Waarom is er overbevissing?

We eten meer vis. At een wereldburger in 1960 wereldwijd nog 10 kilo vis per jaar, nu is dat bijna 17 kilo. Europeanen eten nog meer, jaarlijks gemiddeld 22 kilo. In 2009 ving men wereldwijd ongeveer 145 miljoen ton vis, dat was ruim 25 procent meer dan tien jaar eerder. Ruim 80 procent daarvan eten we direct op, de rest komt terecht in de verwerkingsindustrie. Europa is de derde visproducent ter wereld, na China en Peru. De economische en politieke belangen zijn groot. De Europese visserij maakte in 2008 250 miljoen euro winst, er werken ruim 267.000 man.

De Europese vissersvloot is de afgelopen decennia sterk gemoderniseerd, waardoor er steeds meer gevist wordt, vooral in het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Een belangrijke oorzaak van de overbevissing is dat de vloot, met meer dan 80.000 geregistreerde schepen in de EU, ruim veertig procent te groot is voor de totale hoeveelheid vis in de Europese wateren. Die vloot neemt nu met jaarlijks twee procent af, maar nog steeds zitten te veel vissersboten achter te weinig vis aan. De visserijen lijden daardoor verlies, maar de EU en nationale overheden houden ze op de been met subsidies. Voor de periode 2007-2013 heeft de EU het Visserijfonds opgericht met een budget van 3,8 miljard euro. Daarnaast staat het de lidstaten vrij subsidie te geven, zolang dat de concurrentie met andere EU-landen niet vervalst.

Spanje, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben de grootste visindustrie van Europa en liggen regelmatig met elkaar in de clinch over de visquota. Jaarlijks bepalen biologen de quota om overbevissing te voorkomen, die worden verdeeld over de lidstaten en vervolgens over de vissers. Vissen waarvan dat jaar het quotum al bereikt is, worden ook overboord gegooid of de vangst wordt niet gemeld. Als de quota overschreden worden, dreigt namelijk een hoge boete. Maar het probleem ligt bij de consument, die is veeleisend. Europese vissers gooien volgens de EU ruim een kwart van hun vangst terug in zee omdat deze vissen te klein zijn of te weinig opleveren. Het merendeel van de vissen sterft dan.