Wetenschap smoort leiders in de Tour

Leiders als Merckx fietsen niet meer rond. Is het doping, is het angst? Het zijn de rekenmodellen, stelt Peter Ouwerkerk.

De favorieten voor de zege in de Tour hadden twee weken lang hun benen omzichtig in de verpakking gehouden – tot aan de plotse oprispingen van Alberto Contador en Cadel Evans van gisteren, op de kletsnatte Col de Manse, even buiten Gap. Daar was eindelijk de opwinding waarnaar op de tweede rustdag nog zo deerlijk werd verlangd.

Strijd! Mocht het een keer, met alleen de Alpen en de tijdrit in Grenoble nog in het rondeboek?

Waar was het spektakel gebleven? De klassieke gevechten? Waren er nog leiders? Laat de bazen in de Tour opstaan! Competitie is een strijd op leven en dood, geen synoniem voor lethargie. Of is het leiderschap in de Tour voorgoed begraven?

Gebrek aan leiders – het is hét manco van de moderne Tour.

Eddy Merckx, dat was een leider. ‘De Kannibaal’ vermorzelde iedereen. Hij zette eerst zijn knechten op kop. Vervolgens sloeg hij meedogenloos toe. Zijn legendarische solo van ruim honderd kilometer in 1969, over vier Pyreneeëncols, met in finishplaats Mourenx een voorsprong van bijna acht minuten, deed denken aan mythische etappes in de oertijd.

Merckx is de laatste leider in de traditionele zin van het woord. Bernard Thévenet en Lucien Van Impe, die reden in de jaren zeventig, staken bleek bij hem af. Luis Ocaña viel aan en viel. Joop Zoetemelk – tien etappes en elf topvijfnoteringen! – ging de geschiedenis in als ‘eeuwige tweede’ en niet als ‘spektakelman’.

In de jaren tachtig landde het ‘economiseren’ in de Tour. Bernard Hinault, Miguel Indurain en Lance Armstrong waren andere ‘leiders’ dan Merckx. Ze wonnen veel, maar deden dat uiterst beredeneerd.

Hinault heette een garantie voor strijd, maar alleen zijn ogen spoten vuur. Hij wist al gauw dat een Tour niet wordt gewonnen op één dag. Een Tour win je in de som der dagen. De Breton was een excellent tijdrijder. Wie de Tour wil winnen, moet zuinig zijn, redeneerde Hinault. Hij rustte liever dan dat hij eindeloos confereerde met de media. „Daags een uur minder pers is op 24 dagen drie dagen extra rust.”

Indurain was ook zo’n econoom. De Zwijger van Navarra vertrouwde volledig op zijn horloge. Hij bracht begin jaren negentig de stilte in de Tour. Geen tijdperk was zo saai als dat van de Bask. De gele rijder wiegde de tegenstand in slaap.

Daarna kwam Armstrong. Zeven keer reed zijn hele ploeg onvoorwaardelijk in dienst van hem. Hij was tactisch briljant en dictatoriaal. Zijn zesde Tourzege was subliem, maar op het laatst kreeg iedereen genoeg van de onverstoorbare Texaan. Hij verdoofde de koers.

Met enige goede wil zou je dit supertrio niettemin nog wel ‘leiders’ kunnen noemen. Zij namen het voortouw in tijdritten, in sommige bergetappes en in situaties waarin het peloton beslist over hollen of stilstaan. Alberto Contador kon in hun voetsporen treden. Hij won drie keer de Tour en is nog nooit verslagen in een grote ronde, maar een Leider, een pelotonsaanvoerder is hij niet.

Contador is een vlieggewicht, een klimmer en een tijdrijder. Hij beschikt over een drietrapsdemarrage in de traditie van Luis Herrera en Marco Pantani. Nu draagt hij de last van een vroeg in deze Tour opgelopen knieblessure en een loodzware Giro d’Italia, die hij won. Lang leek het erop dat hij zich niet durfde of kon tonen. Zijn tempoversnellingen op de ‘Manse’ zullen de broertjes Schleck gisteren wel anders hebben doen denken.

De Tour van 2011 is een dramatische, een zeer verteerbare en een ongewisse. Veel outsiders voor de eindzege zijn onderweg gesneuveld, door misfortuin of eigen falen. De rest beloerde elkaar twee weken lang, in de schaduw van een afwezige leider.

Misschien komt dit gebrek aan leiderschap in de Tour door het uniforme respect voor het antidopingcharter of door angst, maar de belangrijkste oorzaak lijkt me het credo ‘voorzichtig aan, dan breekt het lijntje niet’. De Tour van Merckx bestaat niet meer. De Leider bestaat niet meer. Nivellering is wat we zien. Het ongebreideld koersen is voltooid verleden tijd. Training, voeding, materiaal en medische begeleiding zijn voor iedereen gelijk.

De gevolgen daarvan zijn dagelijks zichtbaar. De Tour is een discipline van vermogen en wattages geworden. Wie in het rood fietst, hoort een piep – pas op voor overbelasting, de Tour is nog lang. De echte Leider is de wetenschap. Die berekent hoeveel je in de bergen precies moet eten, niet te veel of te weinig.

Het publiek wil spektakel, strijd, sensatie, demarrages. Klassementsrenners bungelen aan de cijfergrafieken in de laptop. De Tour is een verdedigende tak van sport geworden. Wie het laatst verliest, wint de Tour.

Gisteren zagen we eindelijk weer eens aanvallers! Die gedaanteverwisseling maakt hen nog niet meteen Leiders. Je kunt je natuurlijk ook afvragen of die wel nodig zijn. En in de Alpen duimen voor de Franse geletruidrager Thomas Voeckler – de perfecte selfmade leider.

Peter Ouwerkerk is schrijver en journalist. Hij volgt de Tour de France al meer dan veertig jaar.