedrag, maar vaak wordt niet gezien hoe groot het eigenbelang is van energiebedrijven, biobrandstofproducenten, verzekeringsmaatschappijen, lobbyisten en anderen bij de steun aan ‘groene’ maatregelen.

Ook biedt de theorie nog een verklaring voor andere klimaatmaatregelen. Zo heeft het Kyotoprotocol duizenden miljarden dollars gekost en slechts een vrijwel onwaarneembaar verschil opgeleverd in de afremming van de temperatuursstijging op aarde. Toch beweerden de activisten dat er een morele verplichting was om de CO2-uitstoot te verminderen. Ze zijn aangemoedigd door bedrijven die daar baat bij hadden.

Tijdens de noodlottige klimaattop van december 2009, in Kopenhagen, was de Deense hoofdstad behangen met gelikte advertenties. Daarin werden de afgevaardigden opgeroepen om goede afspraken te maken – bekostigd door Vestas, ’s werelds grootste windmolenproducent.

Oliemagnaat T. Boone Pickens, een beroemde bekeerling tot de milieubeweging, heeft een ‘plan’ opgesteld – dat hij naar zichzelf heeft vernoemd – om het Amerikaanse beroep op duurzame energie te verhogen. Natuurlijk was hij ook een van de grote investeerders in de windenergie- en aardgasbedrijven die zouden profiteren van de subsidies.

Energiereuzen als BP en Shell hebben zich ‘groen’ geprofileerd. Ze zullen voordeel hebben bij de verkoop van olie of gas in plaats van ‘milieu-onvriendelijke’ steenkool. Zelfs de Amerikaanse elektriciteitsreus Duke Energy, een grote steenkoolverbruiker, oogstte lof voor zijn inspanningen voor een Amerikaans emissierechtenstelsel. Uiteindelijk was het bedrijf evenwel tegenstander van het wetsvoorstel. Dit voorzag niet in voldoende vrije CO2-emissierechten voor steenkoolbedrijven.

Dubieuze beweringen van verstokte activisten hebben geleid tot de biobrandstofindustrie – plus ondersteunende lobbyisten. De productie van biobrandstof verhoogt vermoedelijk de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, door de massale ontbossing die ervoor nodig is. De verlegging van de oogst verhoogt de voedselprijzen en draagt bij tot de honger in de wereld. De milieuactivisten erkennen dit inmiddels weliswaar, maar aanvankelijk kreeg de industrie veel bijval van de activisten. De agribedrijven en groene-energieproducenten hebben er nu geen belang meer bij om de koers te verleggen.

Uiteraard worden particuliere ondernemingen gedreven door eigenbelang. Dat hoeft niet per se slecht te zijn, maar we horen commentatoren te vaak de indruk wekken dat een keuze wel verstandig móét zijn als Greenpeace en de multinationals het erover eens zijn. De steun van het bedrijfsleven aan dure maatregelen als het Kyotoprotocol, dat heel weinig heeft gedaan voor de klimaatverandering, wijst anders uit.

De dominees van de klimaatverandering verschaffen de morele dekmantel waaronder politici regelgeving verkopen, samen met enge verhalen waarmee de media lezers of kijkers trekken. Bedrijven zien kansen op subsidies van belastinggeld en op een doorberekening van kosten aan de consument.

Helaas kan deze belangenverstrengeling tot gevolg hebben dat we ons richten op ondoelmatige, dure antwoorden op de klimaatverandering. Als tegengestelde politieke krachten elkaar aantrekken, zoals activisten en multinationals in het geval van de opwarming van de aarde, bestaat het grote gevaar dat het publieke belang het kind van de rekening is.

Bjørn Lomborg is verbonden aan het Kopenhagen Consensus Center. Hij is schrijver van The Skeptical Environmentalist en Cool It.