De Kamers verkleinen is potsierlijk idee van Rutte

Het kabinet wil terug naar honderd Tweede Kamerleden. Onbegrijpelijk hoe een liberale premier tot zo’n voorstel kan komen, vindt E.C.M. Jurgens.

Telkens als een democratie crisisverschijnselen vertoont, ontstaan gedachten om de macht van het parlement te beperken. Dat was zo in de jaren dertig, de tijd van de economische crisis en de opkomst van totalitaire regimes in Italië en Duitsland. In Nederland klonk toen geroep om een sterkere overheid – om beperking van de macht van ‘de politiek’.

Deze keer is het de regering die zich antiparlementair opstelt, met haar potsierlijke idee om het aantal leden te verminderen van de Tweede en van de Eerste Kamer en om de gekozen stadsdeelraden in Amsterdam en Rotterdam af te schaffen.

Is vermindering van het aantal volksvertegenwoordigers – de mensen die het contact met de kiezers in stand houden – een bijdrage tot de democratie? Het versterkt juist de macht van de regering, ten koste van de kiezers. Is onze Tweede Kamer te groot? Vergelijkbare landen als België en Zweden hebben een groter parlement.

In 1956 is bij ons het aantal leden van de Tweede Kamer vergroot van 100 naar 150, om een redelijke verhouding te blijven houden tot het aantal inwoners. Het aantal inwoners is sindsdien eenderde groter geworden. Er is dus zeker geen reden om weer terug te keren naar 100.

Het werk van de Kamer is uitgebreid sinds 1956. De Kamer stelt jaarlijks de begroting vast, behandelt honderden wetsvoorstellen – sommige zeer omvangrijk – en beoordeelt bovendien vele ontwerpen van EU-regelgeving. Zij moet de regering ter verantwoording roepen voor haar dagelijkse beleid. Ze moet onderzoeken en enquêtes houden.

Voorts moeten de leden zich vertonen in het hele land, omdat de kiezers dat terecht vragen. Ze moeten zich verantwoorden op eigen partijvergaderingen – behalve de PVV dan, want die kent geen interne democratie. En dan de vertegenwoordigingen bij internationale, parlementaire instellingen, zoals die van de NAVO en van de Raad van Europa – ook daar behoort een democratisch element te zitten.

Als je dan nog bedenkt dat deze taken binnen elke fractie moeten worden uitgevoerd, en dat er maar twee fracties zijn van circa dertig leden, twee van circa twintig en de rest nog minder, is duidelijk dat fracties nu al moeite hebben om het werk te doen.

Joost Eerdmans (Opinie, 12 juli) stelt dat de Tweede Kamer alleen hoeft te bestaan uit honderd ‘generalisten’. Dat is net zoiets als zeggen dat de redactie van NRC Handelsblad louter zou kunnen bestaan uit journalisten die overal iets van afweten. Hoe die ‘generalisten’ dan doorwrochte berichten en analyses kunnen maken van de kredietcrisis, het beroepsgeheim van psychiaters in de zaak-Tristan van der V., het pensioenakkoord, de toestand in Kunduz of de kwaliteit van een Hamletopvoering in Diever – een paar onderwerpen in de krant van 12 juli – mag Joost weten.

Hetzelfde geldt in de Kamers. Zonder een onderlinge taakverdeling, waarbij leden van een fractie zich specialiseren, is het onmogelijk. Hoe kan een ‘generalist’ – dus iemand die van alles iets weet, maar van niets veel – tot een politieke beoordeling komen van een ingewikkeld wetsvoorstel of een belangrijke EU-maatregel? De regering bestaat toch ook niet uit ‘generalisten’? Ministers hebben een beleidsgebied. Ze worden gesteund door vele beleidsambtenaren.

Het is onbegrijpelijk hoe premier Rutte, die stamt uit een liberaal-democratische traditie en oud-lid is van de Tweede Kamer, zo’n voorstel voor zijn verantwoording kan nemen. Doet hij dit alleen omdat het een PVV-eis was bij de kabinetsformatie, in de cynische wetenschap dat het voorstel toch wordt verworpen?

De parlementaire democratie is in gevaar. We hebben te kampen met een economische en een monetaire crisis, met problemen met de integratie van nieuwe minderheden en met populistische aanvallen op kernwaarden van onze rechtsstaat, zoals op de rechterlijke onafhankelijkheid en op de Europese integratie. In zulke dagen hebben wij een zelfbewuste volksvertegenwoordiging nodig. Een regering die poogt het parlement te ondermijnen, kwam bij ons zelfs in de jaren dertig niet voor.

Wat is er met ons aan de hand? Laat de Kamermeerderheid blijk geven van meer zelfbewustzijn dan de regering en het voorstel verwerpen. Laten democraten waakzaam blijven en de rechtsstaat verdedigen.

Prof.mr. E.C.M. Jurgens was gedurende een periode van 35 jaar lid van de Eerste en Tweede Kamer.