Wetenschap

In 1665 sneed Reinier de Graaf een levende hond open op een operatietafel en tapte een beetje alvleessap af. Het experiment had hem veel „swaarhoofdige overpeynsingen” gekost en talloze proefdieren had hij versleten maar uiteindelijk lukte het. Tijd voor het ultieme experiment. De zuurte van het alvleessap moest de theorie bewijzen dat de oprispingen tijdens de spijsvertering werden veroorzaakt door de chemische reactie tussen alkalische en zure sappen.

De enige manier om de zuurgraad te bepalen was door het sap te proeven. Dat werd een teleurstelling. Het sap was vooral smerig, en ja, er was ook een zurige ondertoon in te ontdekken, maar de resultaten waren verre van overtuigend. Na dit experiment had de theorie verworpen moeten worden, maar De Graaf volhardde en hoe vaker hij het alvleessap proefde hoe meer hij overtuigd raakte van de zuurte ervan.

Op vakantie lees ik het boek Gevaarlijke Kennis van Luuc Kooijmans over de anatomische wetenschap in de zeventiende eeuw. Een tijd waarin wetenschappers continue moesten waken voor heersende dogma’s. Overal was er wel een doctrine waarmee publicaties in overeenstemming moesten zijn.

Volstrekt andere tijden. Wij onderzoeken dogmavrij, er heerst geen religieuze doctrine, er wordt niet gecensureerd. Maar dat ene tijdloze dogma blijft. De Graaf leed eronder en ik, 350 jaar later, ook: de onwrikbaarheid van mijn eigen overtuigingen. Nog steeds hoop ik op baanbrekende nieuwe inzichten, maar eigenlijk zou het me bijzonder slecht uitkomen als het volgende experiment mijn theorie omver zou werpen. Als alles wat ik tweeënhalf jaar lang dacht anders blijkt te zijn, dat ik mijn begeleiders, de investeerders, de toehoorders van al die presentaties moet opbiechten dat wat ik keer op keer betoogde op een misverstand was gebaseerd. Dat mijn proefschrift er helemaal anders uit zou komen te zien, dat zelfs de titel van het project de lading niet meer dekt. Misschien is dat het belangrijkste dat je leert tijdens je promotieonderzoek. Het vermogen tot voortschrijdend inzicht. Dat je je overtuigingen opzij moet durven zetten als je experimenten datgene opleveren waar we uiteindelijk allemaal naar verlangen: nieuwe inzichten, nieuwe kennis, wetenschap.

Rosanne Hertzberger