Waarom merken wij dat niet in de supermarkt?

Als er te veel moeite gedaan moet worden om voldoende vis te vangen, kunnen vissers naar andere wateren varen. Vissers gaan dan varen onder de vlag van een ander land, waar de regels coulanter zijn. Ook sluit de EU verdragen af met andere landen, vaak ontwikkelingslanden zoals Ivoorkust en Guinee-Bissau, om voor hun kusten vis te mogen vangen. Naast de EU hebben onder meer Japan en Korea verdragen met kuststaten. Visserijverdragen leveren op korte termijn geld op voor deze landen, maar de netten van lokale vissers worden leger en leger. Hun dagelijkse voedselvoorziening komt onder grote druk, de mogelijkheden om hun vis te verhandelen verdwijnen al helemaal.

Omdat de grote roofvissen zoals tonijn en marlijn al zijn weggevist, richt de vloot zich op steeds kleinere soorten vis. Vaak groeit de visstand van kleinere vissen voor een periode, omdat hun natuurlijke vijand is weggevist. Totdat die visstand ook weer onder druk komt, dan is een nog kleinere vissoort aan de beurt.

Tot slot kiezen vissers ervoor om verder uit de kust te vissen. Door technologische ontwikkelingen is het steeds makkelijker om op diepe zee te vissen. Maar juist in die diepe wateren leven de kwetsbare vissen: ze groeien relatief langzaam en zijn vaak laat geslachtsrijp. Wederom een tijdelijke oplossing dus.

In de supermarkten ligt steeds meer vis met een keurmerk, zoals dat van Marine Stewardship Council (MSC). De consument kan zo kiezen voor ‘goede vis’, maar ongezonde visbestanden kunnen toch het keurmerk krijgen, op voorwaarde dat er een goed herstelplan is. De regels rond overbevissing worden zo te ruim geïnterpreteerd, vinden critici. Ook wordt er met duurzame labels gefraudeerd. Zo toonden Ierse onderzoekers aan dat bedreigde Atlantische kabeljauw verkocht wordt als duurzame Pacifische kabeljauw.