Volgauto's hebben het nog zwaarder: 10.000 km in drie weken Tour

Sinds Johnny Hoogerland door een Franse tv-ploeg het prikkeldraad werd ingereden, liggen de volgwagens onder vuur. Toch is de Tour zonder auto’s ondenkbaar.

In het peloton mogen renners elkaar regelmatig verdringen, op het weggedeelte daarachter is in elke etappe een zelfde soort close racing aan de gang. Auto’s van ploegleiders, mecaniciens, pers, Tourdirectie, talloze motorfietsen en een elk jaar toenemend aantal vipauto’s verdringen elkaar op de soms smalle wegen van het afgezette parcours.

„Inmiddels rijden elke etappe meer auto’s mee dan fietsers”, zegt Kilian Patour, een Franse ex-renner die namens hoofdsponsor Skoda elke etappe gasten vervoert. Hij had daarvoor een speciale rijtraining van een week op een testcircuit, inclusief uitwijkpogingen, namaakpubliek en instructies van kundige testrijders. „Ploegleiders en journalisten zouden die training ook moeten hebben”, moppert Patour, als hij weer eens op het nippertje de achterbumper van een plotseling uitwijkende persauto mist.

Patour geeft onmiddellijk toe dat auto’s zoals hij die bestuurt – met gasten van dik betalende sponsors – het aantal volgwagens in de Tour flink doet stijgen. „Maar de vipauto’s hebben getrainde chauffeurs die voortdurend letten op aanwijzingen van de commissaires, zeg maar de scheidsrechters op het parcours. De auto die Johnny Hoogerland vorige week van de weg reed had bij die kopgroep niets te zoeken. Dat was de chauffeur ook verteld via de Tourradio, maar hij had daar niet op gereageerd.”

Intussen heeft Tourorganisator ASO de regels flink aangescherpt. Er rijden minder auto’s rond de kopgroepen en het peloton, en tegen overtreders is de Tourdirectie strenger in de leer dan de strenge Franse verkeerspolitie. „En toch zijn auto’s onmisbaar in de Tour”, zegt Koos Moerenhout, oud-renner en woordvoerder van de Raboploeg. „Wij gebruiken als ploeg vijf personenauto’s heel intensief, terwijl er bij de hele Tourorganisatie van Rabo zeventien auto’s rijden. En los daarvan nog twee vrachtwagens en de ploegbus. De ploegleider rijdt mee in de koers, maar ook technische mensen met reservefietsen op het dak en onderdelen in de auto”, aldus Moerenhout.

In mijn tijd had een ploeg twee stationcars en een bestelbus”, zegt de Ier Stephen Roche, Tour- en Girowinnaar van 1987. „Ik reed de hele Tour op één fiets, ongeacht tijdritten of bergetappes. Tegenwoordig heeft elke renner minstens vijf fietsen,” aldus Roche, die nu commentator bij Eurosport is en in de Tour namens Skoda gasten rondrijdt.

Skoda kwam in 2004 tamelijk onverwachts de Tour binnen. Een jarenlange samenwerking met Fiat was beëindigd en nauwelijks zes weken voor de start van de eerste etappe zat de Tourorganisatie nog zonder autosponsor. Skoda, dochteronderneming van Volkswagen, was bereid auto’s ter beschikking te stellen. „Dat was nog wel grappig”, herinnert Xavier Benoit van Skoda France zich. „Want de Tourorganisatie kwam met allerlei aanvullende eisen. Ze wilden grotere radiatoren en extra koeling om problemen als met de Fiats te voorkomen, maar daar was helemaal geen tijd voor.”

De gebruikers in de Tour zijn tot nu toe tevreden over Skoda. „Midden jaren tachtig waren auto’s lang niet zo goed als nu”, stelt Roche. „We hadden alleen handgeschakelde modellen. Daarmee kwamen ploegleiders in de problemen als ze bergop bij een temperatuur van 38 graden achter een langzaam klimmende renner moesten aanrijden. Er zat een knop op het dashboard waarmee een extra ventilator kon worden aangezet. Die was vaak ook nodig.” Het grootste probleem was dat de motor vanwege de hitte, het lage tempo en het gebrek aan koelende rijwind zichzelf smoorde. Koppelingen begaven het onder de extreme druk en elk team had wel eens te maken met een verhitte motor.

Daarop verkeek Fiat zich, toen het in de jaren negentig een contract sloot met Tourorganisator ASO. De Italianen leverden min of meer standaard Fiat Croma’s af. Die bleken maar matig bestand tegen de soms verzengende hitte. Skoda voorzag bijna alle Tourwagens van een automatische versnellingsbak en een aangepast onderstel.

De auto’s rijden niet alleen alle etappes, ook van en naar luchthavens, de elke dag wisselende hotels en tussen finish- en startplaatsen. Voorafgaand aan de laatste Tourdag van komende zondag is dat de afstand Grenoble-Parijs. Op die manier leggen vrijwel alle volgauto’s in drie weken Tour de France zo’n tienduizend kilometer af. Dat is bijna drie keer de 3.431 kilometer die de renners op de fiets moeten rijden.