Zieke Chávez twittert vreugdeketen

Niet Brazilië of Argentinië maar het kleine voetballand Venezuela kan zich vannacht ten koste van Paraguay plaatsen voor de finale van de Copa America.

Voor het honkbalstadion aan de Avenida Rotaria in Barquisimeto zijn de shirts van de Cardenales de Lara nu niet verkrijgbaar. De straatverkopers hebben even geen boodschap aan het populaire béisbol. Na het onverwachte succes van Venezuela in de Copa América is het land opeens compleet voetbalgek. „De shirts van Venezuela zijn niet aan te slepen”, zegt een lachende verkoper, die namaakshirts met naam en rugnummer voor 150 bolivares (12 euro) van de hand doet. „Wie had vooraf kunnen bedenken dat La Vino Tinto zover zou komen?” Venezuela speelt vannacht in het Argentijnse Mendoza tegen Paraguay om een plaats in de finale van de Zuid-Amerikaanse landenkampioenschap.

Het nieuws in Venezuela wordt even niet beheerst door de talloze moorden, de gevangenisopstanden of de torenhoge inflatie. Zelfs Hugo Chávez, die op Cuba wordt behandeld voor kanker, staat nu in de schaduw van het nationale elftal. De president, die het land de afgelopen elf jaar tot op het bot verdeelde, heeft het elftal in zijn armen gesloten. Via twitter (@chavezcandanga) moedigde hij het elftal aan dat Chili in de kwartfinales van de Copa América versloeg. „Que Golazoooooooooooo! Bravo Venezuela!!”, zo stuurde Chávez na het winnende doelpunt van Gabriel Cichero de wereld in.

Daar waar eerder nationale sporthelden zoals de honkballer Magglio Ordóñez en Formule 1-coureur Pastor Maldonado openlijk de kant van Chávez kozen, lieten de voetballers weten „voor heel Venezuela” te spelen. Daarmee verenigden ze de bevolking, die voor het eerst deze eeuw samen feest viert. De aanhangers van Chávez en de anti-Chavistas hebben vol trots de handen ineengeslagen. De straten kleuren Vino Tinto in plaats van het rood van de Bolivariaanse revolutie. „La Vino Tinto is van ons allemaal”, zo liet bondscoach Cesar Farías vanuit Argentinië weten.

La Vino Tinto (rode wijn) is de bijnaam van de in bordeauxrode shirts spelende voetbalploeg, die lang bekend stond als de Assepoester van Zuid-Amerika. Venezuela en voetbal was decennia lang synoniem voor verlies. In juni 1972 leed het land een historische 10-0 nederlaag tegen Joegoslavië. Bij wedstrijden van Venezuela kwamen de voetballiefhebbers sindsdien vooral kijken naar de tegenstanders. Zo voelde het voor Brazilië en Argentinië vaak als een thuiswedstrijd wanneer ze moesten aantreden in steden als Caracas of Maracaibo. De kwalificatiereeks voor het WK van 1998 was met dertien nederlagen en drie gelijke spelen een blamage. De 7-0 nederlaag tijdens de Copa America van 1999 tegen Brazilië was vernederend.

Tien jaar geleden werd onder leiding van oud-international Richard Páez Monzón de ommekeer ingezet. De traumatoloog veranderde de nationale ploeg van een zwalkend geheel zonder zelfvertrouwen in een ploeg met geloof in eigen kunnen. Páez wilde niet meer dat zijn spelers samen met supporters achter grootheden als de Braziliaan Robinho of de Argentijn Messi aan renden om een shirtje te bemachtigen. De bondscoach wilde alleen winnaars in de selectie, waarin het individu ondergeschikt is aan het team. In maart 2004 verbaasde Venezuela in Montevideo met een spectaculaire 3-0 overwinning tegen Uruguay. Paez droeg de zege op aan „de voetballers van Venezuela die ooit stelden dat we geboren waren om te verliezen”.

Páez wist Venezuela niet naar het WK te loodsen, maar leidde zijn elftal tijdens de Copa América van 2007 wel voor het eerst naar de kwartfinales. Venezuela was vier jaar geleden gastland van de 42ste editie van het oudste landentoernooi ter wereld. Een recordinvestering van 750 miljoen euro werd gedaan voor de bouw van negen stadions met de daarbij behorende infrastructuur. Het toernooi werd met een zinderende finale tussen Brazilië en Argentinië een sportief succes. Vrijwel alle wedstrijden werden in volle stadions gespeeld. Chávez probeerde het voetbal te politiseren, maar slaagde daar niet in. „De regering van Chávez maakt een verdeling tussen de goede en de slechte mensen. De armen en de rijken”, stelde Ivan Sosa, hoogleraar sportgeschiedenis aan de universiteit van Yaracuy. „Het voetbaltoernooi heeft het volk juist weer een beetje tot elkaar gebracht.”

De organisatie van de 43ste Copa kwam in handen van Argentinië. Dit moest het toernooi worden waar Lionel Messi eindelijk de Argentijnen voor zich zou winnen. Maar de wereldster van FC Barcelona kwam met de Albicelestes niet verder dan de kwartfinales. Ook vijfvoudig wereldkampioen Brazilië haalde met een topselectie de halve finales niet. De Copa América werd het toernooi van de grote verrassingen. La Vino Tinto, sinds 2008 onder leiding van de nu 38-jarige Farías, groeide uit tot de revelatie. In het land waar honkbal altijd de grootste sport is geweest, kwam het voetbal de afgelopen weken tot volle bloei.

Farías, ook wel beschouwd als de José Mourinho van Zuid-Amerika, slaagde erin zijn elftal tijdens een zeer lange voorbereiding in het Amerikaanse Dallas in zichzelf te laten geloven. Met gelijke spelen tegen Brazilië en Paraguay en overwinningen op Ecuador en Chili volgde de bevestiging. De Venezolanen die de wereldtitels van Brazilië in het verleden als hun eigen successen vierden, geloven nu in een stunt van hun eigen ploeg. De nieuwe helden heten Salomon Rondon, Fedor Miku, Tomás Rincon en Roberto Rosales. De straatverkopers hebben hun namen in gouden letters op de shirts gedrukt. Pas in oktober, als het honkbalseizoen begint, zal de Avenida Rotaria in Barquisimeto weer vol hangen met de shirts van hitters, pitchers en catchers.