Alweer hongersnood? Wie helpt er dan nog?

Ook in dorpen wordt gefuseerd. Toch bevindt de Vereniging Ontwikkelingssamenwerking Muiden en Muiderberg zich op een andere schaal dan de Samenwerkende Hulporganisaties, die een nationale actie organiseren tegen de honger in de Hoorn van Afrika. De kleine, inmiddels 31 jaar oude vereniging is aantrekkelijker. De donateurs hebben het gevoel dat ze er vat op hebben. Eindelijk, eindelijk, zeggen nieuwe leden die zich aanmelden bij Muidense & Muiderbergse braderieën en markten – eindelijk een overzichtelijke organisatie.

„Wij leggen bij iedere jaarvergadering uit hoe het is gegaan’’, zegt de 76-jarige Jos Vossen tevreden. In totaal 6.000 euro voor drie projecten, met bonnetjes. Hij is de contactpersoon van een project voor bejaarden op het platteland in Honduras. „Er is geen vertrouwen in alle grote fondsen, de salarissen van managers etcetera. Pijnlijk, maar het is zo.”

Bij zijn vereniging is de Balkenendenorm nergens in zicht. De overhead is 3 procent. Er werken alleen vrijwilligers.

Vertrouwen is fragiel. Grote organisaties zijn niet in trek. Mijd het woord solidariteit. Dit wekt alleen maar ergernis op. Grote hulporganisaties staan onder druk. Ze zijn de heilige status van vroeger kwijt. Er kan altijd worden gewezen op mislukte projecten. Arme landen werken niet zo efficiënt als Nederland. Geld blijft hangen bij rijke mensen. Na de euforie van een televisieactie voor slachtoffers van een tsunami, een aardbeving of een hongersnood volgt altijd teleurstelling. Ladingen worden geroofd, verkocht of raken bedorven. Gebieden worden vergeten. Daarvoor bestaat minder geduld. De trots op Nederland als gidsland heeft plaatsgemaakt voor zelfbeklag over „netto betalen’’.

De nieuwe actie van de Samenwerkende Hulporganisaties begint al met een achterstand. Het is vakantie. We zijn nog niet geschrokken door tv-beelden van hongerlijders. De echte crisis moet nog komen. Dat brengt de donateur aan het twijfelen. Alweer hongersnood? Komen die piraten niet ook uit Somalië? Dat geld gaat toch naar krijgsheren en fundamentalisten.

Deelnemers aan kleine organisaties hebben geen marketing nodig om deze dilemma’s uit te leggen. Zullen Muiden & Muiderberg ook bijdragen aan de noodhulp? Nee, zegt Vossen. Hij zal het zelf waarschijnlijk wel doen, zegt hij. Andere leden misschien ook, maar de vereniging doet alleen aan overzichtelijke projecten, van mensen die bij de vereniging bekend zijn. Die komen weleens langs om erover te vertellen – een theaterproject in Zuid-Afrika, landbouwles in Guatemala.

Een Muiderberger, Peter Westerveld, graaft sleuven rond de Kilimanjaro. Daar blijft het water staan, opdat hier bomen zullen groeien. Voor hem werd een speciale wandelactie georganiseerd. De opbrengst bedroeg 5.200 euro. Een stamhoofd van de Masaï bedankte hem. Vossen, die in de grafische industrie werkte, was na zijn pensioen als vrijwilliger betrokken bij ontwikkelingsprojecten.

Dergelijk engagement is schaars. Het komt nog voor bij kerken. Die hebben steeds minder aanhang. Een seculiere organisatie van twee dorpen die hun welvaart willen delen, zonder het geld te geven aan leuke excursies voor gemeenteambtenaren, is uniek. Betrokkenheid is belangrijker dan transparantie. Wat zeggen bonnetjes? Ook als die er zijn, kan vaak niet ter plekke worden gecontroleerd hoe ze zijn opgemaakt. Specialisten verschillen van mening over wat goede hulp is. Elke tien jaar is er wel een andere mode, van socialisme, landbouwcollectieven (Tanzaniaanse ujamaas) en self reliance tot het tegenovergestelde, open grenzen en vrije markt. Nu zijn microkredieten het dogma.

Een kleine vereniging kan weinig uitrichten voor noodhulp. Je bent dus aangewezen op grote organisaties. Als donateur moet je geloven dat het wel goed zal zijn, ook als je niemand van 555 persoonlijk kent. Marketingcampagnes met telefoontjes en bombardementen met larmoyante televisiebeelden brengen geld op, maar ze zijn gauw uitgewerkt. Als er geen vrijwilligers en verenigingen meedoen, is het ook gauw afgelopen met overheidshulp.