Aarzelend debuut van Spaanse fusiebank

De kredietcrisis trof lokale en regionale spaarbanken in Spanje hard. Sommige proberen via een beursgang aan nieuw kapitaal te komen.

Als de koers van het aandeel Bankia op zijn computerscherm ineens scherp daalt, begint beurshandelaar Fernando Abajo nerveus aan zijn borstelsnor te plukken. Achter hem op de Madrileense beursvloer steekt zijn hoogste baas, Bankia-topman Rodrigo Rato, net een lovende toespraak af over de zojuist gerealiseerde beursgang van de nieuwe Spaanse consumentenbank.

„Het geeft een enorme voldoening dat we dit bijzondere project in een recordtempo hebben volbracht, te midden van een perfecte financiële storm op de markten”, jubelt Rato. „Dit is een strategisch belangrijk moment voor onze economie en ons hele financiële stelsel.”

Maar in hun eerste handelskwartier lijken de aandelen bij elke loftuiting van de topman verder in prijs te dalen. Terwijl in de coulissen obers al klaar staan met dienbladen vol glazen cava, tonen de beursborden weinig reden voor feest. Min 2 procent, min 3, min 4, min 5. „Ze laten ons vallen. De angst overheerst”, sombert beurshandelaar Abajo.

De aanvankelijke dip blijkt tijdelijk. Vooral JP Morgan, Deutsche Bank en Bankia zelf plaatsen grote orders om de prijs op te krikken. Aan het eind van zijn eerste handelsdag stabiliseert de koers uiteindelijk rond zijn beginprijs.

De beursindex Ibex35 beleeft een topdag. „Maar om van een echt succesvolle beursintroductie te spreken, zou Bankia de komende dagen nog minstens 3 procent moeten stijgen. De introductieprijs was immers erg laag”, meent een handelaar van beursmakelaar Linx.

Dat Bankia gisteren geen zorgeloze beursgang zou maken, was al weken duidelijk. De nieuwe groep is een samenwerkingsverband tussen de grote Caja Madrid en zes kleinere regionale spaarbanken. Veel van Spanje’s 49 cajas de ahorros werden tijdens de kredietcrisis hard geraakt door het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel. Beleggers vrezen dat de centrale regering tientallen miljarden kwijt kan raken om wankele cajas overeind te houden. Hoewel Spanje een geringe staatsschuld heeft, wordt het hierdoor in toenemende mate gewantrouwd op de financiële markten.

De cajas zijn in een ingrijpend fusieproces verwikkeld. En begin dit jaar dwong de regering de cajas daarom hun kapitaalpositie voor de herfst versterkt te hebben, bij voorkeur via een beursgang. Lukt dit niet, dan wacht gedwongen nationalisatie en vervolgens privatisering. Om dit scenario te ontlopen, fuseerden verscheidene cajas om deze zomer samen een beursgang te maken.

De opgelaaide eurocrisis kwam voor Bankia en Spanje op een uiterst ongelegen moment. De spread, het verschil tussen de rente op Spaanse obligaties met de Duitse Bund, liep afgelopen maandag op tot nieuwe recordhoogte. Banken, bedrijven en overheden in Spanje komen nu steeds dichter bij het punt waarop nieuwe leningen zó duur worden, dat ze in een neerwaartse schuldenspiraal belanden. „We worden op een hoop gegooid met Griekenland, Ierland en Portugal”, stelt beurshandelaar Abajo. „Dit kan niet lang zo doorgaan. Onze economie komt steeds meer in ademnood.”

Bankia is na de sterke Catalaanse CaixaBank het tweede cluster dat naar de beurs gaat. Vandaag volgt de kleinere Banca Cívica. De komende weken wordt het lot van de resterende cajas helder: óf ze weten tijdig hun kapitaalbuffers op te hogen, óf de centrale bank intervenieert.

Madrid pompte ruim 20 miljard euro aan noodleningen in het financiële stelsel. Volgens de regering blijft het hier bij en zullen de instellingen het geld uiteindelijk terugbetalen. Verschillende economen en analisten betwijfelen dit. Zij wijzen er op dat de banken nog meer vastgoedverliezen wachten.

Deze onzekerheid blijft de paniek over Spanje voeden. De banken zijn er deels zelf verantwoordelijk voor, omdat zij de stagnatie op de huizenmarkt verlengen. Hoewel huizenprijzen sinds het piekjaar 2007 met 22 procent zijn gedaald, staan circa 1 miljoen woningen te koop. Banken hebben veel grond en huizen op hun balansen en proberen op alle mogelijke manieren verdere prijsdalingen te voorkomen. Bijvoorbeeld door leningen te blijven verstrekken aan projectontwikkelaars die technisch eigenlijk al jaren failliet zijn.

Dat de cajas hun balansen niet eerder opschoonden, is ook te wijten aan de grote invloed van lokale en regionale vertegenwoordigers in hun besturen. Zij bestierden de banken tijdens de vastgoedhausse als hun eigen durfkapitaal. Dit willen ze niet kwijt. Ook de landelijke politiek is huiverig lokale en regionale partijgenoten deze invloed af te pakken. Met de landelijke verkiezingen (uiterlijk maart 2012) in het verschiet zal dit waarschijnlijk ook niet snel veranderen.

Ook de cajas die nu naar de beurs gaan, blijven sterk onder controle van politici. Als de spanning in de eurozone zo hoog blijft, is de vraag hoe lang zij nog kunnen talmen. Sowieso geldt: hoe langer Spanje wacht, hoe hoger de rekening.