Sneue Rus

T ot nu toe nog maar één dopinggevalletje in de Tour de France. Katjoesja-renner Alexandr Kolobnev testte positief op hydrochlorothiazide (HCT) na de vijfde etappe.

HCT is een vochtafdrijver. Het product wordt soms als maskeringsmiddel aangewend, maar kan ook als ‘verontreiniging’ in een voedingssupplement zitten. Omdat het volgens de wielerreglementen om een dubieus product gaat, hoefde Kolobnev de koers niet per se te verlaten.

Ploegmanager Andrei Tsjmil ging in het gezelschap van Kolobnev vrijwillig naar de Franse politie, om daar te verklaren dat de ploeg niets met het individuele delict van doen had. Kolobnev heeft waarschijnlijk in het proces-verbaal laten opnemen dat hij van niets wist.

De internationale wielerunie UCI vond het omwille van de ‘sereniteit van de koers’ beter dat hij de Tour de France verliet. Ik vermoed dat de Tourorganisatoren er erg mee waren ingenomen dat een stomme vochtafdrijver niet tot een paniekaanval in de sportpers geleid heeft.

Kolobnevs B-staal is intussen ook getest. Positief, zo werd vanmorgen bekend. Als de renner niet kan aantonen dat het om een verontreiniging gaat, zal hij door Andrei Tsjmil resoluut worden ontslagen. Daar bovenop een fijne boete: vijf keer zijn jaarsalaris. Zo is het nu eenmaal vastgelegd in de contracten van de renners. Maar dan zijn we wel een jaartje verder. Tsjmil kennende zal hij niet zo lang wachten.

Andrei Tsjmil, groot geworden in de wilde epojaren, is het vleesgeworden maskeringmiddel van zijn eigen leugen. Kolobnev? Opofferen maar, in naam van een of ander opportunistisch ideaal. Dat het leven van zijn renner voorgoed geruïneerd is, daar kan hij echt niet langer dan een seconde stil bij blijven staan.

Je ziet het wel vaker bij oud-coureurs. Als ploegleider of ploegmanager dragen ze opeens de bontgevoerde pantoffels van een sjofele correctheid. In elke wielerploeg lopen er wel een paar rond met verheven idealen. Als sport een metafoor is van het leven, kijk je hier tegen haar reptielachtige onderbuik aan. Natuurlijk had Kolobnev iets te maskeren met HCT: zijn wanhoop.

De voorzitter van de UCI heet Pat McQuaid. Op een gebrek aan subtiliteit zal je hem niet snel betrappen. Dat Kolobnev er is uitgevist, ziet hij als het stellige bewijs dat het geld verslindende controleapparaat werkt. Stel je voor, zo zegt hij, dat er twee jaar lang niemand wordt gesnapt. De mensen zouden er vraagtekens bij zetten. Gelukkig is daar die sneue Rus met zijn vochtafdrijver.

Het controlesysteem werkt uitstekend, vooral preventief. Over Alberto Contadors matige optreden in de Pyreneeën deed Pat McQuaid quasi geheimzinnig. Was het Contadors geblesseerde knie? Of was er misschien een andere reden? De mensen zijn heus wel zelf in staat het goede antwoord te bedenken.

Contador des duivels, natuurlijk. Op weg naar Gap formuleerde hij gisteren in een tussenetappe zijn antwoord in regen en wind met een perfect functionerend kniegewricht.

Pat McQuaid speelt een mooie rol wanneer hij stelt dat dopegebruik nooit helemaal kan worden uitgeroeid. De suggestie van hoop klinkt erin door. Waarop kun je nog jagen als het wild helemaal is verdwenen? Nee, af en toe moet je voor het volk kunnen gaan staan met een mooie doos bonbons : surprise.

Soms slaat hij zichzelf van pret op de knieën. Bijvoorbeeld wanneer hij een renner hoort klagen dat die in 24 uur tijd drie keer op doping gecontroleerd wordt. „Daar is een reden voor. We sporen de bedriegers op, desnoods met twee of drie dopingcontroles per dag”.

Die renner deponeerde de klacht op zijn Twitter-account. Toen ik het las heb ik hem in het Tourspel van de stamkroeg voor straf uit mijn ploeg geknikkerd, en voor de rechtvaardige tijdspanne van twee jaar geschorst.