Schetsen van 'engel des doods'

Morgen worden bij een Amerikaans veilinghuis dagboeken van Josef Mengele geveild. Ze bieden een kijkje in het gedachteleven van de nooit veroordeelde naziarts.

Dagboeken die de Duitse arts en oorlogsmisdadiger Josef Mengele (1911-1979) na de Tweede Wereldoorlog heeft geschreven, worden morgen geveild bij een Amerikaans veilinghuis. Het gaat om 3.380 pagina’s die Mengele tussen 1960 en 1975 schreef toen hij ondergedoken zat in Paraguay en Brazilië. Op een deel van de geschriften werd eerder een biografie gebaseerd.

Mengele deed als arts in concentratiekamp Auschwitz gruwelijke medische experimenten en erfelijkheidsonderzoek, vooral op jonge tweelingen. Eind jaren vijftig is hij aangeklaagd, maar hij is nooit voor zijn oorlogsmisdaden veroordeeld.

In de manuscripten staan dagboekelementen, filosofische overpeinzingen, citaten van gesprekken en politieke commentaren. Ook schrijft de legerarts gedichten en staan er tekeningen en ontwerpen voor meubels in. Mengele beschrijft hoe hij als gezochte oorlogsmisdadiger probeert te ontsnappen uit Duitsland. Hij woonde ook in een achterbuurt in São Paulo, waar hij „dwangmatig schrijver en journalist” werd, zo meldt de catalogus van het veilinghuis Alexander Historical Auctions in Connecticut.

Een groot deel van de dagboeken is in de derde persoon geschreven. Mengele gebruikt in die passages vaak een pseudoniem, Andreas. „Ondanks zijn lijden groeide Andreas tevreden op... en zijn omgeving raakte gewend aan zijn gezeur”, schrijft hij in een ongedateerd stuk.

Het gedachtegoed van de naziarts lijkt met de jaren weinig veranderd. Zo schrijft Mengele omstreeks 1960 over de Zuid-Amerikaanse inheemse bevolking en de „verschrikkelijke vermenging van de rassen met Noord Europeanen”. „Als je de rassen mengt, heeft dat een achteruitgang in beschaving tot gevolg.” En in 1961: „Zwarte mensen doen ons denken aan de nacht en nachtelijke gevaren… zoals de raaf... de donkere ziel.”

Opvallend is dat de autobiografische verhalen de elf jaar overslaan die hij in Argentinië leefde. Niet bekend is waarom hij over die periode niet heeft geschreven. David Barnouw, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), vermoedt dat dagboeken uit die tijd zijn verdwenen.

Twee onderzoeksjournalisten, de Amerikaan Gerald Posner en de Brit John Ware, die in 1986 een biografie schreven over Mengele, hebben het materiaal gebruikt. Toch is volgens het veilinghuis 95 procent van de teksten niet eerder gepubliceerd. Verwacht wordt dat de 31 ‘dagboeken van Mengele’ tussen 200.000 tot 385.000 euro opbrengen.

Barnouw denkt dat een serieus museum of instituut zoals het NIOD in Amsterdam geen geld overheeft voor de dagboeken. „Zij dragen niet bij aan de kennis over zijn gruweldaden in Auschwitz.” Bovendien zou het geld naar nabestaanden kunnen gaan, zegt hij. De toekomstige eigenaar is volgens Barnouw meest waarschijnlijk „een rijke verzamelaar”. De dagboeken zouden door een Duits familielid van Mengele zijn aangeboden, maar dat bericht kan het veilinghuis niet bevestigen.

Mengele verdronk in 1979 in Brazilië. Een hechte groep mensen waakte over zijn anonimiteit. Daardoor werd zijn dood pas zes jaar later bekend.