Van werkloze tot jonge voetbalgod

Bachdim wilde stoppen met profvoetbal, totdat een club op Java hem contracteerde.

De aanvaller is in korte tijd uitgegroeid tot de nieuwe voetbalheld van Indonesië.

Persema Malang's Irfan Haarys Bachdim celebrates his goal against Solo FC during the qualifying of the Indonesian Premier League (IPL) soccer tournament in Manahan Soccer Stadium in Solo, Central Java, January 8, 2011. FIFA will take sanctions against a rogue Indonesian league if it goes ahead as expected on Saturday, world soccer's governing body said. The 19-team IPL is the brainchild of oil tycoon Arifin Panigoro as a way of improving soccer in the region. However it is not recognised by the Indonesian Football Association (PSSI) or FIFA, who both support the existing Indonesian Super League (ISL). REUTERS/Rudi Astriadi (INDONESIA - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

In zijn thuisland weten slechts weinigen dat Irfan Bachdim een van de populairste Nederlandse voetballers is. Als hij naar het winkelcentrum gaat, wordt hij elke tien meter staande gehouden door giechelende meisjes die met hem op de foto willen. Volwassen mannen komen hem verlegen de hand schudden. Als fans hem op straat zien, beginnen ze het Turkse dansje te imiteren dat hij doet wanneer hij scoort.

En dan op internet. Dj Armin van Buuren zou de Nederlander zijn met de meeste volgers op Twitter, maar Bachdim heeft er met 800.000 bijna twee keer zoveel. Op Facebook gaat hij met 1,3 miljoen fans spelers als Wesley Sneijder en Arjen Robben ruim voorbij.

Irfan Bachdim (22) is een ster in het voetbalgekke Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. In november maakte de aanvaller uit Mijdrecht zijn debuut in het nationale elftal en sindsdien is hij een Bekende Indonesiër. Hij figureert in talloze televisiespotjes, volgens zijn manager hebben ruim zeventien miljoen Indonesiërs de ringtone gedownload waarop hij het volkslied zingt. Met zijn vrouw Jennifer – een Duits-Indonesisch fotomodel – vormt hij een sterrenstel vergelijkbaar met David en Victoria Beckham.

En dat terwijl zijn vooruitzichten een jaar geleden nog somber waren, vertelt Bachdim in een koffiebar in Jakarta, waar de serveersters loeren op een fotomoment. „Ik speelde in Nederland, maar het was een beetje mislukt allemaal. Ik was niet doorgebroken.” Toen zijn club HFC Haarlem begin 2010 failliet ging, stond hij op straat. Als baantje deelde hij een tijdje blikjes drinken uit op straat, hij was van plan in september weer een opleiding te beginnen en te gaan voetballen bij de amateurs.

Maar nadat hij tijdens een liefdadigheidstoernooi in Indonesië had gescoord, vroeg de trainer van Persema Malang tot zijn verbazing of hij bij de Indonesische club wilde komen spelen. „Ik dacht: dat moet ik gewoon doen.” Een paar weken later verruilde hij het ouderlijk huis voor een kamertje in Malang, op Oost-Java.

Via zijn vader had hij al een Indonesisch paspoort, en na een paar maanden werd hij geselecteerd voor het nationale elftal. Een droom, want het Nederlands elftal was toch te hoog gegrepen, wist hij. „Die hele dag heb ik geoefend op het volkslied. Ik heb nog steeds geen idee wat ik eigenlijk zing.” In een propvol stadion scoorde hij tegen aartsrivaal Maleisië: zijn nationale doorbraak was een feit.

Inmiddels zijn vele Nederlandse voetballers Bachdim achterna gegaan. Oud-ADO Den Haag-speler Richard Knopper speelt bij PSM Makassar, Jhon Van Beukering verruilde Feyenoord voor Pelita Jaya, vlakbij Jakarta.

Maar ook minder bekende spelers en amateurs probeerden het afgelopen halfjaar een Indonesische voetbalcarrière te beginnen. Zij konden er vaak minstens 3.000 euro per maand verdienen. Bovendien hoopten zij op méér, zoals oud Top Oss-verdediger Regilio Jacobs zegt, die begin dit jaar overstapte naar de Tangerang Wolves. „Ze zien Irfan Bachdim, en iedereen wil nu voor het nationale elftal spelen.”

Bovendien was er begin dit jaar veel vraag naar Nederlandse voetballers. Moe van de omkooppraktijken in de Indonesische competitie en het corrupte bestuur van de voetbalbond, begonnen enkele zakenmannen een alternatieve voetballiga. Clubs mochten in de nieuwe competitie maximaal vijf buitenlanders opstellen. Maar Nederlanders met Indonesisch bloed telden als Indonesiërs, dus zij waren zeer in trek.

Voor de overstappers was het wel wennen. In Makassar op het eiland Sulawesi kleedt Richard Knopper zich om aan de rand van het veld, want kleedkamers zijn er niet. Een wedstrijd spelen is als „ploegen over een knollenveld”, zegt hij, vooral als het flink heeft geregend. „Ik was vandaag bij de fysiotherapeut, maar die had apparaten die ze vijftig jaar geleden in Nederland gebruikten.”

En dan het niveau. „Toen ik voor het eerst een wedstrijd zag, dacht ik: het lijken wel E-tjes”, zegt Knopper. Toch geniet hij erg van dit nieuwe avontuur. „Het is een belevenis.”

De mooie beloftes die veel spelers bij het tekenen van hun contract kregen werden niet nagekomen. De auto van de club komt pas na maanden, de bonussen die ze krijgen bij winst worden niet uitbetaald. Ook Bachdim moest vier maanden wachten op het huis dat hem was beloofd, en dat toen alleen koud water bleek te hebben.

Voor de Nederlandse spelers breken nu onzekere tijden aan. Na ingrijpen van wereldvoetbalbond FIFA is er een nieuw bestuur van de voetbalbond en zullen de twee competities worden samengevoegd. Alle spelers moeten opnieuw onderhandelen over hun contract. En waarschijnlijk wordt de gunstige regeling voor Indische Nederlanders geschrapt .

Wel heeft Indonesië sinds vorige week een Nederlandse bondscoach: de oud-international Wim Rijsbergen. Tot nu toe is het alleen Bachdim gelukt om in het nationale elftal te komen. Zijn succes betekent dat hij nu „lekker kan leven”.

Voor een profvoetballer is zijn salaris niet hoog. Hij verdient meer aan zijn reclames en sponsoren. Bovendien heeft hij de droom van zijn vader kunnen verwezenlijken: het oprichten van een weeshuis in Indonesië. Voor zaterdag is Bachdim weer geselecteerd voor het eerste WK-kwalificatieduel, tegen Turkmenistan.

Dat hij en Jennifer net zijn getrouwd in Duitsland, houdt zelfs de serieuze Indonesische pers bezig. Zelf blijft hij ondanks alle aandacht nuchter. „Ik zie mezelf als een lucky bastard”, zegt hij. Zijn Indonesische roem zou hij zo omruilen voor een contract bij een club in de middenmoot van de Nederlandse eredivisie, zegt hij, omdat het niveau daar hoger ligt. Maar Indonesië zal hem niet gemakkelijk laten gaan.